Plaatsbewijzen voor de paardentramlijnen van het stadsnet

Door Marco Moerland

 

De eerste paardentramlijn van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij werd op 1 juni 1879 geopend. Die lijn verbond de Beurs met de Crooswijkschekade. Het tarief voor een enkele reis bedroeg 10 cent. De tweede paardentramlijn volgde spoedig. Nog in dezelfde maand werd op 25 juni 1879 de iets langere lijn van de Beurs naar het Park in bedrijf genomen. Op die langere lijn was ook het tarief hoger, namelijk 12,5 cent (plaatsbewijs DX 2). In de concessievoorwaarden was vastgelegd dat op lijnen met een lengte van maximaal twee kilometer een tarief van ten hoogste tien cent toegestaan was. De lijn Beurs – Park was iets langer en het op winst gerichte trambedrijf probeerde qua tariefstelling het onderste uit de kan te halen.

Plaatsbewijs van 12,5 cent voor het gehele traject Willemsplein – Beurs of Park – Centraal Station.  Het plaatsbewijs is uitgegeven na verlenging van 27 mei 1880 van de lijn Willemsplein – Binnenwegschebrug tot het Beursplein.

Plaatsbewijs van 12,5 cent voor het gehele traject Willemsplein – Beurs of Park – Centraal Station. Het plaatsbewijs is uitgegeven na verlenging van 27 mei 1880 van de lijn Willemsplein – Binnenwegschebrug tot het Beursplein.      Door op de afbeeldingen te klikken verschijnen de plaatsbewijzen in groot formaat.

Coupon geldig voor één sectie, afgegeven aan een houder van een abonnementskaart. Het plaatsbewijs is geldig voor de trajecten Rhijnspoor – Beurs of Rhijnspoor – Wissel Gasfabriek (op de Oostzeedijk). Rhijnspoor is de oorspronkelijke naam van het Maas-station. De Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij had in 1855  de treinverbinding Rotterdam – Utrecht geopend. In 1890 ging de onderneming op in de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen.

Coupon geldig voor één sectie, afgegeven aan een houder van een abonnementskaart. Het plaatsbewijs is geldig voor de trajecten Rhijnspoor – Beurs of Rhijnspoor – Wissel Gasfabriek (op de Oostzeedijk). Rhijnspoor is de oorspronkelijke naam van het Maas-station. De Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij had in 1855 de treinverbinding Rotterdam – Utrecht geopend. In 1890 ging de onderneming op in de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen.

Coupon voor abonnementhouder geldig voor twee secties. In dit geval voor de trajecten Willemsplein - Beurs of Park - Centraalstation. De afmetingen van het origineel bedragen 75x50 mm.

Coupon voor abonnementhouder geldig voor twee secties. In dit geval voor de trajecten Willemsplein – Beurs of Park – Centraalstation. De afmetingen van het origineel bedragen 75×50 mm.

Kort na opening van de eerste lijnen werd een sectietarief ingevoerd. In plaats van voor de gehele rit kon men vanaf dat moment tegen een gunstig tarief ook korte ritten maken. Dit is een plaatsbewijs van 5 cent dat geldig was op één der trajecten Rhijnspoor - Beurs, Park - Willemsplein of Rhijnspoor - Wissel Gasfabriek.

Kort na opening van de eerste lijnen werd een sectietarief ingevoerd. In plaats van voor de gehele rit kon men vanaf dat moment tegen een gunstig tarief ook korte ritten maken. Dit is een plaatsbewijs van 5 cent dat geldig was op één der trajecten Rhijnspoor – Beurs, Park – Willemsplein of Rhijnspoor – Wissel Gasfabriek.

De relatief hoge tarieven – waarbij uitsluitend plaatsbewijzen voor het gehele traject verkrijgbaar waren – leidden na het in dienst nemen van meer lijnen al snel tot de invoering van een sectietarief. In januari 1881 werd er een proef genomen en vanaf 1882 werd het sectietarief algemeen toegepast. Vanaf dat moment kon het publiek voor een stuiver reeds een stukje met de tram meerijden (BE15).

Plaatsbewijs van 12,5 cent voor de verbinding Beurs - Willemsplein - Park. De afmetingen zijn ten opzichte van vroegere kaartjes kleiner. Het traject wordt nog wel vermeld. De opmaak van de latere standaardkaartjes valt reeds te herkennen.

Plaatsbewijs van 12,5 cent voor de verbinding Beurs – Willemsplein – Park. De afmetingen zijn ten opzichte van vroegere kaartjes kleiner. Het traject wordt nog wel vermeld. De opmaak van de latere standaardkaartjes valt reeds te herkennen.

Multifunctioneel sectiebiljet van 5 cents voor de lijn Willemsplein - Park - Beurs. De zes bestaande sectievarianten konden door de conducteur aangestreept worden. Het aantal verschillende plaatsbewijzen per lijn werd op deze manier beperkt.

Multifunctioneel sectiebiljet van 5 cents voor de lijn Willemsplein – Park – Beurs. De zes bestaande sectievarianten konden door de conducteur aangestreept worden. Het aantal verschillende plaatsbewijzen per lijn werd op deze manier beperkt.

De grote plaatsbewijzen van het oorspronkelijke model namen veel ruimte in de kaartendozen in. Bovendien waren er – toen het paardentramnet groter werd – steeds meer varianten nodig. Daarom werden de afmetingen van de enkele reizen gereduceerd (J136) en werd er voor het sectietarief één biljet per lijn ingevoerd (14). Daarop kon de conducteur het traject waarvoor het plaatsbewijs was uitgegeven, aanstrepen. Zo leidde voortschrijdend inzicht al vroeg tot rationalisering van het tramkaartjesbestand!

Universeel sectiebiljet voor één sectie ter waarde van 5 cent. Deze biljetten konden op alle stadslijnen gebruikt worden.

Universeel sectiebiljet voor één sectie ter waarde van 5 cent. Deze biljetten konden op alle stadslijnen gebruikt worden.

Biljet voor 2 sectiën ter waarde van 10 cents. De afmetingen zijn 48 x 27 mm.

Biljet voor 2 sectiën ter waarde van 10 cents. De afmetingen zijn 48 x 27 mm.

Voor volledige ritten over de langste paardentramlijnen moest 15 cents worden betaald.

Voor volledige ritten over de langste paardentramlijnen moest 15 cents worden betaald.

Universeel contramark voor eene sectie.

Universeel contramark voor één sectie.

Contramark voor twee section. Afgegeven nadat de conducteur twee sectiecoupons uit een abonnementsboekje had uitgescheurd.

Contramark voor twee sectiën. Afgegeven nadat de conducteur twee sectiecoupons uit een abonnementsboekje had uitgescheurd.

Contramark voor drie section. Iedere versie had een herkenbare kleur.

Contramark voor drie sectiën. Iedere versie had een herkenbare kleur.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen er meer tramlijnen kwamen werd de behoefte steeds groter om universele plaatsbewijzen te gebruiken die voor alle lijnen toepasbaar waren. Vanaf circa 1884 werd het traject van de lijn niet meer op de plaatsbewijzen vermeld. Het vanaf dat moment toegepaste basismodel is met kleine wijzigingen vele jaren gebruikt (plaatsbewijzen WW43, AL 138, N5, EX281, AX239 en CB418).

Pas op 1 oktober 1891 volgde een algemene tariefswijziging – feitelijk een verlaging – want voor elke stadsrit diende 7,5 cent betaald te gaan worden. Duurder voor de reiziger die gewend was één sectie te reizen, maar een stuk voordeliger voor hen die twee of meer secties reden. De hiermee bewerkstelligde reductie van het tarief op de langste afstanden van 50%, kon zelfs nog verder worden vergroot door abonnementscoupons te kopen die een extra reductie van 20% gaven! Die coupons werden in boekjes van 20 stuks verkocht tegen een prijs van f 1,25. De coupons werden in betaling genomen tegen een waarde van 7,5 cent. De regelmatige gebruikers van de tram konden dus een kwartje besparen bij het gebruik van zo’n couponboekje.

Enkele reis voor het stadsnet tegen een eenheidstarief van 7,5 cent. De naam van de drukkerij is aan de onderzijde van de biljetten vermeld.

Enkele reis voor het stadsnet tegen een eenheidstarief van 7,5 cent. De naam van de drukkerij is aan de onderzijde van de biljetten vermeld.

Voor het gehele traject van de intercommunale paardentramlijn Slagveld - Overschie moest 15 cent betaald worden.

Voor het gehele traject van de intercommunale paardentramlijn Slagveld – Overschie moest 15 cent betaald worden.

Gelijktijdig met de enekele reizen kregen de contramerken een modernere opmaak met tekstblokken in kast.

Gelijktijdig met de enkele reizen kregen de contramerken een modernere opmaak met tekstblokken in kast.

 

 

 

 

 

 

 

 

Omslag van een couponboekje ter waarde van F 1,25. In het boekje bevonden zich twintig genummerde coupons die ieder een waarde van 7,5 cent vertegenwoordigden.

Omslag van een couponboekje ter waarde van F 1,25. In het boekje bevonden zich twintig genummerde coupons die ieder een waarde van 7,5 cent vertegenwoordigden.

Coupon voor één rit op een stadslijn afkomstig uit een couponboekje. De letters RTM zijn in omslag en coupon geperforeerd.

Coupon voor één rit op een stadslijn afkomstig uit een couponboekje. De letters RTM zijn in omslag en coupon geperforeerd.

 

Het stadstarief voor enkele reizen van 7,5 cent was ook geldig op het traject Slagveld – Heulbrug van de buitenlijn naar Overschie. Voor de gehele rit per paardentram naar Overschie moest men 15 cent betalen.

Bovendien werden binnen de stad ook overstapkaartjes ingevoerd. Die overstapjes waren ook geldig op het traject Slagveld – Heulbrug van de intercommunale paardentramlijn naar Overschie en op het stadstraject van Rotterdam naar Delftshaven in de tweede klasse van de stoomtram naar Schiedam. Het invoeren van het herziene tariefstelsel was een goede zet van de RTM-directie want het leverde tussen 1 oktober 1891 en 1 maart 1892 een inkomstenverhoging op van fl. 11.631,- op een totaalbedrag van fl. 115.154,74. Ruim tien procent!

Voorzijde van een overstapbiljet met controlestrook. Na het overstappen op een andere stadslijn nam de conducteur het grote gedeelte in, de reiziger behield de controlestrook. Om fraude te voorkomen werd er iedere maand een nieuwe reeks biljetten uitgegeven.

Voorzijde van een overstapbiljet met controlestrook. Na het overstappen op een andere stadslijn nam de conducteur het grote gedeelte in, de reiziger behield de controlestrook. Om fraude te voorkomen werd er iedere maand een nieuwe reeks biljetten uitgegeven.

Vermelding van de voorwaarden op de achterzijde van een overstapbiljet. De overstap op de buitenlijn naar Overschie of op de stoomtram naar Schiedam is expliciet omschreven.

Vermelding van de voorwaarden op de achterzijde van een overstapbiljet. De overstap op de buitenlijn naar Overschie of op de stoomtram naar Schiedam is expliciet omschreven.

 

Voor de nieuwe plaatsbewijzen die na de tariefswijziging van 1 oktober 1891 koos de stoomdrukkerij van de weduwe S Benedictus in Rotterdam een modernere vormgeving dan voorheen gebruikelijk was.  Het bedrag, de bedrijfsnaam en de voorwaarden werden nu in kast geplaatst waardoor er een helderdere opmaak gerealiseerd werd. De drukkerij – die ook andere waardepapieren zoals de aandelen voor de R.T.M. – drukte, was zich bovendien bewust van de publicitaire waarde van de naamsvermelding. Vanaf 1891 stond er in kleine letters op de plaatsbewijzen “Typ van Wed. S. Beneductus, Rotterd.”

 

De afgebeelde plaatsbewijzen zijn afkomstig uit de collecties van Stichting NVBS Railverzamelingen (SNR) en Marco Moerland.

 

Geef een reactie