2.3 Blaak

2.3 BLAAK (BEURSPLEIN / CHURCHILLPLEIN)
Er is geen andere locatie in Rotterdam geweest waar de tramsporen in de loop der jaren zo vaak en zo ingrijpend gewijzigd zijn als in het gebied tussen de Beurs en de Coolsingel. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog waren de Blaak en het Beursplein hét knooppunt in het Rotterdamse tramnet, waar ook de Centrale Post van het trambedrijf was gevestigd.

Vóór de demping van de Blaak werd via de Noordblaak en de Zuidblaak gereden, alsmede om de ten noorden van de Leuvehaven gelegen vismarkt. De opbraak van de Zeevischmarkt in de jaren 30 van de vorige eeuw bracht de eerste grote reconstructie van de tramsporen met zich mee en maakte het mogelijk in een wat rechtere lijn tussen het Van Hogendorpsplein en de Noordblaak te rijden. Het Van Hogendorpsplein bevond zich even ten noorden van het huidige Churchillplein.
De verbinding tussen het Van Hogendorpsplein en de Zeevischmarkt/Noordblaak werd na de komst van de elektrische tram gevormd door een tweetal smalle straten, de Karrensteeg en de Witte Leeuwensteeg, waar de tramsporen van en naar de Schiedamschedijk afbogen. In de jaren 30 werd daar eenrichtingsverkeer ingevoerd en werd in westelijke richting gereden via de Soetensteeg en de Boymansstraat.

Ten oosten van het voormalige spoorwegstation Beurs bevond zich het befaamde huizenblok Plan C, waarlangs twee keerlussen waren aangelegd, namelijk via de Oudehavenkade, resp. de Gelderschestraat. Tussen de Noordblaak en de Zuidblaak werd later een verbindingsspoor aangebracht, dat dienst deed wanneer de Keizersbrug geopend was. Nadat bij het bombardement op 14 mei 1940 vrijwel de gehele Rotterdamse binnenstad was verwoest, werd de Blaak gedempt en werden nieuwe tramsporen over de voormalige waterloop aangelegd. Tussen de Korte Hoogstraat en de Posthoornsteeg (later hernoemd in Posthoornstraat) werd van 1940 tot 1944 nog gebruik gemaakt van tijdelijke sporen in verband met de bouw van de Leuvesluis. Vanaf de Blaak werd aansluiting gegeven op de ook voor de oorlog al aanwezige sporen via de Posthoornstraat en via de Gelderschekade naar resp. de Boompjes en het Bolwerk en verder naar de Maasbruggen. Ook de aansluiting vanaf de Coolsingel naar de Schiedamschesingel en de Witte de Withstraat bleef gehandhaafd. De verbinding met de Schiedamschedijk kwam te vervallen. (Op de Schiedamsedijk zouden eerst in 1969 weer tramsporen worden aangelegd). De na de reconstructie van de Zeevischmarkt aangelegde lus via het Bulgersteyn (de voormalige Boymansstraat) kwam in gewijzigde vorm weer terug en wel vanaf de Blaak via de Korte Hoogstraat.
Nieuw waren de tramsporen op de Groenendaal naar het Oostplein en op de Mariniersweg (in de oorlogsjaren nog Admiraal de Ruyterweg geheten) naar de Gouds(ch)esingel, die in plaats van de oude tramsporen via de smalle en bochtige straten van de verwoeste binnenstad kwamen. Op de Westblaak verscheen in 1952 een kopeindpunt voor lijn 12. De Schiedams(ch)esingel tussen de Westblaak en de Witte de Withstraat werd in 1949 hernoemd in Schiedamse Vest.

Een voor de wat oudere Rotterdammer herkenbaar tram knooppunt midden jaren vijftig (prentbriefkaart)