In handen van de gemeente

1.3 IN HANDEN VAN DE GEMEENTE

Het Tramplan 1928 en de Overgangsplannen A, B en C

Uit de Railatlas van Rotterdam; 140 jaar tramrails in de Maasstad (T. van Eijsden/uitgave De Alk)

Op 15 oktober 1927 ging het trambedrijf van de RETM over in gemeentelijke handen en werd het voortgezet als Rotterdams(ch)e Electrische Tram, kortweg RET. De nieuwe directeur van de RET, Dr. Ir. J.G.J.C. Nieuwenhuis bereidde in stilte een volledige reorganisatie en vernieuwing van het bedrijf voor. Behalve studies naar het tariefstelsel en de voorbereidingen voor de aanschaf van nieuw trammaterieel werd ook het lijnennet uitgebreid tegen het licht gehouden.

In 1928 verscheen een lijvig rapport, waarin voorgesteld werd het tramnet in drie fases uit te breiden tot niet minder dan 28 tramlijnen. Nieuwenhuis koos voor een zeer uitgebreid tramnet met wat lagere frequenties op de individuele lijnen. Dit laatste zou worden gecompenseerd door de fijnmazigheid en het feit dat op veel plaatsen meerdere tramlijnen gingen rijden. De gemeenteraad stemde vrijwel unaniem en zonder veel bezwaren in met deze plannen.

Op 1 mei 1929 onderging het Rotterdamse tramnet de eerste grote veranderingen toen deel A van het Overgangsplan werd ingevoerd. Overeenkomstig dit plan verschenen in de stad de nieuwe tramlijnen:

•             16 Oudedijk – Vierambachtsstraat

•             17 Beursplein – Marconiplein

•             18 Crooswijk – Marconiplein

Het Overgangsplan B werd als tweede fase uitgevoerd op 24 maart 1930.

Behalve een groot aantal wijzigingen in het bestaande tramnet verschenen aldus in 1929 en 1930 de tramlijnen:

•             19 Gelderschekade – Randweg

•             20 Vlietlaan – Spangen

•             21 Honingerdijk – Aelbrechtsplein

•             22 Avenue Concordia – Walenburgerweg

•             23 Kootschekade – Station Maas

•             24 Willemsplein – Spangen

•             25 Beursplein – Carnisselaan

De economische crisis die de wereld in 1930 trof had uiteraard voor ons land en dus ook voor Rotterdam en de RET grote gevolgen. In plaats van expansie werd bezuiniging het nieuwe motto. Dit betekende een inkrimping van het dienstbetoon en opheffing van minder rendabele tramlijnen, waarbij als eerste in 1931 lijn 13 sneuvelde. De realisatie van nieuwe tramlijnen en verdere uitbreidingen van het tramnet volgens het Tramplan C stond uiteraard niet meer ter discussie, waarmee het lot was bezegeld van de nog geplande tramlijnen:

•             26 Heer Vrankestraat – Beursplein

•             27 Boschpolderplein – Lischplein

•             28 Parkkade – Station DP

Plattegrond Overgangsplannen A-B-C