Algemeen

De ‘E’ wordt toegevoegd aan de RTM

De overgang van de RTM naar de RETM (7 april 1904) bracht voor de passagiers de nodige veranderingen met zich. Een nieuwe vorm van vervoer, nieuwe trams, nieuwe lijnen en toch vielen de veranderingen op tariefgebied mee.

Het enkele rit tarief van 7,5 cent werd gehandhaafd evenals het overstapje en het retourkaartje, waarvan 10 centen moesten worden neergeteld. Het goedkoopste was een couponboekje van 10 ritten waardoor een enkele reis maar 6 en een kwart cent kostte. De ritten van Rotterdam naar Schiedam en Overschie kostten respectievelijk 10 en 15 cent en een retourtje naar Overschie 25 cent.

Deze tarieven bleven ruim 14 jaar gehandhaafd gehandhaafd tot 15 juni 1918 toen het overstapje en het retourkaartje 12,5 cent gingen kosten en de rit naar Schiedam 1 cent duurder werd.

Een jaar later op 1 juli 1919 vond wel een aanzienlijke tariefsverhoging plaats.

Het ‘enkeltje’ van 10 cent.

Het overstapje en het retourtje verdwenen en een enkeltje kwam op 10 cent.

Het couponboekje voor 10 ritten kreeg een prijs van 90 cent en de rit naar Schiedam ging 12,5 cent kosten. Het enkeltje Overschie bleef als enige gelijk met 15 cent en per 1 januari 1919 ging die prijs ook gelden voor een rit naar Hillegersberg.
Per 12 september 1920 gingen de tarieven nogmaals omhoog en kwam een enkeltje op 12,5 cent en de 10-rittenkaart op 1 gulden en 10 cent. De ritten naar de buitengemeenten kwamen uniform op 15 cent. Als extraatje kwam er een mogelijkheid om van de lijn uit Hillegersberg over te stappen op lijn 3, waarvoor 17,5 cent verschuldigd was.

De laatste tariefswijziging in het tijdperk van de RETM dateert van 1 december 1921 en bracht het tarief van de enkele reis weer terug op 10 cent (voor de vroege ritten van de lijnen 7 en 8 slechts 7,5 cent). Ook de 10-rittenkaart werd met een tarief van 1 gulden weer goedkoper en per 1 juli 1923 zelfs naar 90 cent.

Het overstapje kwam op 15 oktober 1923 terug met een tarief van 15 cent voor lijn 3 op het traject Beursplein-Boompjes in combinatie met een kaartje voor het veer Leuvehaven-Wilhelminakade (2e klas) voor 12,5 cent, waarna men verder kon met de lijnen 9 of 13 naar de Dordtsestraatweg of het Tuindorp.

De ritten naar de buitengemeenten Overschie, Schiedam en Hillegersberg bleven 15 cent evenals het overstapje op lijn 3 voor 17,5 cent. Dit verdween met de start van lijn 14 per 9 mei 1922 en op de deeltrajecten CS-Bergweg en Bergweg-Hillegersberg was slechts 1 coupon van 10 cent nodig.

Het Persoonlijk schoolabonnement van B. Mees uit 1922

Dat laatste tarief van 1 coupon gold ook voor de trajecten Rotterdam-Havenspoor, Lage Erf-Schiedam, Schiedam-Delfshaven, Slagveld-Schans en Schans-Overschie.
Niet onvermeld mag blijven dat er ook abonnementen, schoolkaarten, vooruitbetaalde ritten voor gemeentepersoneel en jaarabonnementen voor gemeentepersoneel en brieven- en telegrambestellers beschikbaar kwamen.
De overgang van particulier bedrijf naar gemeentelijke organisatie, de RET, zou een periode inluiden met aanzienlijk meer wijzigingen op tariefsgebied.