4.11 De kolentramlijn van het GEB

4.11 DE KOLENTRAMLIJN VAN HET GEB

Een bij weinigen bekend verschijnsel op tramgebied in Rotterdam was de kolentramlijn die het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) van 1934 tot 1976 exploiteerde. In het Merwehavengebied had het GEB een gasfabriek en een elektriciteitscentrale. De kolen voor de op 6 maart 1913 in gebruik genomen gasfabriek aan de Keileweg werden met spoorwegwagons aangevoerd. Op het complex van de gasfabriek bezat het GEB zes stoomlocomotieven en een dieselloc voor het rangeren van deze spoorwagons. Voorts was er op het complex van deze gasfabriek een smalspoornet (700 mm) in gebruik, waarvoor drie stoomloc’s en een diesellocomotiefje beschikbaar waren.

Direct ten noorden van de gasfabriek aan de Keileweg bevond zich aan de Galileïstraat de elektriciteitscentrale van het GEB. De kolen voor deze op 18 oktober 1935 officieel in gebruik genomen centrale werden aangevoerd via een circa 750 m lange tramlijn waarop twee elektrische kolenmotorwagens reden. De kolen werden in de haven vanuit een schip per kraan in deze kolentrams gestort, waarna ze per kolentram werden getransporteerd naar een losinrichting. Na lossing in een put gingen de kolen per transportband naar de stookinrichtingen. Deze kolentrams waren onderlossers met een capaciteit van 40 ton steenkool met aan weerszijden een cabine. De bovenleiding was excentrisch opgehangen ten opzichte van het midden van het spoor om het beladen via de bovenzijde van de kolentrams mogelijk te maken. De sporen lagen in een havengebied, hetgeen heeft bijgedragen aan de onbekendheid met dit fenomeen.

De RET was zijdelings betrokken bij deze tramlijn door het leveren van expertise, onderdelen en materialen voor de kolentrams en de tramlijn. Er heeft op deze lijn tot de oorlog zelfs nog een oude RET-tram (motorrijtuig 79) gereden, eerst als montagewagen en later als rangeerwagen. Na de bouw van een gasgestookte eenheid en het toenemende milieubewustzijn, waarbij destijds geen ruimte meer was voor kolengestookte energiecentrales, werd de laatste koleneenheid op 27 november 1976 stilgelegd. Daarmee viel ook het doek voor deze bijzondere tramlijn.

Alhoewel er sprake was van goederenvervoer per spoor werd de lijn voor de elektriciteitscentrale toch als kolentramlijn aangeduid. Het bijzondere karakter met elektrische aandrijving via een bovenleiding én de bemoeienis van de RET is hieraan wellicht niet vreemd.

Motorrijtuig 79, verkocht aan het GEB waar het eerst als bovenleidingmontagewagen werd ingezet en later omgebouw tot rangeertram.