RTM Railvervoer

 

Voor foto’s van het RTM trammaterieel klik hier.

Het ontstaan van de R.T.M.

Het was in de Betuwe, beter gezegd in Tiel, dat de plannen voor een tramnet in Rotterdam werden gesmeed. Het waren namelijk particulier W.D. van Maurik Dzn en de kooplieden van de firma K.B.J. de Bruyn & Co uit die plaats aan wie B en W van Rotterdam op 15 augustus 1878 een concessie voor dat doel verleenden.
Zij richten op 12 november van dat jaar samen met Mozes Ezechiels uit Rotterdam, Mr. Josephus Jitta en Hijmans uit Amsterdam, David van Wijk, stalhouder in Rotterdam, W.D. van Mourik uit Drumpt, E.F.J. de Burlet uit Tiel, P. Reynts Bok uit Ginneken, en De Benedetty en Beer, kooplieden uit Amsterdam de NV Rotterdamsche Tramweg Maatschappij op.
Met elkaar brachten zij een half miljoen aan toenmalige guldens op en als directeuren werden aangesteld Reynts Bok (president), Van Mourik, De Bruyn, Van Wijk en De Burlet. De overige oprichters werden samen met mr. J. Knottenbelt, commissaris.
De overdracht van de concessie aan de NV werd eerst op 20 januari 1879 goedgekeurd nadat was overeengekomen om stalen (Demerbe)rails in plaats van ijzeren te gebruiken.

De stad was in feeststemming die eerste junidag in 1879.
Enkele maanden daarvoor waren er al de nodige opbrekingen in de straten die daarmee voorzien werden van rails. Op zich geen onbekend gegeven omdat 40 jaar daarvoor al de trein haar intrede had gedaan, maar toch, rails midden in de stad?
Duizenden inwoners hadden zich vanaf de Noorderbrug en in de Jonker Fransstraat verzameld om het nieuwe wonder te kunnen aanschouwen dat vanuit de remise aan de Isaäc Hubertstraat was vertrokken.
Dat ene trammetje met een paard ervoor was echter voldoende om kranten te vullen en de Rotterdamse bevolking op de been te brengen.
Keurig bruin geverfd aan de bovenzijde en zwart voor het onderstel, roodpluche kussens, spiegelruiten en een bestuurder en conducteur in uniform.

Paardentram 9 op het eindpunt , Oostzeedijk voor de St. Lambertuskerk, 1898

Paardentram 9 op het eindpunt , Oostzeedijk voor de St. Lambertuskerk, 1898

De lijnen
De route verliep verder via de in 1870 gedempte Binnenrotte naar het Leidscheveer wat werd bereikt via een nieuwe stevige klepbrug over de nog niet gedempte Goudschesingel en de Heerenstraat waarna de Gedempte Binnenrotte tot aan het Leidscheveer, vlakbij het Groote Kerkplein werd bereikt. Twee dagen later werd de lijn verlengd via het Steiger naar de Groote Markt en de dag daarop via de Moriaanstraat, het Moriaansplein en het Westnieuwland naar het Beursplein, wat een beoogd centraal punt van tramverbindingen zou worden.
Drie weken later werd al een nieuwe lijn, Beursplein-Park in gebruik genomen. Met een tarief van 12 1/2 cent was deze iets duurder dan de eerste lijn. Toch bleek deze lijn niet echt een succes waardoor deze begin 1882 werd gecombineerd met de lijn Beursplein-Willemsplein. Op 1 oktober 1979 werd de lijn Vanaf het Beursplein via de Boymansstraat naar het Centraal Station ingesteld (de eerste tramverbinding met het in al in 1847 geopende station), op 15 oktober van dat jaar gevolgd door de lijn Nieuwe Haven-Kralingen (Oostzeedijk). Ook kwamen er lijnen vanaf het Beursplein naar het Willemsplein en vanaf het Oostplein naar het Centraal Station).
In 1880 was het netwerk al uitgegroeid tot de lijnen A, B, C, D en E waarmee volgens de concessie nog één lijn te realiseren was.
Met al deze inmiddels verlengde en gecombineerde lijnen werd het Beursplein in 1884 dan ook knooppunt in plaats van eindpunt in het lijnennet.

Paardentram 11, komend vanaf de Willemsbrug gezien vanuit de Van der Takstraat, 1902

Paardentram 11, komend vanaf de Willemsbrug gezien vanuit de Van der Takstraat, 1902

lijn A 1-10-1879 Centraal Station-Beursplein; rode koersborden
17-5-1884 verlengd; Centraal Station-Van der Takstraat
1-1-1902 verlengd; Centraal Station-Prinsenhoofd
lijn B 25-6-1879 Beursplein-Park (Kievitslaan ); groene koersborden
1-2-1882 opgeheven (combinatie lijn C)
lijn C 18-1-1880 Schiedamschesingel-Willemsplein; groene koersborden
1-2-1882 combinatie met lijn B Beursplein-Westerlaan (Park)
17-5-1884 opgeheven (combinatie lijn E)
lijn D 1-6-1879 Jonker Fransstraat-Beursplein; witte koersborden
1-5-1887 verlengd; Jonker Fransstraat-Boompjes
6-4/24-4/1-6-1896 verlengd; Schoonoordstraat-Boompjes
lijn E 25-10-1879 Oostzeedijk-Nieuwe Haven; groene koersborden
17-5-1884 combinatie met lijn C Oostzeedijk-Westerlaan (Park)
lijn F 4-2-1880 Oostplein-Centraal Station; gele koersborden
21-1-1883 verlengd; Maasstation (Oosterkade)-Centraal Station
1-5-1887 verlengd; Maasstation (Oosterkade)-Willemsplein

Paardentram 115 in de Hoevestraat, de lijn naar het Slagveld, ca. 1904

Paardentram 115 in de Hoevestraat, de lijn naar het Slagveld, ca. 1904

Pv Slagveld-Hoevestraat; rode koersborden
1-2-1902 Slagveld-Heulbrug
20-10-1904 verlegd Slagveld-Hoevestraat
Sv Slagveld-Overschie (vervanging IJSM stoomtramlijn);
14-12-1890 ter vervanging van de omnibuslijn
Wz Scheepstimmermanslaan-Havenstraat; paarse koersborden
18-12-1892
Nb Duysstraat-Beurs (vervanging van de stoomtramlijn); groene koersborden
12-10-1903 Duysstraat-Van Oldenbarneveltstraat
21-6-1904 verlengd Duysstraat-Beurs

Per 7 april 1904 is de exploitatie van de lijnen overgenomen door de R.E.T.M. waarbij de lijnen werden opgeheven bij de overschakeling naar de elektrische tractie.

Paardentram, 16, Station Maas, ca. 1900

Paardentram, 16, Station Maas, ca. 1900

De directie
Was al eerder geopperd dat de vijf directeuren elk 100.00,- gulden waard waren, als snel werd geroepen dat de directeuren elk een taak hadden; verzorging van het voer voor de paarden, de verzorging van de tuigen, het schoonhouden van de wagens, het schoonhouden van de rails en de inrichting van de directeurswoningen.
Feit was dat zij elke dinsdag tot en met vrijdag om 10 uur ’s ochtends overleg voerden over het bedrijf.
Niet alleen maakten zij studiereisjes naar Keulen, voor het aanleggen van de rails of Luxemburg, hoe met paarden om te gaan, maar ook werden flinke vorderingen in het bedrijf gemaakt. Op 29 november 1878 was de aanbesteding geregeld van de remise met werkplaatsen, het kantoor en de directeurswoningen en de bijbehorende werkzaamheden in de Isaäc Hubertstraat.
Maar er waren klachten vanuit de burgerij over de behandeling van de paarden.
Ook de discussie of er eventueel muilezels gebruikt zouden kunnen worden, gevolgd door een proef waarvoor 10 muilezels waren aangekocht, zette geen zoden aan de dijk en eindigde met het op natuurlijke wijze verdwijnen van de dieren.
Een en ander resulteerde in het ontslag op 20 november 1879 van de directeuren Van Wijk en Van Mourik. Het bleek onvoldoende en de president-directeur ging met ziekteverlof terwijl de resterende directieleden aftraden en als hoofdambtenaar in dienst kwamen.

Maar de R.T.M. keek ook verder dan Rotterdam. In 1886 werd de stadspaardentramlijn van The Tramways Trust Company Limited in Leiden overgenomen, in 1891 gevolgd door de paardentram in Dordrecht van de s.a. Belge des Tramways de Dordrecht en in 1892 de paardentramlijn Hoorn-Enkhuizen.
Ook werd de bespanning en exploitatie verzorgd voor o.a. de paardentramlijnen van de Schiedamse Tramweg Maatschappij en de Schielandse Tramweg Maatschappij en op nog vele andere plaatsen in het land.

Materieel
Voor de uitvoering van de dienst waren 25 gesloten paardentramrijtuigen gebouw door de firma Beijnes. Voor een 26e was een proef genomen met een Belgisch rijtuig dat evenwel minder goed bleek. Met 16 zitplaatsen binnen en 7 staanplaatsen op ieder balkon (waarvan 1 voor de conducteur en 1 voor de bestuurder) werden dus door één paard 30 mensen vervoerd. Kosten 2250,- gulden per stuk. Gekleurde vlaggen op het rijtuig gaven de lijn aan.

Paardetram 19, Hooge en Lage Oostzeedijk, ca. 1900

Paardetram 19, Hooge en Lage Oostzeedijk, ca. 1900

Naast de remise annex centrale werkplaats (en paardenstalling) aan de Isaäc Hubertstraat was in 1880 ook aan de Oostzeedijk in Kralingen op een stuk weiland een paardentramremise gebouwd.
In 1883 werd de remise vergroot en bood plaats aan 38 rijtuigen en 98 paarden. Ook in 1887 en in 1897 vonden uitbreidingen plaats waarmee de uiteindelijke capaciteit op 55 rijtuigen en 100 paarden werd gebracht.
Ook de remise Isaäc Hubertstraat was uitgebreid. Eerst in 1887 aan de noordzijde en in 1895 werd een twee remise aangebouwd. De schilderswerkplaats werd vernieuwd en ook werd een magazijn ingericht. In 1902 werd nog een nieuw stalgebouw neergezet met ruimte voor ruim 100 paarden.

De uitbreiding van het lijnennet noodzaakte al snel tot uitbreiding van het materieel waarbij niet alleen gesloten maar ook open rijtuigen werden aangeschaft.
Bovendien ging materieel van de R.T.M. op andere plaatsen in het land rijden waardoor een goed overzicht lastig is geworden.

Materieeloverzichten rijtuigen RTM (met medewerking van Peter Bakker)

PAARDENTRAMRIJTUIGEN
Bedrijf Nr. Soort Leverancier Zitpl. Staanpl. Bouwjaar In dienst Afvoer Bijzonderheden
RTM 1 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 308.
RTM 2 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen  309.
RTM 3 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen  301.
RTM 4 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen  303.
RTM 5 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen  305.
RTM 6 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1923 In 1904 overgedragen aan de RETM en in 1908 verbouwd en ingezet op de lijn naar Overschie als RETM 401.
RTM 7 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 348.
RTM 8 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1888 Verkocht aan SMAS.
RTM 8         1879     Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 9 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 350.
RTM 10 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 11 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 304.
RTM 12 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 306.
RTM 13 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 307.
RTM 14 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 310.
RTM 15 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1888 Verkocht aan SMAS.
RTM 15         1879     Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 16 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 312.
RTM 17 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 313.
RTM 18 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 316.
RTM 19 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1905 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 311.
RTM 20 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1907 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna in gebruik als bovenleidingwagen.
RTM 21 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 317.
RTM 22 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1923 In 1904 overgedragen aan de RETM en in 1908 verbouwd en ingezet op de lijn naar Overschie als RETM 402.
RTM 23 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 345.
RTM 24 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 346.
RTM 25 gpr Beijnes 16 12 1879 1879 1923 In 1904 overgedragen aan de RETM en in 1908 verbouwd en ingezet op de lijn naar Overschie als RETM 403.
RTM 26               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 27               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 28               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 29               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 30               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 31               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 32 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 33 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 34 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 35 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 36 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 37 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 38 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 39 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 40 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 41 gpr Beijnes 16 12 1879 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 42 opr België 35 4 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 43 opr België 35 4 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 44 opr België 35 4 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 45 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 46 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 47 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 48 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1919 Naar RTM lijn Dordrecht.
RTM 49 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 50 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 51 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 52 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 53 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 54 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 55 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM
RTM 56 opr Beijnes 30 14 1880 1880 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 57 opr Herbrand 40 14 1880 1880   In 1881 omgebouwd tot stoomtramrijtuig, zie aldaar.
RTM 58 opr Herbrand 40 14 1880 1880   In 1881 omgebouwd tot stoomtramrijtuig, zie aldaar.
RTM 59 opr Herbrand 40 14 1880 1880   In 1881 omgebouwd tot stoomtramrijtuig, zie aldaar.
RTM 60 gpr Ragheno 16 12 1880 1880   In 1881 omgebouwd tot stoomtramrijtuig, zie aldaar.
RTM 61 gpr Beijnes 12 12 1884 1884 1901 Voorzien van schuiframen.
RTM 61 gpr Beijnes 16 12   1901 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen 347.
RTM 62 gpr Beijnes 12 12 1884 1884 1911 Voorzien van schuiframen, ingezet op RTM-lijn Leiden.
RTM 63 gpr Beijnes 12 12 1884 1884 1919 Voorzien van schuiframen, ingezet op RTM lijn Dordrecht.
RTM 64 gpr Beijnes 12 12 1884 1884 1906 Voorzien van schuiframen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 65 gpr Beijnes 12 12 1884 1884 1901 Voorzien van schuiframen. 
RTM 65 gpr Beijnes 16 12   1901 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 66 gpr Beijnes 12 12 1884 1884 1911 Voorzien van schuiframen, ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 67 gpr Beijnes 16 12 1881 1881 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 68 gpr Beijnes 16 12 1881 1881 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 69 gpr Beijnes 16 12 1881 1881 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 70 gpr Beijnes 16 12 1881 1881 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 71 gpr Beijnes 16 12 1881 1881 1903 Ìn 1903 afgevoerd na brand in remise Schiekade.
RTM 72 gpr Beijnes 16 12 1881 1881 1903 Ìn 1903 afgevoerd na brand in remise Schiekade.
RTM 73 gpr Beijnes 16 12 1879/1880 1885 1906 Ex TTC. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 74 gpr Beijnes 16 12 1879/1880 1885 1906 Ex TTC. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 75 gpr Beijnes 16 12 1879/1880 1885 1906 Ex TTC. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 76               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 77               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 78               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 79               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 80               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 81               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 82               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 83               Zie tabel stoomtramrijtuigen.
RTM 84 gpr Beijnes 16 12 1879/1880 1886   Ex TTC. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 85 gpr Beijnes 16 12 1879/1880 1886 1906 Ex TTC. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 86 gpr Beijnes 16 12 1879/1880 1886   Ex TTC. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 87 gpr Beijnes 16 12 1879/1880 1886   Ex TTC. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 88 gpr Beijnes 16 12 1879/1880 1886   Ex TTC. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 89 opr België 25 4 1880 1886 1909 Ex TTC. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 90 opr België 25 4 1880 1886 1909 Ex TTC. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 91 gpr Beijnes 12 12 1887 1887 1906 Voorzien van schuiframen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 92 gpr Beijnes 12 12 1887 1887 1919 Voorzien van schuiframen. Ingezet op RTM lijn Dordrecht.
RTM 93 gpr Beijnes 12 12 1887 1887 1906 Voorzien van schuiframen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 94 gpr Beijnes 12 12 1887 1887 1906 Voorzien van schuiframen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 95 gpr Beijnes 12 12 1887 1887 1906 Voorzien van schuiframen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 96 gpr Beijnes 16 12 1887 1887 1905 Voorzien van schuiframen. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen 302.
RTM 97 gpr Beijnes 16 12 1887 1887 1906 Voorzien van schuiframen. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen 318.
RTM 98 gpr Beijnes 16 12 1887 1887 1906 Voorzien van schuiframen. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen 329.
RTM 99 gpr Beijnes 16 12 1887 1887 1906 Voorzien van schuiframen. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen 331.
RTM 100 gpr Beijnes 16 12 1887 1887   Voorzien van schuiframen. In 1889 vernummerd in 102.
RTM 101 opr Rijswijk 30 14   1887 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 102               Zie omnibustabel.
RTM 102 gpr Beijnes 16 12 1887 1889 1906 Voorzien van schuiframen, ex 100, in 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen 349.
RTM 103               Zie omnibustabel.
RTM 103 gpr Beijnes 12 10   1892 1904 Ex omnibus PHE, naar EPU-lijn Beverwijk-Wijk aan Zee.
RTM 104               Zie omnibustabel.
RTM 105               Zie omnibustabel.
RTM 106               Zie omnibustabel.
RTM 107               Zie omnibustabel.
RTM 107 gpr Beijnes 12 10   1892 1906 Ex omnibus PHE. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 108               Zie omnibustabel.
RTM 108 gpr Beijnes 12 10   1892 1911 Ex omnibus PHE, naar RTM lijn Leiden.
RTM 109               Zie omnibustabel.
RTM 110               Zie omnibustabel.
RTM 111               Zie omnibustabel.
RTM 112               Zie omnibustabel.
RTM 113               Zie omnibustabel.
RTM 114               Zie omnibustabel.
RTM 115 gpr   12 12   1890 1906 Overgenomen van Omnibusdienst Rotterdam; in 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 116 gpr   12 12   1890 1905 Overgenomen van Omnibusdienst Rotterdam; naar EPU-lijn Zandvoort (later naar Beverwijk).
RTM 117 gpr   12 10   1890 1904 Overgenomen van Omnibusdienst Rotterdam; naar EPU-lijn Beverwijk-Wijk aan Zee.
RTM 118 gpr Plas 12 12 1879 1891 1905 Ex TD. Naar RTM lijn Dordrecht.
RTM 119 gpr Plas 12 12 1879 1891 1906 Ex TD. Naar RTM lijn Dordrecht.
RTM 120 gpr Plas 12 12 1879 1891 1919 Ex TD. Naar RTM lijn Dordrecht.
RTM 121 gpr Falcon/RTM 16 14 1891 1891 1906 Onderstel van RTM, voorzien van imperiaal. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 122 gpr Falcon/RTM 16 14 1891 1891 1906 Onderstel van RTM, voorzien van imperiaal. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 123 opr Falcon/RTM 24 12 1891 1891 1904 Onderstel RTM, naar EPU-lijn Beverwijk-Wijk aan Zee.
RTM 124 opr Falcon/RTM 24 12 1891 1891 1904 Onderstel RTM, naar EPU-lijn Beverwijk-Wijk aan Zee.
RTM 125 opr Falcon/RTM 24 12 1891 1891 1904 Onderstel RTM, naar EPU-lijn Beverwijk-Wijk aan Zee
RTM 126 opr Falcon/RTM 24 12 1891 1891 1904 Onderstel RTM, naar EPU-lijn Beverwijk-Wijk aan Zee.
RTM 127 gpr Falcon/RTM 16 12 1891 1891 1906 Onderstel RTM. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 128 gpr Falcon/RTM 16 12 1891 1891 1906 Onderstel RTM. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 129 gpr Falcon/RTM 16 12 1891 1891 1906 Onderstel RTM. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 130 gpr Falcon/RTM 16 12 1891 1891 1906 Onderstel RTM. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen in de serie 301-350.
RTM 131 gpr Beijnes 12 12   1891 1911 Ex omnibus. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 132 gpr Beijnes 12 12   1891 1906 Ex omnibus. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 133 gpr Beijnes 12 12   1891 1911 Ex omnibus. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 134 gpr Beijnes 12 12   1891 1919 Ex omnibus. Ingezet op RTM lijn Dordrecht.
RTM 135 gpr Beijnes 12 12   1891 1911 Ex omnibus. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 136 gpr Beijnes 12 12   1891 1906 Ex omnibus. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 137 gpr Beijnes 12 12   1891 1911 Ex omnibus. Ingezet op RTM lijn Leiden.
RTM 138 gpr Beijnes 12 12   1891 1918 Ex omnibus. Ingezet op RTM lijn Hoorn-Enkhuizen.
RTM 139 opr Wp-RTM 25 16 1892 1892 1906 Vanaf 1894 35 zit- en 6 staanplaatsen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 140 opr Wp-RTM 25 16 1892 1892 1906 Vanaf 1894 35 zit- en 6 staanplaatsen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 141 opr Wp-RTM 25 16 1892 1892 1906 Vanaf 1894 35 zit- en 6 staanplaatsen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 142 opr Wp-RTM 25 16 1892 1892 1906 Vanaf 1894 35 zit- en 6 staanplaatsen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 143 opr Beijnes 30 14 1889 1892 1925 Ex PHE, in 1904 overgedragen aan RETM en in 1908 verbouwd en ingezet op de lijn naar Overschie onder nummer 407.
RTM 144 opr Beijnes 30 14 1889 1892 1925 Ex PHE, in 1904 overgedragen aan RETM en in 1908 verbouwd en ingezet op de lijn naar Overschie onder nummer 408.
RTM 145 gpr Rijswijk 16 14 1887 1892 1906 Ex PHE, ingezet op RTM lijn Hoorn-Enkhuizen.
RTM 146 gpr Rijswijk 16 14 1887 1892 1906 Ex PHE, ingezet op RTM lijn Hoorn-Enkhuizen.
RTM 147 gpr Rijswijk 16 14 1887 1892 1906 Ex PHE, ingezet op RTM lijn Hoorn-Enkhuizen.
RTM 148 gpr Rijswijk 16 14 1887 1892 1906 Ex PHE, ingezet op RTM lijn Hoorn-Enkhuizen.
RTM 149 gpr Rijswijk 16 14 1887 1892 1906 Ex PHE, ingezet op RTM lijn Hoorn-Enkhuizen.
RTM 150 gpr Beijnes 16 14 1881 1892 1906 Ex PHE, ingezet op RTM lijn Hoorn-Enkhuizen.
RTM 151 opr   22 2   1894 1905 Ex omnibus. naar EPU-lijn Zandvoort (later naar Beverwijk).
RTM 152               Zie omnibustabel.
RTM 153               Zie omnibustabel.
RTM 154               Zie omnibustabel.
RTM 155               Zie omnibustabel.
RTM 156 opr Wp-RTM 24 10 1895 1895 1896 In 1895 verhuurd en in 1896 verkocht aan TBV.
RTM 156 gpr   14 10 1896 1896 1899 In 1899 verkocht aan OH.
RTM 157 opr Wp-RTM 24 10 1895 1895 1896 In 1895 verhuurd en in 1896 verkocht aan TBV.
RTM 157 gpr   14 10 1896 1896 1899 In 1899 verkocht aan OH.
RTM 158 gpr   16 12 1895 1895 1903 Tot 1899 op de lijn ‘s-Hertogenbosch-Vught. In 1903 afgevoerd na brand in remise Schiekade.
RTM 159 gpr   16 12 1895 1895 1906 Tot 1899 op de lijn ‘s-Hertogenbosch-Vught. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen 321.
RTM 160 gpr   16 12 1895 1895 1906 Tot 1899 op de lijn ‘s-Hertogenbosch-Vught. In 1904 overgedragen aan de RETM en verbouwd tot bijwagen 323.
RTM 161 opr   28 6 1895 1895 1919 Tot 1899 op de lijn ‘s-Hertogenbosch-Vught. Daarna ingezet op RTM lijn Dordrecht.
RTM 162 opr   28 6 1895 1895 1908 Tot 1899 op de lijn ‘s-Hertogenbosch-Vught. Daarna ingezet op RTM lijn Dordrecht.
RTM 163               Zie omnibustabel.
RTM 164               Zie omnibustabel.
RTM 165               Zie omnibustabel.
RTM 166               Zie omnibustabel.
RTM 167 gpr   12 12   1896 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 168 gpr   12 12   1896 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 169 gpr   12 12   1896 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 170 gpr   12 12   1896 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 171 gpr   12 12   1896 1910 In 1898 naar Eilandennet. 
RTM 171 gpr Herbrand 12 12   1903 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 172 gpr   12 12   1896 1910 In 1898 naar Eilandennet. 
RTM 172 gpr Herbrand 12 12   1903 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 173 gpr   12 12   1896 1910 In 1898 naar Eilandennet. 
RTM 173 gpr Herbrand 12 12   1903 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 174 opr Métallurgique 28 6 1897 1897 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot open bijwagen 201.
RTM 175 opr Métallurgique 28 6 1897 1897 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot open bijwagen 202.
RTM 176 opr Métallurgique 28 6 1897 1897 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot open bijwagen 203.
RTM 177 opr Métallurgique 28 6 1897 1897 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot open bijwagen 204.
RTM 178 opr Métallurgique 28 6 1897 1897 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot open bijwagen 205.
RTM 179 opr Métallurgique 28 6 1897 1897 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot open bijwagen 208.
RTM 180 gpr   14 12   1902 1907 Afkomstig uit Berlijn. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 181 gpr   14 12   1902 1907 Afkomstig uit Berlijn. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 182 gpr   14 12   1902 1907 Afkomstig uit Berlijn. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 183 gpr   14 12   1902 1907 Afkomstig uit Berlijn. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 184 gpr   14 12   1902 1907 Afkomstig uit Berlijn. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 185 gpr   14 12   1902 1907 Afkomstig uit Berlijn. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 186 gpr   14 12   1902 1907 Afkomstig uit Berlijn. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 187 gpr   14 12   1902 1907 Afkomstig uit Berlijn. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 188 opr Allan 28 6 1902 1902 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot open bijwagen 206. Thans bij Stichting RoMeO.
RTM 189 opr Allan 28 6 1902 1902 1906 In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot open bijwagen 207.
RTM 190 gpr Herbrand 14 12   1902 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM. Zie ook voetnoot.
RTM 191 gpr Herbrand 14 12   1902 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM. Zie ook voetnoot.
RTM 192 gpr Herbrand 14 12   1902 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM. Zie ook voetnoot.
RTM 193 gpr Herbrand 14 12   1902 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM. Zie ook voetnoot.
RTM 194 gpr Herbrand 14 12   1902 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot zoutwagen 406.
RTM 195 gpr Herbrand 14 12   1902 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot zoutwagen 405.
RTM 196 gpr Herbrand 14 12   1902 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot  zoutwagen 407.
RTM 197 gpr Herbrand 14 12   1902 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot  zoutwagen 401.
RTM 198 opr Herbrand 28 4   1903 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 199 opr Herbrand 28 4   1903 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 200 opr Herbrand 28 4   1903 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 201 opr Herbrand 28 4   1903 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 202 opr Herbrand 28 4   1903 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 203 opr Herbrand 28 4   1903 1907 Afkomstig uit Keulen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 204 gpr   16 12   1904 1907 Afkomstig uit Antwerpen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 205 gpr   16 12   1904 1907 Afkomstig uit Antwerpen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 206 gpr   16 12   1904 1907 Afkomstig uit Antwerpen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 207 gpr   16 12   1904 1907 Afkomstig uit Antwerpen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 208 gpr   16 12   1904 1907 Afkomstig uit Antwerpen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 209 gpr   16 12   1904 1907 Afkomstig uit Antwerpen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 210 gpr   16 12   1904 1907 Afkomstig uit Antwerpen. In 1904 overgedragen aan de RETM.
Van de gesloten paardentramrijtuigen 190-193 zijn er door de RETM drie verbouwd tot de zoutwagens 402-404 en is er één gesloopt. Tussen 1906 en 1918 hebben tien uit Amsterdam afkomstige paardentrams voor de RTM op de lijn Hoorn-Enkhuizen gereden; 1-5 ex GTA 134, 135, 139, 140, 142 (Beijnes 1883), 6 en 7 ex GTA 183, 184 (Starbuck 1875), 8 ex GTA 186 (Beijnes 1876) en 9 en 10 ex GTA 188, 189 (Beijnes 1876) 
Verklaring gebruikte afkortingen; EPU = Buffet-Maatschappij ‘E Pluribus Unum’, OH = Tramweg-Maatschappij Sint-Oedenrode – ‘s Hertogenbosch, PHE = Paardentram Hoorn-Enkhuizen, SMAS = Stoomtram-Maatschappij Amsterdam-Sloterdijk, TBV = Tram- en Bargedienst-Vereeniging (Jutphaas), TMDG = Tramweg-Maatschappij ‘De Graafschap’, TTC = The Tramways Trust Company Limited (Leiden).

 

GOEDERENWAGENS
Bedrijf Nr. Soort Fabriek In dienst Bijzonderheden
RTM 1 ggw Falcon 1881 gesloten goederenwagen 5 ton
RTM 2 ggw Falcon 1881 gesloten goederenwagen 5 ton
RTM 3 ggw Falcon 1881 gesloten goederenwagen 5 ton
RTM 4 ggw PHE 1892 gesloten goederenwagen 5 ton
Van de gesloten goederenwagens 1-3 werden er door de RETM twee verbouwd tot de zoutwagens 408 en 409, een derde werd afgevoerd.

 

STOOMTRAMRIJTUIGEN
Bedrijf Nummer Soort Leverancier 1 Leverancier 2 Zitpl. Staanpl. Bouwjaar In dienst Afvoer Bijzonderheden
RTM 8 gsr Beijnes   18 12 1882 1888 1906 Ex SMAS. In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 314.
RTM 15 gsr Beijnes   38 14 1882 1888 1949 Ex SMAS. Vierasser, in 1906 naar RTM eilandennet; in 1910 tweeasser en vernummerd in AB 302 en in 1916 in AB 389.
RTM 26 gsr Beijnes Werkspoor 16 12 1880 1881 1906 1899 voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en een klasse aanduiding met 16 en 14 plaatsen. Nummer aanduiding gewijzigd in B26. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 27 gsr Beijnes Werkspoor 16 12 1880 1881 1906 1899 voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en een klasse aanduiding met 16 en 14 plaatsen. Nummer aanduiding gewijzigd in B27. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 28 gsr Beijnes Werkspoor 16 12 1880 1881 1906 1899 voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en een klasse aanduiding met 16 en 14 plaatsen. Nummer aanduiding gewijzigd in B28. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 29 gsr Beijnes Werkspoor 16 12 1880 1881 1906 1899 voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en een klasse aanduiding met 16 en 14 plaatsen. Nummer aanduiding gewijzigd in B29. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 30 gsr Beijnes Werkspoor 16 12 1880 1881 1906 1900 voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en een klasse aanduiding met 16 en 14 plaatsen. Nummer aanduiding gewijzigd in B30. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 31 gsr Beijnes Werkspoor 16 12 1880 1881 1906 1900 voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en een klasse aanduiding met 16 en 14 plaatsen. Nummer aanduiding gewijzigd in B31. In 1904 overgedragen aan de RETM.
RTM 57 osr Herbrand   40 14 1880 1881 1907 Ex paardentram 57. In 1904 overgedragen aan de RETM en in 1907 verkocht aan TMDG.
RTM 58 osr Herbrand   40 14 1880 1881 1907 Ex paardentram 58. In 1904 overgedragen aan de RETM en in 1907 verkocht aan TMDG.
RTM 59 osr Herbrand   40 14 1880 1881 1907 Ex paardentram 59. In 1904 overgedragen aan de RETM en in 1907 verkocht aan TMDG.
RTM 60 gsr Ragheno   16 14 1880 1881 1906 Ex paardentram 60. In 1904 overgedragen aan de RETM en daarna verbouwd tot bijwagen 315.
RTM 76 gsr Beijnes Werkspoor 28 12 1882 1882 1912 1899 naar het RTM Eilandennet,  voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en voorzien van een klasse aanduiding. Nummer aanduiding gewijzigd in AB76. Van 1904 tot 1906 dienst gedaan bij de RETM. 
RTM 77 gsr Beijnes Werkspoor 28 12 1882 1882 1912 1899 naar het RTM Eilandennet,  voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en voorzien van een klasse aanduiding. Nummer aanduiding gewijzigd in AB77. Van 1904 tot 1906 dienst gedaan bij de RETM. 
RTM 78 gsr Beijnes Werkspoor 28 12 1882 1882 1912 1899 naar het RTM Eilandennet,  voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en voorzien van een klasse aanduiding. Nummer aanduiding gewijzigd in AB78. Van 1904 tot 1906 dienst gedaan bij de RETM. 
RTM 79 gsr Beijnes Werkspoor 28 12 1882 1882 1912 1899 naar het RTM Eilandennet,  voorzien van een nieuwe wagenbak, gesloten balkons en voorzien van een klasse aanduiding. Nummer aanduiding gewijzigd in AB79. Van 1904 tot 1906 dienst gedaan bij de RETM. 
RTM 80 gsr Falcon   38 16 1882 1882 1910 voorzien van middenbalkon, Van 1904 tot 1906 dienst gedaan bij de RETM. In 1906 naar het RTM eilandennet.
RTM 81 gsr Boon RTM 38 16 1883 1883 1909 In 1900 voorzien van een nieuwe wagenbak,  gesloten balkons en voorzien van een klasse aanduiding. Nummer aanduiding gewijzigd in AB 81. Van 1904 tot 1906 dienst gedaan bij de RETM. In 1906 naar het RTM Eilandennet.
RTM 82 gsr Boon RTM 38 16 1883 1883 1911 In 1899 voorzien van een nieuwe wagenbak,  gesloten balkons en voorzien van een klasse aanduiding. Nummer aanduiding gewijzigd in AB 81. Van 1904 tot 1906 dienst gedaan bij de RETM. In 1906 naar het RTM Eilandennet. In 1910 vernummerd in AB 301, in 1911 verbrand.
RTM 83 gsr Boon RTM 38 16 1883 1883 1949 in 1898 naar het eilandennet, voorzien van een nieuwe wagenbak,  gesloten balkons en voorzien van een klasse aanduiding. Nummer aanduiding gewijzigd in AB 83. In 1910 vernummerd in AB 300 en in 1916 in AB 388.
Verklaring gebruikte afkortingen: SMAS = Stoomtram-Maatschappij Amsterdam-Sloterdijk, TMDG = Tramweg-Maatschappij ‘De Graafschap’

Stoom
Het vooruitstrevende bedrijf had inmiddels verder om zich heen gekeken en het oog laten vallen op de stoomaandrijving. Geen dure levende have welke elke continu verzorging behoefde maar een inmiddels geaccepteerde techniek.

Op 9 april 1881, nog geen twee jaar na de introductie van de paardentram werd de stoomtramlijn Nieuwe Binnenweg-Rotterdamschedijk (Lange Dijkstraat) in Delfshaven in dienst gesteld om op 12 januari 1882 te worden verlengd naar de Van Oldenbarneveltstraat bij de Coolsingel en 4 maanden later op 5 mei via de Aelbrechtsbrug, Schielandsch Hooge Zeedijk en de Rotterdamschedijk naar de Koemarkt in Schiedam. De eerste echte interlokale verbinding.
De vele ongevallen ten spijt werd de lijn op 12 oktober 1903 ingekort tot het traject Duysstraat-Schiedam op daarna op 17 december 1906 geheel door de elektrische tramlijn 8 te worden vervangen.

Paardetram 69, Westplein, ca. 1900

Paardetram 69, Westplein, ca. 1900

Omnibus
Hier geen vooruitziende blik maar gedwongen door concurrentie nam de R.T.M. in 1889 de Omnibusdienst Rotterdam over en startte op 5 maart van dat jaar met de lijn Oostplein-Van Hogendorpsplein. Op 12 oktober 1891 werd deze lijn weer gesloten maar werden de bussen incidenteel nog wel gebruikt bij verstoringen in het tramnet. Dit kortstondige busbedrijf was mogelijk gemaakt door een statutenwijziging waardoor het mogelijk werd om ook niet railgebonden vervoer te verzorgen.
Ook op 2 augustus 1890 trad de R.T.M. in het busvervoer toen de stoomtramlijn van de IJsel Stoomtram Maatschappij Overschie-Slagveld noodgedwongen werd opgeheven en verzorgde tot de indienststelling van een paardentramlijn op dat traject tot 14 december van dat jaar het vervoer.

Materieeloverzicht omnibussen RTM (met medewerking van Peter Bakker)

OMNIBUSSEN
nummer bedrijf voertuig leverancier vorige eigenaar aantal zitpl. in dienst afvoer bijzonderheden
102 RTM omb     10 1888 1889  
103 RTM omb     10 1888 1891  
104 RTM omb     28 1889 1906 Imperiaalbus. In 1904 overgedragen aan RETM.
105 RTM omb     28 1889 1906 Imperiaalbus, in 1904 overgedragen aan RETM.
106 RTM omb     28 1889 1909 Imperiaalbus. Naar Eilandennet RTM.
107 RTM omb     28 1889 1891 Imperiaalbus.
108 RTM omb     28 1889 1891 Imperiaalbus.
109 RTM omb Hermans Omnibus-dienst Rotterdam 20 1889 1924 In 1904 overgedragen aan RETM, ingezet op de lijn naar Overschie.
110 RTM omb Hermans Omnibus-dienst Rotterdam 20 1889 1906 In 1904 overgedragen aan RETM.
111 RTM omb Hermans Omnibus-dienst Rotterdam 20 1889 1924 In 1904 overgedragen aan RETM, ingezet op de lijn naar Overschie. Thans bij Stichting RoMeO.
112 RTM omb Hermans Omnibus-dienst Rotterdam 20 1889 1906 In 1904 overgedragen aan RETM.
113 RTM omb Hermans Omnibus-dienst Rotterdam 20 1889 1906 In 1904 overgedragen aan RETM.
114 RTM omb Hermans Omnibus-dienst Rotterdam 28 1889 1916 Naar Eilandennet RTM.
152 RTM omb     26 1894 1906 In 1904 overgedragen aan RETM.
153 RTM omb     26 1894 1906 In 1904 overgedragen aan RETM.
154 RTM omb     13 1894 1916 Eenspannig, naar Eilandennet RTM.
155 RTM omb     13 1894 1916 Eenspannig, naar Eilandennet RTM.
163 RTM omb     20 1895 1906 Imperiaalbus. Verkregen uit faillissement; van 1898 tot 1904 op Blaakse Dijk-Strijen. In 1904 overgedragen aan RETM.
164 RTM omb     20 1895 1906 Imperiaalbus. Verkregen uit faillissement; van 1898 tot 1904 op Blaakse Dijk-Strijen. In 1904 overgedragen aan RETM.
165 RTM omb     20 1895 1906 Imperiaalbus. Verkregen uit faillissement; van 1898 tot 1904 op Blaakse Dijk-Strijen. In 1904 overgedragen aan RETM.
166 RTM omb     20 1895 1906 Imperiaalbus. Verkregen uit faillissement; van 1898 tot 1904 op Blaakse Dijk-Strijen. In 1904 overgedragen aan RETM.

 

Grote veranderingen
Kwaliteit stond bij de RTM hoog in het vaandel.
Op zoveel mogelijk punten werden wachtkamers ingericht zoals bij het Centraal Station en op het Beursplein en elders in de stad werden overeenkomsten gesloten om gebouwtjes tevens als wachtruimte dienst te laten doen. Wanneer er sprake was van een verhoogd reizigersaanbod werden meer rijtuigen ingezet wat op den duur leidde tot vergroting van het aantal passeersporen en dubbelspoor.

Tijdens de eerste jaren van de R.E.T.M. reed paardentram 517, op de Bergweg Hillegersberg

Tijdens de eerste jaren van de R.E.T.M. reed paardentram 517, op de Bergweg Hillegersberg

Niettemin schreed de tijd voort en had elders de elektrische tram haar intrede gedaan. De paardentram was op zijn retour.
Besloten werd om de concessievoorwaarden van de R.T.M. te wijzigen en op 19 december 1903 nam de Gemeenteraad van Rotterdam de wijziging aan en werd besloten tot invoering van de elektrische tractie. Met de aanvaarding door de Algemene vergadering van aandeelhouders van de R.T.M. op 11 februari 1904 werden de nieuwe concessievoorwaarden aanvaard en richtte op 7 april 1904 een dochtermaatschappij op, de Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij, R.E.T.M. aan welke onderneming alle rechten en plichten, inclusief de lijnen op Overschie en Schiedam, werden overgedragen.

De afsplitsing van dochteronderneming R.E.T.M. werd een feit en een periode van 26 jaar kon worden afgesloten waarin de R.T.M. het stadsvervoer had verzorgd.

 

Tarieven en vervoerbewijzen
Met de start van de eerste paardentramlijn van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij op 1 juni 1879 tussen de Beurs en de Crooswijkschekade bedroeg het tarief 10 cent. Een voor die tijd overigens behoorlijk tarief dat, bij geregeld vervoer, alleen voor de gegoede burgerij betaalbaar was.

Met de komst van de stoomtram naar Schiedam kreeg de passagier ook de keuze om zich 1e of 2e klas te laten vervoeren, wat vanzelfsprekend in de prijs tot uitdrukking kwam. Het ingevoerde sectietarief gaf de reiziger de keuze voor een rit Schiedam-Rotterdam voor 30 cent in de eerste of 20 cent in de tweede klasse.

Materieeloverzicht stoomlocomotieven RTM (met medewerking van Peter Bakker)

OVERZICHT  STOOMLOCOMOTIEVEN  RTM
nummer bouwjaar in dienst uit dienst afvoer fabriek fabr.nr trekkracht bijzonderheden
                 
1 1881 1881 1906 1906 SLM Wtt 203 1460 kg In dienst bij Stoomtramweg Rotterdam-Schiedam; spoorwijdte 1435 mm; in 1904 overgedragen aan RETM.
1 1905 1905 1958 1958 Werkspoor 137 3200 kg  
2 1881 1881 1906 1906 SLM Wtt 204 1460 kg In dienst bij Stoomtramweg Rotterdam-Schiedam; spoorwijdte 1435 mm; in 1904 overgedragen aan RETM.
2 1905 1905 1955 1955 Werkspoor 138 3200 kg  
3 1881 1881 1906 1906 SLM Wtt 205 1460 kg In dienst bij Stoomtramweg Rotterdam-Schiedam; spoorwijdte 1435 mm; in 1904 overgedragen aan RETM.
3 1905 1905 1949 1950 Werkspoor 139 3200 kg  
4 1881 1882 1906 1906 SLM Wtt 249 1460 kg In dienst bij Stoomtramweg Rotterdam-Schiedam; spoorwijdte 1435 mm; in 1904 overgedragen aan RETM.
4 1905 1905 1947 1947 Werkspoor 140 3200 kg  
5 1881 1882 1906 1906 SLM Wtt 250 1460 kg In dienst bij Stoomtramweg Rotterdam-Schiedam; spoorwijdte 1435 mm; in 1904 overgedragen aan RETM.
5 1905 1905 1947 1947 Werkspoor 141 3200 kg  
6 1881 1882 1906 1906 SLM Wtt 251 1460 kg In dienst bij Stoomtramweg Rotterdam-Schiedam; spoorwijdte 1435 mm; in 1904 overgedragen aan RETM.
6 1905 1905 1950 1950 Werkspoor 142 3200 kg  
7 1881 1882 1906 1906 SLM Wtt 252 1460 kg In dienst bij Stoomtramweg Rotterdam-Schiedam; spoorwijdte 1435 mm; in 1904 overgedragen aan RETM. In 1907 verkocht aan Van der Hoeven en Houwelingen te Sliedrecht/Hardinxveld; afvoer in 1915.
7 1908 1908 1955 1957 Werkspoor 201 3200 kg  
8 1881 1882 1905 1905 Krauss 909 1160 kg In dienst bij Stoomtramweg Rotterdam-Schiedam; spoorwijdte 1435 mm; in 1904 overgedragen aan RETM.
8 1908 1908 1958 1958 Werkspoor 202 3200 kg  
9 1883 1885 1906 1906 SLM Wtt 337 1460 kg In dienst bij Stoomtramweg Rotterdam-Schiedam; spoorwijdte 1435 mm; in 1904 overgedragen aan RETM. In 1885 overgenomen van de aannemers Bekker, Van Seters & Co te Amsterdam.
9 1908 1908 1956 1958 Werkspoor 203 3200 kg  
10 1884 1897 Hohenzollern 237 1120 kg Ex IJSM 16; wordt 45 (1908).
10 1908 1908 1948 1950 Werkspoor 204 3200 kg  
11 1884 1897 Hohenzollern 238 1120 kg Ex IJSM 17; wordt 46 (1908).
11 1908 1908 1950 1951 Werkspoor 205 3200 kg  
12 1897 1897 Breda 138 1740 kg Wordt 41 (1908).
12 1908 1908 1949 1949 Werkspoor 206 3200 kg  
13 1897 1897 Breda 139 1740 kg Wordt 42 (1908).
13 1908 1908 1947 1947 Werkspoor 207 3200 kg  
14 1897 1897 Breda 140 1740 kg Wordt 43 (1908).
14 1908 1908 1950 1950 Werkspoor 208 3200 kg  
15 1897 1897 Breda 141 1740 kg Wordt 44 (1908).
15 1923 1947 1949 1950 Hohenzollern 4354 2080 kg  
16 1899 1899 1948 1949 Breda 162 2600 kg Ex EDS 15.
17 1899 1900 1952 1953 Breda 163 2600 kg  
18 1899 1900 1947 1947 Breda 174 2600 kg  
19 1899 1900 1948 1949 Breda 175 2600 kg  
20 1899 1900 1948 1949 Breda 176 2600 kg  
21 1899 1900 1953 1954 Breda 177 2600 kg  
22 1899 1900 1947 1947 Breda 178 2600 kg  
23 1893 1901 1905 1908 Hagans 269 2920 kg Afkomstig van de A.G. für Feld- und Kleinbahnbedarf te Berlijn; vooral gebruikt bij aanleg stoomtramwegen.
24 1893 1901 1905 1908 Hagans 267 2920 kg Afkomstig van de A.G. für Feld- und Kleinbahnbedarf te Berlijn; vooral gebruikt bij aanleg stoomtramwegen.
25 1901 1901 1947 1947 Breda 188 2600 kg  
26 1901 1901 1947 1947 Breda 189 2600 kg  
27 1902 1903 1950 1950 Breda 194 2600 kg  
28 1902 1903 1948 1949 Breda 195 2600 kg  
29 1902 1903 1953 1953 Breda 196 2600 kg  
30 1902 1903 1950 1950 Breda 197 2600 kg  
31 1902 1903 1947 1947 Breda 198 2600 kg  
32 1902 1903 1947 1947 Breda 199 2600 kg  
33 1904 1904 1952 1952 Breda 228 2600 kg  
34 1904 1904 1951 1953 Breda 229 2600 kg  
35 1906 1906 1946 1946 Werkspoor 166 2520 kg  
36 1906 1906 1950 1950 Werkspoor 167 2520 kg  
37 1906 1906 1955 1956 Werkspoor 168 2520 kg  
38 1906 1906 1950 1950 Werkspoor 169 2520 kg  
39 1906 1906 1948 1950 Werkspoor 170 2520 kg  
40 1906 1906 1950 1950 Werkspoor 171 2520 kg  
41 1897 1908 1916 1916 Breda 138 1740 kg Ex 12; wordt OG 5 (afv 1924).
42 1897 1908 1916 1916 Breda 139 1740 kg Ex 13; wordt OG 6 (afv 1924).
43 1897 1908 1916 1916 Breda 140 1740 kg Ex 14; wordt OG 7 (afv 1924).
44 1897 1908 1916 1916 Breda 141 1740 kg Ex 15; wordt OG 8 (afv 1924).
44 1914 1947 1950 1952 Henschel 12887 3110 kg Ex DSM 101.
45 1884 1908 1925 1946 Hohenzollern 237 1120 kg Ex 10.
45 1914 1947 1951 1955 Henschel 12889 3110 kg Ex DSM 103.
46 1884 1908 1927 1946 Hohenzollern 238 1120 kg Ex 11.
47 1913 1913 1956 1957 Henschel 11719 3200 kg  
48 1913 1913 1959 1959 Henschel 11720 3200 kg  
49 1913 1913 1953 1955 Henschel 11721 3200 kg  
50 1913 1913 1958 1963 Henschel 11722 3200 kg In 1965 verkocht aan Tramwegstichting, later Stichting RTM; aldaar in 1984 weer rijvaardig.
51 1915 1916 1950 1955 Orenstein&K 8062 4810 kg  
52 1915 1916 1951 1955 Orenstein&K 8063 4810 kg  
53 1915 1916 1948 1950 Orenstein&K 8064 4810 kg  
54 1915 1916 1963 1965 Orenstein&K 8065 4810 kg In 1965 verkocht aan Tramwegstichting, later Stichting RTM; aldaar in 1977 weer rijvaardig.
55 1915 1916 1951 1955 Orenstein&K 8066 4810 kg  
56 1920 1920 1963 1965 Orenstein&K 9193 4810 kg In 1965 verkocht aan Tramwegstichting, later Stichting RTM; aldaar in 1974 weer rijvaardig.
57 1920 1921 1963 1963 Orenstein&K 9194 4810 kg In 1963 overgedragen aan Spoorwegmuseum; in 2003 naar Stichting RTM, aldaar statisch object.
58 1920 1921 1956 1957 Orenstein&K 9195 4810 kg  
 
De Werkspoorlocs 1-14 en de locs 47-58 waren drieassers, de overige locs waren tweeassers.
De locs 16-40 en de locs 41-46 (ex 10-15) hadden een vierkante behuizing rondom.
De locs 44 en 45 (ex DSM) en de locs 51-58 waren uitgerust met een oververhitter.
De locs 10 en 11 zijn al in 1890 door de RTM van de IJSM overgenomen en werden vanaf 1897, evenals de locs 12-15, gebruikt bij de aanleg van de stoomtramwegen.
In 1946 werd ook DSM-loc 104 door de RTM overgenomen, maar deze werd nimmer in dienst gesteld.
                 
Verklaringen:
DSM = Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij
EDS = Eerste Drentsche Stoomtramweg-Maatschappij
OG  = Stoomtramweg-Maatschappij ‘Oostelijk Groningen’
IJSM = IJssel Stoomtramweg-Maatschappij

Materieeloverzicht motorwagens RTM (met medewerking van Peter Bakker)

MOTORWAGENS RTM

nummer bouwjaar in dienst uit dienst afvoer fabriek lengte vermogen bijzonderheden
315 1924 1925 1946 Hawa 15480 200 pk Benzinemechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 17A (1e klasse)+23B (2e klasse); wordt 1804 (1953).
316 1924 1925 1946 Hawa 15480 200 pk Benzinemechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 17A (1e klasse)+23B (2e klasse); wordt 62 (1946).
317 1924 1925 1946 Hawa 15480 200 pk Benzinemechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 17A (1e klasse)+23B (2e klasse); wordt 63 (1946).
318 1925 1926 1946 Linke Hofmann 16300 200 pk, vanaf 1935 240 pk Benzinemechanisch motorrijtuig(vanaf 1933 dieselmechanisch); zitplaatsen 20A (1e klasse)+20B (2e klasse); wordt 64 (1946).
                 
MAB 62 1924 1946 1947 Hawa 15480 200 pk Benzinemechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 17A (1e klasse)+23B (2e klasse)17A (1e klasse)+23B (2e klasse); ex 316 (1946); wordt 1502 (1950).
MAB 63 1924 1946 1951 Hawa 15480 200 pk Benzinemechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 17A (1e klasse)+23B (2e klasse); ex 317 (1946); wordt 1803 (1953).
MAB 64 1925 1946 1949 Linke Hofmann 16300 240 pk Dieselmechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 20A (1e klasse)+20B (2e klasse); ex 318 (1946); wordt 1701 (1951).
M 65 1916 1947 1962 1962 Allan/MBS 10490 72 pk, vanaf 1952 96 pk Dieselelektrische motorwagen; ex MBS D I (in 1934 ontstaan door ombouw bagagerijtuig EL 106); in 1946 door RTM overgenomen; kortgekoppeld met stuurstandrijtuig AB(P)m 422 (vanaf 1960 met AB(P)m 423); in 1962 uitgebrand.
M 66 1916 1948 1961 1962 Allan/MBS 10490 72 pk, vanaf 1951 96 pk Dieselelektrische motorwagen; ex MBS D II ( in 1935 ontstaan door ombouw bagagerijtuig EL 105); in 1946 door RTM overgenomen; kortgekoppeld met stuurstandrijtuig AB(P)m 423 (vanaf 1960 eenrichtingmotorwagen).
M 67 1913 1949 1966 1966 Allan/MBS/RTM 10940 130 pk Dieselelektrische motorwagen; gebouwd op onderstel 68; in 1967 naar Spoorwegmuseum en sinds 1991 bij Stichting RTM.
M 68 1913 1946 1947 Allan/MBS 10940 240 pk Dieselelektrische motorwagen; ex MBS D IV (in 1937 ontstaan door ombouw bagagerijtuig EL 103); in 1946 door RTM overgenomen; in 1947 uitgebrand; onderstel gebruikt bij bouw 67.
M 68 1913 1949 1953 Allan/MBS 10940 286 pk Dieselelektrische motorwagen; ex MBS D III (in 1936 ontstaan door ombouw bagagerijtuig EL 104); in 1946 door RTM overgenomen; in 1953 wagenbak vernield bij aanrijding met NS-loc; onderstel gebruikt bij bouw 1806.
M 69 1913 1948 1951 Allan/MBS 10940 240 pk Dieselelektrische motorwagen; ex MBS D V (in 1939 ontstaan door ombouw bagagerijtuig EL 102); in 1946 door RTM overgenomen; in 1951 uitgebrand; onderstel gebruikt bij bouw 1805.
MBD 70 1916 1948 1950 1951 Allan/ZVTM 13900 72 pk Dieselelektrisch motorrijtuig; zitplaatsen 15B; ex ZVTM ME 15 (in 1936 ontstaan door ombouw rijtuig AB 15); in 1948 door RTM overgenomen.
71 1933 1933 1945 1948 Karrier/Verheul 7705 65 pk Roadrailer; zitplaatsen 26B; als zodanig in dienst van 1933 tot 1934; vanaf 1945 autobus na verwijdering tramwielen.
MBD 72 1930 1948 1952 1952 Brugeoise/ZVTM 13900 72 pk Dieselelektrisch motorrijtuig; zitplaatsen 15B; ex ZVTM ME 17 (in 1936 ontstaan door ombouw rijtuig AB 17); in 1948 door RTM overgenomen; in 1952 uitgebrand.
MBD 73 1930 1948 1955 1957 Brugeoise/ZVTM 13900 72 pk Dieselelektrisch motorrijtuig; zitplaatsen 15B; ex ZVTM ME 18 (in 1936 ontstaan door ombouw rijtuig AB 18); in 1948 door RTM overgenomen.
MBD 74 1930 1948 1953 1955 Brugeoise/ZVTM 13900 72 pk Dieselelektrisch motorrijtuig; zitplaatsen 12B; ex ZVTM ME 19 (in 1935 ontstaan door ombouw rijtuig AB 19); in 1948 door RTM overgenomen.
                 
MABD 1502 1924 1950 1952 Hawa/RTM 15480 240 pk Dieselmechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 11A (1e klasse)+16B (2e klasse); ex 62 (1950); wordt 1802 (1952).
MABD 1602 (Reiger) 1916 1950 1965 1966 Allan/ZVTM/RTM 13940 96 pk, vanaf 1961 120 pk Dieselelektrisch motorrijtuig; zitplaatsen 6A (1e klasse)+17B (2e klasse)(vanaf 1958:23); ex ZVTM ME 16 (in 1936 ontstaan door ombouw rijtuig AB 16); in 1949 door RTM overgenomen; in 1967 naar Tramweg Stichting, later Stichting RTM.
M 1651 (Steenbergen) 1951 1951 1972 1972 Spoorijzer 5810 72 pk, vanaf 1952 130 pk Dieselmechanische locomotief; opgebouwd uit onderdelen van NS-locomotoren 103-152;  vanaf 1952 rangeerloc; van 1957 tot 1972 actief op havensporen te Zijpe; in 1973 naar Stichting RTM.
M 1652 (Puttershoek) 1951 1951 1965 1966 Spoorijzer 5810 72 pk, vanaf 1952 130 pk Dieselmechanische locomotief; opgebouwd uit onderdelen van NS-locomotoren 103-152; vanaf 1952 rangeerloc.
MBD 1700 (Sperwer) 1963 1963 1966 1966 Hoogeveen 14100 Generatorwagen; zitplaatsen 13; vormde treinstel met 1701 en 1702 die de motoren herbergden; in 1967 naar Zillertalbahn; in 1999 naar Stichting RTM.
EB 1701 1955 1963 1966 1966 Düwag 14570 125 pk Dieselelektrisch motorrijtuig; zitplaatsen 34; zie verder bij 1700.
EB 1702 1955 1963 1966 1966 Düwag 14570 125 pk Dieselelektrisch motorrijtuig; zitplaatsen 34; zie verder bij 1700.
MABD 1701 1925 1951 1953 Linke Hofm/RTM 16300 120 pk Dieselmechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 6A (1e klasse)+28B (2e klasse); ex 64 (1951); wordt 1801 (1953).
MABD 1801 (Sperwer) 1925 1953 1959 1962 Linke Hofm/RTM 16300 120 pk Dieselmechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 6A (1e klasse)+28B (2e klasse) (vanaf 1958:34); ex 1701 (1953).
MABD 1802 (Zwaluw) 1924 1952 1965 1966 Hawa/RTM 15480 240 pk, vanaf 1953 120 pk Dieselmechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 11A (1e klasse)+16B (2e klasse) (vanaf 1953 11A+11B, vanaf 1958:22); ex 1502 (1952).
MABD 1803 (Kluut) 1924 1953 1965 1966 Hawa/RTM 15480 180 pk Dieselmechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 14A (1e klasse)+14B (2e klasse) (vanaf 1958:28); ex 63(1953).
MABD 1804 (Kievit) 1924 1953 1965 1966 Hawa/RTM 15480 180 pk Dieselmechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 14A (1e klasse)+14B (2e klasse) (vanaf 1958:28); ex 315(1953); in 1967 naar Tramweg Stichting, later Stichting RTM.
M 1805 (Meeuw) 1913 1952 1966 1966 Allan/Hoogeveen 10940 200 pk Dieselelektrische motorwagen; gebouwd op onderstel 69; in 1967 naar Tramweg Stichting, later Stichting RTM.
M 1806 (Bergeend) 1913 1954 1966 1966 Allan/Hoogeveen 10940 240 pk Dieselelektrische motorwagen; gebouwd op onderstel 68.
M 1807 (Scholekster) 1956 1956 1964 1966 RTM/Hoogeveen 10940 175 pk Dieselelektrische motorwagen; voorzien van door Allan gebouwde MBS-draaistellen.
MBD 2001 (Fuut) 1935 1956 1965 1966 Billard/Hoogeveen 12725 83 pk Dieselmechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 33B; ex CFD 501; in 1951 door RTM overgenomen; vormde combinatie met B 2011.
AR2002BD (Stern) 1948 1952 1956 1957 Billard 12310 88 pk Dieselmechanisch motorrijtuig; zitplaatsen 27B; ex CFD 515; in 1951 door RTM overgenomen; vormde combinatie met BPD 2012; pas in 1965 gesloopt.
Het onder de duizend genummerde materieel heeft een houten en het boven de duizend genummerde een stalen wagenbak.
CFD = Chemin de Fer Départementaux          
DB = Deutsche Bundesbahn            
MBS = Maas-Buurtspoorweg            
ZVTM = Zeeuwsch Vlaamsche Tramweg-Maatschappij        
Vanaf 1952 werden de stalen motorrijtuigen van vogelnamen en hun bijbehorende afbeeldingen voorzien.                   

 

OVERZICHT HOUTEN RIJTUIGEN RTM
nummer bouwjaar in dienst afvoer fabriek zitplaatsen lengte bijzonderheden
               
AB 300 1883 1910   Boon/RTM 10A+22B 11190 ex AB 83; Tweeasser; wordt AB 388(1916)
A 301 1907 1916   Allan 40A 15400 ex A 801; wordt AB 301(1946) en daarna AB 1512(1950)
AB 301 1883 1910 1911 Boon/RTM 10A+22B 11190 ex AB 82; Tweeasser
A 302 1907 1916   Allan 40A 15400 ex A 802; wordt AB 1511(1950)
AB 302 1882 1910   Beijnes 10A+22B 11190 ex 15; Tweeasser; wordt AB 389(1916)
A 303 1907 1916   Allan 40A 15400 ex A 803; wordt AB 303(1946/47) en daarna AB 1514(1955)
A 304 1907 1916   Allan 40A 15400 ex A 804; wordt AB 304(1946) en daarna AB 1513(1950) 
A 305 1908 1916   Allan 40A 15400 ex A 805; wordt AB 305 (1946/47) en daarna B 1518(1953)
A 306 1908 1916   Allan 40A 15400 ex A 806; wordt AB 306(1946/47) en daarna B 1515(1952)
A 307 1908 1916   Allan 40A 15400 ex A 807; wordt AB 307(1946/47) en daarna ABR 1517(1952)
A 308 1908 1916   Allan 40A 15400 ex A 808; wordt B 1521(1950)
AB 309 1925 1936   Allan 12A+24B 14165 ex BBA AB 2; wordt AB 1503?(1952)
AB 310 1912 1912   Allan 11A+29B 14290 wordt AB 391(1916)
AB 310 1925 1936   Allan 12A+24B 14165 ex BBA AB 3; wordt ABR 1504?(1952)
AB 311 1912 1912   Allan 11A+29B 14290 wordt AB 392(1916)
AB 311 1925 1936   Allan 12A+24B 14165 ex BBA AB 4; wordt AB 1501?(1952)
AB 312 1912 1912   Allan 11A+29B 14290 wordt AB 393(1916)
AB 312 1925 1936   Allan 12A+24B 14165 ex BBA AB 5; wordt AB 1502?(1952)
AB 313 1926 1936   Allan 12A+24B 14165 ex BBA AB 6; wordt BD 1505(1952)
AB 314 1925 1936   Allan 12A+24B 14165 ex BBA AB 7; wordt BD 1506(1953)
AB 326  1898 1898 1948 Métallurgique 14A+29B 13800  
AB 327 1898 1898 1948 Métallurgique 14A+29B 13800  
AB 328 1898 1898 1948 Métallurgique 14A+29B 13800 wordt B 328(1936/43)
AB 329 1898 1898 1956 Métallurgique 14A+29B 13800 wordt B 329(1936/43)
AB 330 1898 1898 1957 Métallurgique 14A+29B 13800 wordt B 330(1936/43)
AB 331 1898 1898 1949 Métallurgique 14A+29B 13800 wordt B 331(1936/43)
AB 332 1898 1898 1949 Métallurgique 14A+29B 13800 wordt B 332(1936/43)
AB 333 1898 1898 1949 Métallurgique 14A+29B 13800 wordt B 333(1936/43)
AB 334 1898 1898 1949 Métallurgique 14A+29B 13800 wordt B 334(1936/43)
AB 335 1898 1898 1911 Métallurgique 14A+29B 13800  
AB 336 1899 1899   Métallurgique 14A+29B 13940 wordt BD 438(1949)
AB 337 1899 1899 1959 Métallurgique 14A+29B 13940 in 1955 terzijde
AB 338 1900 1900   Métallurgique 14A+29B 13940 wordt BD 431(1947)
AB 339 1900 1900 1957 Métallurgique 14A+29B 13940  
AB 340 1900 1900 1951 Métallurgique 14A+29B 13940  
AB 341 1900 1900 1951 Métallurgique 14A+29B 13940  
AB 342 1900 1900 1950 Métallurgique 14A+29B 13940  
AB 343 1900 1900 1951 Métallurgique 14A+29B 13940  
AB 344 1900 1900 1957 Métallurgique 14A+29B 13940 wordt B 344(1950/52)
AB 345 1900 1900 1950 Métallurgique 14A+29B 13940  
AB 346 1901 1901 1952 Métallurgique 14A+29B 13940  
AB 347 1901 1901 1949 Métallurgique 14A+29B 13940  
AB 348 1902 1902 1949 Zypen & Charlier 14A+29B 13940  
AB 349 1904 1904 1949 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 350 1904 1904   Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt BD 431(1949)
AB 351 1904 1904   Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt BD 437(1949)
AB 352 1904 1904 1956 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 353 1904 1904   Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt BD 432(1947)
AB 354 1904 1904 1954 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 355 1904 1904 1951 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 356 1904 1904   Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt BD 436(1948)
AB 357  1904 1904   Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt BD 434(1948)
AB 358 1904 1904 1911 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 359 1904 1904   Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt BD 435(1948)
AB 360 1905 1905 1966 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 360(1909/11); in 1963 terzijde
AB 361 1905 1905 1950 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 361(1909/11)
AB 362 1905 1905   Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 362(1909/11); wordt BD 433(1948)
AB 363 1905 1905 1966 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 363(1909/11); in 1963 terzijde; thans bij Stichting RTM
AB 364 1905 1905 1963 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 364(1909/11); thans bij Stichting RTM
AB 365 1905 1905 1951 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 365(1909/11)
AB 366 1905 1905 1959 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 366(1909/11); in 1955 terzijde
AB 367 1905 1905 1966 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 367(1909/11); in 1963 terzijde; thans bij stichting RTM
AB 368 1905 1905 1951 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 368(1909/11);
AB 369 1905 1905 1951 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 369(1909/11);
AB 370 1905 1905 1966 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 370(1946/47); in 1963 terzijde; thans bij SHM
AB 371 1905 1905 1961 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 371(1946/47)
AB 372 1905 1905 1955 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 372(1946/47)
AB 373 1905 1905 1951 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 374 1905 1905 1951 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 375 1906 1906 1961 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 376 1906 1906 1966 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 in 1963 terzijde; thans bij Stichting RTM
AB 377 1906 1906 1957 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 wordt B 377(1950/52)
AB 378 1906 1906 1956 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 379 1906 1906 1956 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 380 1906 1906 1966 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 in 1963 terzijde
AB 381 1906 1906 1956 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 382 1906 1906 1939 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 in 1932 terzijde
AB 383 1906 1906 1957 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 384 1909 1909 1956 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 385 1909 1909 1954 Haine St.Pierre 14A+29B 13950  
AB 386 1909 1909 1966 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 in 1963 terzijde
AB 387 1909 1909 1966 Haine St.Pierre 14A+29B 13950 in 1963 terzijde
AB 388 1883 1916 1949 Boon/RTM 10A+22B 11190 ex AB 300; Tweeasser
AB 389 1882 1916 1949 Beijnes 10A+22B 11190 ex AB 302; Tweeasser; wordt B 389 (1946/47) 
AB 391 1912 1916   Allan 11A+29B 14290 ex AB 310; wordt AB 1507(1953)
AB 392 1912 1916   Allan 11A+29B 14290 ex AB 311; wordt AB 1508(1953)
AB 393 1912 1916   Allan 11A+29B 14290 ex AB 312; wordt BD 393(1949) en vervolgens BD 1509(1954)
AB 394 1906 1919 1966 Allan 14A+29B 13940 ex TBC 1; thans bij Stichting RTM
AB 395 1906 1919 1966 Allan 14A+29B 13940 ex TBC 2; thans bij SHM
AB 396 1906 1919 1966 Allan 14A+29B 13940 ex TBC 3; thans bij Stichting RTM
AB 397 1906 1919 1966 Allan 14A+29B 13940 ex TBC 4; wordt ABP 397(1948); thans bij Stichting RTM
AB 398 1906 1919 1966 Allan 14A+29B 13940 ex TBC 5; wordt B 398(1949); thans bij Stichting RTM
AB 399 1906 1919 1966 Allan 14A+29B 13940 ex TBC 6
BD 401 1911 1947 1961 Allan 21B 12700 ex NBM 44
BD 402 1911 1947 1961 Allan 21B 12700 ex NBM 47
B 403 1911 1947 1961 Allan 30B 12700 ex NBM 41
AB 404 1911 1946 1959 Allan 9A+21B 12700 ex NBM 45; wordt B 404(1947); in 1956 terzijde
AB 405 1911 1946 1961 Allan 9A+21B 12700 ex NBM 46
AB 406 1911 1946 1959 Allan 9A+21B 12700 ex NBM 48; in 1954 terzijde
AB 407 1911 1947 1961 Allan 9A+21B 12700 ex NBM 42
AB 408 1924 1946 1965 Werkspoor 18A+21B 13390 ex NBM 83; in 1956 terzijde
AB 409 1924 1946   Werkspoor 18A+21B 13390 ex NBM 84; wordt ABD 1521(1956)
BD 411 1913 1947 1959 Allan 30B 13900 ex MBS B 2
BD 412 1914 1947 1959 Allan 24B 13900 ex MBS B 9
BD 413 1913 1947 1959 Allan 24B 13900 ex MBS AB 3
AB 414 1913 1947 1966 Allan 12A+24B 13900 ex MBS AB 4; in 1963 terzijde; thans bij Stichting RTM
AB 415 1914 1946   Allan 12A+24B 13900 ex MBS AB 10; wordt BPD 1631(1951)
AB 416 1913 1947 1965 Allan 12A+24B 13900 ex MBS AB 7; in 1962 terzijde
AB 417 1913 1946 1963 Allan 12A+24B 13900 ex MBS AB 6; thans bij Stichting RTM
AB 418 1913 1947 1959 Allan 12A+24B 13900 ex MBS AB 5
AB 419 1913 1947 1959 Allan 12A+24B 13900 ex MBS AB 1
B 420 1913 1947 1959 Allan 36B 13900 ex MBS AB 8; wordt AB 420(1951)
B 421 1916 1947 1959 Allan 36B 13900 ex MBS AB 11
ABm 422 1916 1947 1962 Allan 12A+24B 13900 ex MBS AB 13; stuurstandrijtuig bij M 65; wordt ABPm 422(1953)
ABm 423 1916 1948 1965 Allan 12A+24B 13900 ex MBS AB 14; stuurstandrijtuig bij M 66; wordt ABPm 423(1951)
BD 431 1900 1947 1949 Métallurgique 24B 13940 ex AB 338
BD 431 1904 1949 1961 Haine St.Pierre 24B 13950 ex AB 350
BD 432 1904 1947 1959 Haine St.Pierre 24B 13950 ex AB 353; in 1956 terzijde
BD 433 1905 1948 1956 Haine St.Pierre 24B 13950 ex AB 362
BD 434 1904 1948 1966 Haine St.Pierre 24B 13950 ex AB 357; in 1963 terzijde
BD 435 1904 1948 1954 Haine St.Pierre 24B 13950 ex AB 359
BD 436 1904 1948 1953 Haine St.Pierre 24B 13950 ex AB 356
BD 437 1904 1949 1961 Haine St.Pierre 24B 13950 ex AB 351
BD 438 1899 1949 1966 Métallurgique 24B 13940 ex AB 336; in 1963 terzijde; thans bij Stichting RTM
               
A 801 1907 1907   Allan 40A 15400 wordt A 301(1916)
A 802 1907 1907   Allan 40A 15400 wordt A 302(1916)
A 803 1907 1907   Allan 40A 15400 wordt A 303(1916)
A 804 1907 1907   Allan 40A 15400 wordt A 304(1916)
A 805 1908 1908   Allan 40A 15400 wordt A 305(1916)
A 806 1908 1908   Allan 40A 15400 wordt A 306(1916)
A 807 1908 1908   Allan 40A 15400 wordt A 307(1916)
A 808 1908 1908   Allan 40A 15400 wordt A 308(1916)
Terzijdestellingen zijn alleen bij de rijtuigen vermeld als hun afvoer minstens drie jaar later plaatsvond. In verband met de vele wijzigingen in latere jaren zijn alleen de zitplaatsaantallen bij in dienst stelling vermeld; zitplaatsen op de balkons zijn hier buiten beschouwing gelaten; 12A+29B betekent: 12 zitplaatsen eerste klasse en 29 plaatsen 2e klasse. In 1958 werden de eerste en tweede klasse samengevoegd. De bij SHM aanwezige AB 334 en AB 341 zijn in feite replica’s.
Verdere afkortingen:
BBA = N.V. Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten
MBS = Maas-Buurtspoorweg
NBM = Nederlandsche Buurtspoorweg-Maatschappij
SHM = Stoomtram Hoorn-Medemblik
TBC = Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg

 

OVERZICHT STALEN RIJTUIGEN RTM  
nummer bouwjaar in dienst fabriek zitplaatsen lengte bijzonderheden
AB 1501 1925 1952 Allan/Hoogeveen 12A+29B 14165 ex AB 311?
AB 1502 1925 1952 Allan/Hoogeveen 12A+29B 14165 ex AB 312?
AB 1503 1925 1952 Allan/Hoogeveen 12A+29B 14165 ex AB 309?
ABR 1504 1925 1952 Allan/Hoogeveen 8A+23B 14165 ex AB 310?; restauratieafdeling
BD 1505 1926 1952 Allan/Hoogeveen 38B 14165 ex AB 313
BD 1506 1925 1953 Allan/Hoogeveen 30B 14165 ex AB 314
AB 1507 1912 1953 Allan/RTM 12A+23B 14290 ex AB 391
AB 1508 1912 1953 Allan/RTM 12A+23B 14290 ex AB 392
BD 1509 1912 1954 Allan/RTM 29B 14290 ex AB 393
AB 1511 1907 1950 Allan/RTM 17A+23B 15400 ex A 302
AB 1512 1907 1950 Allan/RTM 17A+23B 15400 ex AB 301
AB 1513 1907 1950 Allan/RTM 17A+23B 15400 ex AB 304; wordt B 1513(1960); thans bij Stichting RTM
AB 1514 1907 1955 Allan/RTM 20A+28B 15400 ex AB 303; wordt B 1514(1960)
B 1515 1908 1952 Allan/RTM 40B 15400 ex AB 306; thans bij Stichting RTM
B 1516 1908 1952 Allan/RTM 40B 15400 ex B 1521
ABR 1517 1908 1952 Allan/RTM 8A+29B 15400 ex AB 307; restauratieafdeling
B 1518 1908 1953 Allan/RTM 48B 15400 ex AB 305
B 1520 1923 1956 Werkspoor/RTM 42B 13390 ex NBM 71
B 1521 1908 1950 Allan/RTM 40B 15400 ex A 308; wordt B 1516(1952)
ABD 1521 1924 1956 Werkspoor/RTM 12A+20B 13390 ex AB 409
1522 1943 1962 Franco Belge 39 14400 ex NMVB 19341
1523 1945 1962 Franco Belge 42 14400 ex NMVB 19343
1524 1946 1962 Franco Belge 42 14400 ex NMVB 19347
BPD 1631 1914 1951 Allan/RTM 23B 14200 ex AB 415; thans bij Stichting RTM
B 2011 1935 1956 Billard 53B 12725 ex CFD 502
BPD 2012 1948 1952 Billard 30B 12310 ex CFD 514

Verklaring: Alle hierboven genoemde rijtuigen waren bij de opheffing van het trambedrijf in 1966 nog aanwezig, met uitzondering van de BPD 2012 die in 1962 terzijde werd gesteld en in 1965 gesloopt. Bij de zitplaatsen zijn de klapbankjes op de balkons niet meegeteld; 12A+29B betekent 12 zitplaatsen 1e klas en 29 zitplaatsen 2e klas. In 1958 kwam het klassenonderscheid te vervallen.  Afgezien van de rijtuigen die van de NMVB en de CFD overgenomen zijn is er steeds sprake van de bouw van een geheel nieuwe bak op een bestaand onderstel. De eveneens bij de Stichting RTM aanwezige ABR 1517 betreft een replica hetgeen feitelijk eveneens geldt voor de BPD 1631.

Afkortingen: CFD = Chemin de Fer Départementaux; NBM = Nederlandsche Buurtspoorweg Maatschappij; NMVB = Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen.

 

OVERZICHT  POST(BAGAGE)WAGENS  RTM
nummer bouwjaar in dienst afvoer fabriek lengte bijzonderheden
             
PD 252 1911 1946 1959 Werkspoor  11600 ex NBM 92 (via MBS)
PD 254 1906 1922   Allan 7440 ex TBC PD 101; wordt PD 299(1947)
PD 254 1911 1947 1954 Werkspoor 11600 ex NBM 95 (via MBS)
PD 255 1898 1898 1954 Métallurgique 7450  
PD 256 1898 1898 1954 Métallurgique 7450  
PD 257 1898 1898 1954 Métallurgique 7450  
PD 258 1898 1898 1954 Métallurgique 7450  
PD 259 1900 1900 1951 Métallurgique 8940  
PD 260 1900 1900   Métallurgique 8940 wordt PD 1531(1950)
PD 261 1900 1900 1952 Métallurgique 8940 wordt P 261(1923/24)
PD 262 1900 1900 1954 Métallurgique 8940  
PD 263 1900 1900 1955 Métallurgique 8940  
PD 264 1904 1904 1966 HaineStPierre 8850 wordt P 264(1923/24)
PD 265 1904 1904 1960 HaineStPierre 8850 wordt P 265(1932)
PD 266 1904 1904 1950 HaineStPierre 7450  
PD 267 1904 1904 1953 Haine St.Pierre 7450  
PD 268 1904 1904 1954 Haine St.Pierre 7450  
PD 269 1904 1904 1955 Haine St.Pierre 7450  
PD 270 1904 1904 1955 Haine St.Pierre 7450  
PD 271 1904 1904 1955 Haine St.Pierre 7450  
PD 272 1904 1904 1960 Haine St.Pierre 8850 wordt 272(1953): stukgoedwagen
PD 273 1906 1906 1955 Haine St.Pierre 8850  
PD 274 1906 1906 1945 Haine St.Pierre 8850  
PD 275 1909 1909 1954 Haine St.Pierre 7450  
PD 276 1909 1909 1950 Haine St.Pierre 7450  
D 277 1905 1914 1956 Métallurgique 7450 ex 770; wordt 277(1952): open gwg
D 278 1905 1914 1957 Métallurgique 7450 ex 771; wordt 278(1951?): gesloten gwg
D 279 1905 1914 1955 Métallurgique 7470 ex 628
D 280 1905 1914 1958 Métallurgique 7470 ex 629; wordt 280(1955): gesloten gwg
D 281 1905 1914 1954 Métallurgique 7470 ex 630; al sinds 1911 bagagewagen
D 282 1905 1914 1954 Métallurgique 7470 ex 631
D 283 1905 1914 1954 Métallurgique 7470 ex 632; al sinds 1911 bagagewagen
D 284 1906 1914 1954 Métallurgique 7470 ex 633; al sinds 1911 bagagewagen
D 285 1908 1914 1954 Allan 7470 ex 639; al sinds 1911 bagagewagen
D 286 1908 1914 1954 Allan 7470 ex 640; al sinds 1911 bagagewagen
D 287 1914 1916 1954 Allan 7470 ex 698
D 288 1914 1916 1954 Allan 7470 ex 699
D 289 1914 1916 1957 Allan 7470 ex 700; wordt 289(1954): gesloten gwg
CD 291 1915 1915 1966 Allan 10940 wordt P 291(1953); thans bij Stichting RTM
CD 292 1915 1915 1960 Allan 10940 wordt P 292(1957)
CD 293 1915 1915 1966 Allan 10940 wordt 293(1957): stukgoedwagen
CD 294 1915 1915 1960 Allan 10940  
CD 295 1915 1915 1966 Allan 10940 wordt P 295(1956); thans bij Stichting RTM
CD 296 1916 1916 1966 Allan 10940 wordt 296(1951): stukgoedwagen
CD 297 1916 1916 1966 Allan 10940 wordt 297(1952): stukgoedwagen
CD 298 1916 1916 1966 Allan 10940 wordt 298(1957): stukgoedwagen
PD 299 1906 1947 1956 Allan 7440 ex PD 254
PD 1531 1900 1950 1966 Métallurgique/RTM 8940 ex PD 260
De 255-258, 266-271, 275-289 en 299(254) waren tweeassers, de overige wagens waren vierassers.
De 255-258, 266-271, 275 en 276 hadden een draagvermogen van 5000 kg, bij de 252, 254(ex NBM).
en 291-298 was dit 7500 kg en bij de overige wagens was dit 10000 kg.
De 277-289 ontstonden uit gesloten goederenwagens, waarvan de 770 en 771 tevens een conducteursafdeling hadden.
De 259-263 waren voorzien van twee bagageafdelingen.
De 291-298 waren bagagewagens met een conducteursafdeling met een uitzichtkoepel opzij.
De 1531 had een stalen en alle overige wagens hadden een houten wagenbak.
Stukgoedwagen 296 bij de Stichting RTM is een replica (op basis van de P 295).
MBS = Maas-Buurtspoorweg, NBM = Nederlandsche Buurtspoorweg-Maatschappij, TBC = Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg

 

OVERZICHT GOEDERENMATERIEEL RTM
serie type in dienst fabriek bijzonderheden
         
1-5 open 1910 Werkspoor eigendom suikerfabriek van Loon & Co te Steenbergen (vanaf 1919 CSM)
6-20 open 1921 HAWA eigendom Centrale Suiker Maatschappij(CSM)te Oud-Beijerland
26-35 open 1912 Werkspoor eigendom suikerfabriek Saint-Antoine te Oud-Gastel (vanaf 1919 CSM)
51-65 open 1912 Werkspoor eigendom Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek te Stampersgat (vanaf 1919 CSM)
71-100 open 1921 Futter-Hirsch eigendom Coöperatieve Suikerfabriek Puttershoek(vanaf 1957 RTM); 73 en 96 thans bij Stichting RTM
101-115 open 1910 Werkspoor  
116-135 open 1912 Werkspoor  
136-165 open 1914 Zypen & Charlier 151-165 voorzien van bodemschuiven voor het storten van ballast
166-190 open 1915 Allan  
191-210 open 1916 Allan 196-210 voorzien van bodemschuiven voor het storten van ballast
201-210 open 1898 Métallurgique worden 451-460(1899)
211, 212 melk 1898 Métallurgique worden 701, 702(1899)
211-250 open 1925 HAWA aan weerszijden twee stel deuren
216, 217 kisten 1898 Werkspoor elk voorzien van drie open laadkisten; worden 706, 707(1899)
222 water 1898 Werkspoor wordt 711(1899)
226-235 gesloten 1898 Métallurgique worden 601-610(1899)
400 open 1910 Werkspoor wordt 600(1916)
401-410 onderstel 1899 Dyle & Bacalan aanvankelijk onderstellen om losse open bakken van spoorwagens te vervoeren; in 1902 van open RTM-bakken voorzien; worden 741-750(1905) 
401-424 open 1910 Werkspoor worden 1401-1424(1946)
425-444 open 1907 Métallurgique voorzien van losse hekken; worden 1425-1444(1946)
445-450 open 1906 Métallurgique voorzien van losse hekken; worden 1445-1450(1946)
451-460 open 1899 Métallurgique ex 201-210(bouwjaar 1898); 458 thans bij Stichting RTM
453 open 1923 Piéton voorzien van losse hekken; ter vervanging van de in 1923 afgevoerde 453 uit 1898
461-465 open 1899 Métallurgique  
466-470 open 1900 Métallurgique  
471-495 hekken 1900 Métallurgique  
496-525 open 1901 Zypen & Charlier voorzien van losse hekken
526-545 open 1903 Métallurgique voorzien van losse hekken
546-550 open 1904 Métallurgique voorzien van losse hekken
551-575 open 1905 Métallurgique voorzien van losse hekken
576-599 open 1906 Métallurgique voorzien van losse hekken; 581 thans bij Stichting RTM
600 open 1916 Werkspoor ex 400(bouwjaar 1910)
601-610 gesloten 1899 Métallurgique ex 226-235(bouwjaar 1898)
611-618 gesloten 1900 Métallurgique 615 thans bij Stichting RTM
619-626 gesloten 1904 Métallurgique  
627-632 gesloten 1905 Métallurgique 630 en 632 worden bagagewagens(1911); 628-632 worden D 279-283(1914)
628-633 gesloten 1914 Allan  
633-638 gesloten 1906 Métallurgique 633 wordt bagagewagen(1911) en wordt D 284(1914); 635 thans bij Stichting RTM
639-648 gesloten 1908 Allan 639 en 640 worden bagagewagen(1911) en worden D 285, 286(1914); 642 thans bij Stichting RTM
639, 640 gesloten 1914 Allan  
649-658 gesloten 1909 Haine St.Pierre  
659-668 gesloten 1910 Werkspoor  
669-678 gesloten 1912 Werkspoor  
679-700 gesloten 1914 Allan 698-700 worden D 287-289(1916); 687 thans bij Stichting RTM
698-700 gesloten 1916 Allan 700 thans bij Stichting RTM
701, 702 melk 1899 Métallurgique ex 211, 212(bouwjaar 1898); worden gesloten wagens(1909)
703, 704 melk 1901 Métallurgique worden gesloten wagens(1909)
705-708 melk 1904 Métallurgique worden gesloten wagens 1909)
706, 707 kisten 1899 Werkspoor ex 216, 217(bouwjaar 1898); elk voorzien van drie open laadkisten; worden schamelwagens(1900)
709-712 melk 1905 Métallurgique worden gesloten wagens(1909)
711 water 1899 Werkspoor ex 222(bouwjaar 1898); wordt 751(1905)
712-715 water 1901 Werkspoor worden 752-755(1905)
713-716 melk 1906 Métallurgique worden gesloten wagens (1909); 715 thans bij Stichting RTM(melkwagen)
716 water 1904 Métallurgique wordt 756(1905)
717-730 gesloten 1916 Allan 722 en 728 thans bij Stichting RTM
732, 733 schamel 1912 Werkspoor  
734, 735 schamel 1906 Métallurgique  
736, 737 schamel 1905 Werkspoor ex 706,707(bouwjaar 1898)
738, 739 schamel 1904 Métallurgique  
741-750 onderstel 1905 Dyle & Bacalan ex 401-410(bouwjaar 1899); onderstellen om eigen losse bakken (en tot 1925 ook spoorwegbakken) te vervoeren 
751 water 1905 Werkspoor ex 711(bouwjaar 1898)
752-755 water 1905 Werkspoor ex 712-715(bouwjaar 1901)
756 water 1905 Métallurgique ex 716(bouwjaar 1904)
757, 758 water 1905 Métallurgique 757 wordt gifsproeiwagen(1940?); 758 wordt zandwagen(1938)
759 water 1906 Métallurgique  
760, 761 water 1908 Métallurgique  
762-764 water 1914 Allan  
765, 766 ketel 1947 DSM ex EDS(bouwjaar 1904, ketelwagen in 1930); 765 wordt gifsproeiwagen(1958); 766 wordt platte wagen(1958)
770 rongen 1915 Zypen & Charlier wordt 776(1916)
770, 771 gesloten 1905 Métallurgique voorzien van conducteursafdeling; worden D 277,278(1914)
771-775 rongen 1914 Zypen & Charlier 772 thans bij Stichting RTM
776 rongen 1916 Zypen & Charlier ex 770(bouwjaar 1915)
780 hekken 1909 Werkspoor aan weerszijden drie stel deuren; wordt 800(1916)
781-785 open 1906 Métallurgique voorzien van losse hekken; aan weerszijden twee stel deuren; 783 wordt materieelwagen(1940)en thans als zodanig bij Stichting RTM; 784 wordt open wagen(1950)
786-799 hekken 1909 Werkspoor aan weerszijden drie stel deuren; 787, 789-791, 794 en 797 worden gesloten wagens(1939) en 786(1952), 787 en 791(1951) en 792-799(1950) worden open wagens (zie voetnoot) 
800 hekken 1916 Werkspoor ex 780(bouwjaar 1909); aan weerszijden drie stel deuren;  wordt gesloten wagen in 1941 en open wagen in 1950 (zie voetnoot)
801-820 open 1916 Allan voorzien van losse hekken
821-860 open 1923 Piéton voorzien van losse hekken
870 open 1947 DSM ex EDS(bouwjaar 1908)
871-875 rongen 1947 Pennock ex EDS(bouwjaar 1911/12)
880-883 rongen 1947 Pennock ex EDS(bouwjaar 1904); 883 thans bij Stichting RTM
901-905 gesloten 1915 Allan losse bakken voor vervoer per schip (zie 1001-1040); 903 thans bij Stichting RTM
926-930 hekken 1915 Allan losse bakken voor vervoer per schip (zie 1001-1040)
931-950 open 1916 Allan losse bakken voor vervoer per schip (zie 1001-1040); voorzien van losse hekken
1001-1015 onderstel 1915 Allan onderstellen voor losse bakken 901-905 en 926-950
1016-1040 onderstel 1916 Allan onderstellen voor losse bakken 901-905 en 926-950; 1038 thans bij Stichting RTM
1101, 1102 gesloten 1916 Allan  
1103 gesloten 1918 Allan ex TBC(bouwjaar 1906)
1104 gesloten 1919 Allan ex TBC(bouwjaar 1906)
1105 gesloten 1921 Allan ex TBC(bouwjaar 1906)
1106-1130 gesloten 1924 Allan 1111 thans bij Stichting RTM
1131-1170 gesloten 1926 La Brugeoise 1131-1150 worden kampeerwagens(1946)
1151-1153 koel 1924 HAWA worden 1201-1203(1926)
1201-1203 koel 1926 HAWA ex 1151-1153(bouwjaar 1924); worden gesloten wagens(1932)
1401-1424 open 1946 Werkspoor ex 401-424(bouwjaar 1910)
1425-1444 open 1946 Métallurgique ex 425-444(bouwjaar 1907); voorzien van losse hekken
1445-1450 open 1946 Métallurgique ex 445-450(bouwjaar 1906); voorzien van losse hekken

*) Bij de verbouwing van een zevental wagens tot de gesloten goederenwagens 786-792 zijn bij de 786 en 797, de 788 en 794, en de 792 en 800 onderling de nummers verwisseld teneinde een aaneengesloten nummerreeks te verkrijgen. Toen de 800 in 1950 open wagen werd, droeg hij dus het nummer 792.
De 765, 766, 780-800, 870-875 en 880-883 waren vierassers en alle overige wagens liepen op twee assen.
Alle wagens hadden een draagvermogen van 10000 kg met uitzondering van de 765 en 766(8500 kg),
de 780 en 786-800(25000 kg), de 781-785(20000 kg) en de 870-875 en 880-883(12000 kg).
Vanaf 1898 waren er ook nog twee in 1880/82 door SLM gebouwde en van de ZSM overgenomen ongenummerde
rolwagens voor het vervoer van railvoertuigen met een afwijkende spoorwijdte aanwezig.
Na de oorlog werden vele wagens vernummerd, talrijke gesloten wagens tot open wagens verbouwd en verdwenen
gaandeweg ook alle losse en vele vaste hekken.
De bij de Stichting RTM ook nog aanwezige kampeerwagen 1133 is een replica (op basis van de 606).   

Afkortingen:
DSM = Dedemsvaartsche Stoomtramwag-Maatschappij
EDS = Eerste Drentsche Stoomtramweg-Maatschappij
TBC = Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg
ZSM = Zuider Stoomtramweg-Maatschappij

DE N.V. ROTTERDAMSCHE TRAMWEG MAATSCHAPPIJ OP DE EILANDEN
(Een artikel van Mark Grootendorst)

De eerste activiteiten
Op 12 november 1878 werd de N.V. Rotterdamsche Tramweg Maatschappij opgericht met als doel te Rotterdam een net van paardentramwegen te exploiteren. Zij was daarmee de zevende tramwegmaatschappij in ons land maar zij zou spoedig uitgroeien tot één der grootste. Tussen 1878 en 1881 waren het alleen de paardentrams die de aandacht van de jonge maatschappij vroegen. In 1881 werd de eerste stoomtramlijn van de RTM geopend, de lijn Rotterdam-Schiedam, een normaalsporige stoomtramlijn die nu nog voortbestaat als één der interlokale lijnen van de RET.

RTM stoomlocomotief 57-59 rijdt hier met de rijtuigen 76-79 op de brug bij de Koemarkt in Schiedam, ca. 1900

In 1898 werd de eerste interlokale stoomtramweg naar de eilanden geopend, de lijn van Rotterdam Rosestraat naar de Hoekse Waard, echter nu aangelegd met smalspoor (1067 mm. i.p.v. 1435 mm normaalspoor). Tussendoor fungeerde de RTM ook nog als een soort uitzendbureau voor kleine paardentramwegbedrijfjes, die het alleen niet konden bolwerken. Zo werden o.a. in Schiedam, Leiden, Sloterdijk, Hillegersberg en Dordrecht de trambedrijven geholpen met koetsiers, rijtuigen en soms ook nog conducteurs tegen een contractueel vastgelegd bedrag.

De eilanden
Rotterdam groeide in het eind van de vorige eeuw als de spreekwoordelijke kool; vooral Rotterdam-Zuid was het terrein waar de nieuwe havens ten behoeve van het vervoer richting het nieuwe Duitse Keizerrijk en vooral het Ruhrgebied werden aangelegd. De bevolking nam zeer sterk in aantal toe. Het waren vooral mensen uit de plattelandsgebieden van West Brabant en de Zuidhollandse Eilanden die tot de “nieuwe Rotterdammers” gerekend moesten worden. Deze mensen behielden hun familiale en sociale relaties met de vertrekgebieden en zo ontstond langzaam maar zeker een vervoersstroom in die richting. Bovendien werd de Hoekse Waard sinds 1870 ontsloten door de beroemde Barendrechtse Brug. Echter, de wegen aanleg verliep grotendeels te traag of werd in zijn geheel niet uitgevoerd. Een net van klei- en in gunstiger gevallen grindwegen zorgden vooral in natte tijden voor een stagnerend vervoer. Wilden de eilanden profiteren van Rotterdam als groeiend afzetgebied dan moest er een acceptabele vorm van massavervoer komen. Rond de eeuwwisseling kon dit alleen maar de stoomtram zijn. Hetzelfde comité dat de bouw van de Barendrechtse Brug realiseerde ijverde voor de aanleg van een stoomtramlijn naar Rotterdam. Op Schouwen Duiveland was het een ook een burgercomité dat plannen maakte voor een stoomtramlijn tussen Brouwershaven en Steenbergen (met doortrekking naar Roosendaal). Beide comité’s zijn uiteindelijk in contact gekomen met de RTM, die aanleg en exploitatie voor haar rekening zou nemen: in 1898 werd de lijn Rotterdam-Zuid Beijerland geopend, in 1900 de lijn Brouwershaven-Steenbergen. In de periode 1903 tot en met 1909 werd zowel in de Hoekse Waard, op Voorne Putten en Goeree Overflakkee het lijnennet uitgebreid dan wel geopend. Hekkensluiter werd de lijn Brouwershaven – Burgh op Schouwen in 1915.
Trams en Tramijnen; de stoomtrams op de eilanden, (1973)

Het vertrekpunt aan de Rosestraat, ca. 1900

Het vertrekpunt aan de Rosestraat, ca. 1900

Door indienststelling van veerboten en sleepschepen werden de stoomtramwegen op de toen nog geïsoleerde eilanden verbonden met de spin in het web, de metropool Rotterdam, met dien verstande dat de lijn tussen IJsselmonde (Middeldijk) en Zwijndrecht georiënteerd was op Dordrecht en de lijn tussen St.Philipsland (veerhaven Anna Jacobapolder) en Steenbergen op West Brabant (Roosendaal en Breda).

De RETM
De Rotterdamsche Tramweg Maatschappij had door al deze uitbreidingen van haar activiteiten ten zuiden van Rotterdam geen tijd meer voor het paardentramnet in de eigen stad. Bovendien, de paardentrams zouden gaandeweg vervangen moeten worden door elektrische trams. De RTM heeft de keus gemaakt om alle aandacht te richten op het eilandennet en heeft daarom de stoomtramlijn Rotterdam – Delfshaven – Schiedam en het paardentramnet in Rotterdam overgedaan aan een nieuwe maatschappij, de Rotterdamsche Electrische Tramweg-Maatschappij (RETM), de latere RET, die spoedig daarna de stoomtram naar Schiedam verving door een elektrische. Ook de paardentrams verdwenen uiteindelijk van het toneel.

Uitbouw
Nu de RTM haar handen vrij had voor haar eilandennet werden de zaken groots aangepakt. De tramwegen op de eilanden werden met elkaar verbonden door veerdiensten. Daartoe werden diverse stoombootmaatschappijen overgenomen, Rijksveerhavens aangelegd en eigen schepen, zowel voor passagiers als goederenwagens (sleepschepen) in de vaart genomen. Door baanverbeteringen kon de maximum snelheid van de trams op veel trajecten worden verhoogd van 20 km/u.(1889) tot 45 km/u.(1934). In 1923 werden de eerste buslijnen in de Hoekse Waard geopend, als toeleverancier voor het eigen tramvervoer. Na de opening van de laatst aangelegde lijn naar Burgh in 1915 bedroeg de totale lengte van het tramnet 235 kilometer. Tezamen met de bovengenoemde activiteiten, de aard van het bedrijf en de hoeveelheid trams per dag kon men met recht spreken van een klein spoorwegbedrijf. Vele tramactiviteiten speelden zich af op vrij forse tramwegemplacementen, zichtbaar vanaf de openbare weg maar “De Toegang tot den Tramweg is Verboden” zoals op de vele gietijzeren en houten borden langs de trambanen te lezen was. Lange trams, eigenlijk treinen, reden tussen de eilanden en de grote stad, Gecombineerd met een reis per veerboot tussen Zijpe en Numansdorp gaf dit alles de sfeer van het “grote reizen”.

Problemen
Ook de RTM kende zijn problemen. Regelmatig lag de directie overhoop met de obligatiehouders. Sociaal gezien voerde de directie een zeer behoudende koers. De beloning van het personeel was niet riant te noemen. Toch bleven veel werknemers jarenlang, soms hun hele werkzame leven, de RTM trouw. Hoewel de directie ook de uitgaven aan het materieel en baan zeer aan de zuinige kant hield werd zij er door de vele ontsporingen toe gedwongen het baanonderhoud te verbeteren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren het de slechte kolen en het tekort aan personeel die er voor zorgden dat de dienstregeling regelmatig verstoord werd. In de twintiger jaren doken ook kleine particuliere busondernemingen (“snorders”) op die het personenvervoer bij de RTM een flinke teruggang bezorgden. Toch heeft de RTM veel gedaan om de kwaliteit van het vervoer te verbeteren. De verhoging van de maximum snelheid, de indienststelling van motorrijtuigen en de verbetering van de baan moeten in dit kader zeker genoemd worden. In de dertiger jaren deed echter ook de economische crisis op de eilanden zijn ontregelend werk. Het vervoer zakte in, de kleine busondernemingen konden tot 1937 vrolijk het afnemende vervoer per RTM-tram nog meer afromen en de bijdragen van het rijk aan de tramwegmaatschappijen in het algemeen werden steeds geringer. In 1939 werd op enkele lijnen in de Hoekse Waard de personendienst vervangen door bussen. Intussen was Rotterdam Zuid uitgegroeid tot een complete stad en was de tram een deel van het stadsverkeer geworden. Talloze ongelukken, grotendeels veroorzaakt door het verkeer dat geen rekening hield met de tram, bezorgde de RTM-tram geheel ten onrechte het predikaat “moordenaar”. Dat deze blijkbaar moordende tram van levensbelang voor Rotterdam was, zou men echter in de oorlogsjaren ervaren.

De Tweede Wereldoorlog
De oorlog is voor de RTM de redding geweest. Dat klinkt wat cru, maar het feit dat al snel het particuliere autovervoer onmogelijk werd gemaakt deed de vervoerscijfers reeds in 1940 sterk stijgen. Aan de andere kant werd het werk voor het personeel er niet prettiger op. De trams werden langer, de diensten zwaarder, de kolen slechter, de smeermiddelen en reserveonderdelen en daardoor de onderhoudstoestand van het materieel minder. Bovendien werd een groot deel van het vervoersgebied tot “Sperrgebiet”, dus verboden terrein, verklaard. Luchtaanvallen maakten het reizen op en naar de eilanden per tram en boot trouwens toch al tot een riskante zaak. Ook onder het RTM personeel bij de tram- en veerdiensten zijn hierdoor slachtoffers gevallen. Op 18 september 1944 ging het personeel van de RTM in staking. Alleen goederenvervoer per tram ten behoeve van de voedselvoorziening van de stad Rotterdam werd nog verricht als daarom werd verzocht.

Net zoals de Nederlandse Spoorwegen heeft de RTM veel te lijden gehad van de Duitse vernielingen in de periode van de spoorwegstaking tussen september 1944 en mei 1945. Diverse veerhavens waren onbruikbaar geworden, stationsgebouwen vernield, personeelswoningen gesloopt of vernield, bruggen opgeblazen of verdwenen, delen van het tramnet opgebroken en rollend materieel vernietigd of zwaar beschadigd. Veel trammaatschappijen (bv. NBM, MBS, ZVTM en NTM) hielden het voor gezien en hebben hun bedrijf omgezet in een busbedrijf. De RTM echter niet. Een zeer capabele directie, gemotiveerd trampersoneel en een ruime keus aan vervangend materieel zorgde ervoor dat eind jaren veertig de schade zo goed als het kon weer was hersteld. In de jaren vijftig moderniseerde de RTM een gedeelte van haar materieel door gebruik te maken van het bestaande oerdegelijke materieel maar aangepast aan de smaak en de stijl van de vijftiger jaren. De nieuwe kleuren rood en crème werden de huisstijl van de RTM. De reiziger en personeelsleden werden van alles op de hoogte gehouden door het kwartaalblad “de Tramkoerier”. Moderne bussen deden dienst op de kleinere plaatsen.
RTM M67 008
Na de Watersnoodramp
De Watersnoodramp van februari 1953 verstoorde deze opbouw ruw. De schade aan het tramnet was spoedig hersteld en het materieel had weinig geleden. Echter, na het droogvallen van het eiland Schouwen wilden de bevolking én de autoriteiten de tram niet meer terug. Ruilverkaveling en busvervoer waren de prioriteiten in Zeeland, hoewel een kaartje voor de bus spoedig duurder bleek dan voor de tram. Op 10 oktober 1956 zakte een passerende tram op een recht stuk baan langs de Dordtse Straatweg door het spoor. De baan was na de ramp niet meer in een goede conditie teruggebracht. Onderzoek wees uit dat het een vermogen zou kosten het lijnennet zodanig te repareren dat een verantwoorde en veilige tramexploitatie verzekerd was. Bovendien was besloten tot de uitvoering van het Deltaplan. Veel lijnen zouden moeten worden omgelegd (waarvoor overigens wel plannen voor waren gemaakt) en de veerdiensten gingen verdwijnen zodat het vasthouden aan de tramexploitatie niet logisch meer was. Zo verdwenen in de jaren 1956 en ’57 de tramwegen in de Hoekse Waard en op Goeree- Overflakkee en na het gereedkomen van de dammen in de ’60-er en `70-er jaren de veerdiensten tussen Numansdorp, Zijpe, Middelharnis en Hellevoetsluis. Het veer Anna Jacoba-Zijpe bleef als enige RTM-veerdienst in de vaart tot de voltooiing van de Philipsdam in 1988.

Alleen de tramdiensten tussen Rotterdam en Voorne Putten bleven gehandhaafd en werden verder gemoderniseerd. De stoomtractie verdween eerst uit de personen- maar later ook uit de goederendienst, bestaand materieel werd gemoderniseerd en zelfs in 1963 werd er nog een nieuw tramstel, de “Sperwer” in dienst gesteld. Maar ook dit mocht niet meer baten.

Het einde van de tram
Het toenemend autobezit en het feit dat de aandelen van de RTM overgegaan waren via de gemeente Rotterdam (een verklaard anti-RTM gemeente, men had metroplannen!) naar de Nederlandse Spoorwegen, die helemaal niets van interlokale trams moesten hebben, zorgden ervoor dat de tramdiensten steeds meer ingekrompen werden ten gunste van de busdiensten.
In 1956 reden de laatste personentrams op het traject Ouddorp – Middelharnis en Ooltgensplaat – Middelharnis. Tussen Middelharnis Station en Middelharnis Haven heeft men de lijn tot medio 1961 laten liggen. Dit omdat er nog wel eens gebruik werd gemaakt van deze lijn om het goederenvervoer tussen de plaatsen op Goeree – Overflakkee en wat aldaar “de owverkante” noemde, te kunnen verzorgen. Immers, een vaste verbinding met Goeree – Overflakkee werd eerst in 1964 met de opening van de Haringvlietbrug en later in 1971 de Haringvlietdam, gerealiseerd. Het in de vaart houden van de veerboot tussen Middelharnis Haven en Hellevoetsluis was daarom voor de bewoners van levensbelang.
Tussen Rotterdam Rosestraat en Spijkenisse mochten er geen passagiers meer instappen, dit werd RET gebied. Na het zomerseizoen 1964 verdween de strandtram naar Oostvoorne, al spoedig gevolgd door de dienst Spijkenisse – Oostvoorne. Tussen Rotterdam en Spijkenisse werd eind 1965 afscheid genomen van de tram. Op 14 februari 1966, in een vliegende sneeuwstorm, reed de laatste tram tussen Hellevoetsluis en Spijkenisse.
De laatste RTM-tram tussen Oostvoorne en Spijkenisse reed op dinsdag 22 september 1965. De laatste RTM-tram tussen Rotterdam en Spijkenisse reed op zaterdag 6 november 1965.
Na 68 jaar was er een einde gekomen aan de smalspoortramwegexploitatie en was de RTM een busmaatschappij geworden. Slechts enkele spoordijken, bruggen, gebouwen en de voormalige veerhavens herinneren nog aan het bestaan van de Eilandentram. De NV.Rotterdamsche Tramweg Maatschappij fuseerde al spoedig met enkele Zeeuwse ex-trambedrijven totdat in 1978, honderd jaar na de oprichting van de NV.RTM, de Streekvervoersmaatschappij Zuidwest Nederland (ZWN) werd opgericht. Deze maatschappij is per 1 mei 1999 opgegaan in het conglomeraat Connexxion, waarin ook oud trambedrijf NZH is opgenomen.

Toch geen einde
Het was de Tramweg Stichting, die met de koop van een verzameling stoomtrammaterieel van de RTM in 1965 en nadien met andere aankopen heeft gezorgd dat er naast onroerende goederen ook rollend materieel de gedachtenis aan één der grootste Nederlandse interlokale tramwegmaatschappijen levend blijft. Vanaf 1966 tot en met 1988 reden er gerestaureerde trams van de RTM op een klein stukje spoor tussen Hellevoetsluis Tramhaven en het buurtschap Vlotbrug, later het Winkelcentrum de Struytse Hoek.

In 1989 verhuisde het grotendeels gerestaureerde RTM-materieel naar Ouddorp, waar in 1990 het eerste gedeelte (2 km.) van de nieuwe trambaan tussen de remise aan de Punt en het Bezoekerscentrum Grevelingen werd geopend. Precies dertig jaar na de laatste RTM-rit op Voorne Putten werd op 14 februari 1996 uiteindelijk het gehele museumtramtraject tussen De Punt en de Kabbelaarsbank in gebruik genomen.

Op 23 maart 2007 is de baanverlenging van Port Zélande naar Middelplaat Haven in gebruik gesteld door de burgemeesters van Goedereede en Schouwen-Duiveland. Vanaf dit moment is RTM terug in Zeeland en deed zijn naam “de Eilandentram” weer eer aan. Op de dag van opening van dit baanvak werd het museum erkend als “Geregistreerd Museum”. In 2008 werd door Inspectie Verkeer en Waterstaat, thans Inspectie Leefomgeving en Transport, de concessie afgegeven voor het gebruik van de baan en erkenning als officiële tramlijn.

Tenslotte is op 16 november 2011 het gedeelte Middelplaat Haven naar West Repart/Dolfijn aan het einde van de dam, kort voor Scharendijke, geopend.
Om de 235 kilometer van de RTM in ere te houden ligt hier een baan van ruim 10 kilometer lengte waarop uitsluitend materieel van de voormalige NV. RTM dienstdoet. Baan en materieel worden beheerd en onderhouden door vrijwilligers, die het als hun taak zien om ook nu nog te kunnen ervaren hoe eens een groot stoomtrambedrijf eruit heeft gezien.

 Ga naar de fotopagina van de RTM trams

Klik hier voor het artikel over de Schiedamsche Tramweg Maatschappij
Klik hier voor het artikel over de Schielandse Tramweg Maatschappij
Klik hier voor het artikel over de IJsel Stoomtramweg Maatschappij

  9 comments for “RTM Railvervoer

Geef een reactie