Van Gog

GESCHIEDENIS busbedrijf GEBR. VAN GOG

Het Autobusbedrijf Gebr. Van Gog (afgekort Van Gog) te Capelle aan den IJssel, ook bekend als Onderlinge Auto Omnibus Maatschappij (O.A.O.M), is een voormalig Nederlands openbaar vervoerbedrijf, dat van 1923 tot 1967 zelfstandig actief was in het streekvervoer per autobus in het gebied tussen Rotterdam en Gouda en met touringcars.

Particuliere busonderneming Gebr. van Gog, Volvo, bus 74, Delftseplein 1967

Geschiedenis

Het bedrijf werd opgericht in 1923 door de broers Wim en Leen van Gog, die een lijndienst startten tussen Rotterdam en Gouda. In hetzelfde jaar kwam er een lijndienst tussen Rotterdam en Zevenhuizen bij en kwamen ook hun broers Klaas en Arie bij de firma. In de beginjaren was Van Gog een volledig familiebedrijf, maar toen de passagiersaantallen groeiden, kwam er meer personeel bij. In 1934 werd de lijn Rotterdam – Nieuwerkerk aan den IJssel via de ‘s-Gravenweg overgenomen van de NV Auto Omnibus Maatschappij “De Ster” te Rotterdam, die hier sinds 1922 gereden had. Tussen 1940 en 1944 werd een deel van Van Gogs lijndiensten stilgelegd vanwege de vordering van het wagenpark tijdens de Duitse bezetting. In 1944 werden de activiteiten geheel gestaakt tot na de bevrijding.

In 1948 sloot het bedrijf zich aan bij de Stichting Coördinatie Autovervoer Personen (C.A.P.). Dit samenwerkingsverband van elf kleine particuliere busbedrijven in Zuid-Holland en Utrecht werd opgericht om zich te verdedigen tegen de invloed van de Nederlandse Spoorwegen, die via een netwerk van dochterondernemingen een steeds groter deel van het Nederlandse streekbusvervoer in handen kreeg. Al in 1947 had NS vergeefs een bod gedaan op het bedrijf van Van Gog.

In de jaren vijftig en zestig nam het vervoer op de lijnen van Van Gog sterk toe, vooral doordat Capelle aan den IJssel zich ontwikkelde tot een forensendorp voor Rotterdam. Er kwamen dan ook lijnen bij en de bussen gingen vaker rijden. Ondanks protest van Van Gog kreeg echter ook het stadsvervoerbedrijf RET een concessie voor een buslijn naar de Capelse nieuwbouwwijken.

Middelwatering.

In 1962 werd de firma omgezet in een naamloze vennootschap, met alle aandelen in handen van de familie Van Gog. De naam O.A.O.M werd daarna niet meer gebruikt. De eigenaren kwamen echter op leeftijd en opvolgers binnen de familie dienden zich niet aan. De rendabiliteit kwam onder druk te staan doordat de (personeels)kosten explosief gestegen waren, terwijl de rijksoverheid nog aarzelde over toekenning van subsidies aan het openbaar vervoer. Daardoor kon het bedrijf niet op de oude voet worden voortgezet en werd besloten tot verkoop.

Van Gog was het eerste lid van de Stichting C.A.P. dat zich liet overnemen door een NS-dochter, namelijk de Citosa te Boskoop. Op 1 oktober 1967 werden de aandelen overgedragen en trok de familie Van Gog zich terug. Als Van Gog’s Autobusdiensten NV bleef het bedrijf nog tot 1 januari 1974 bestaan als dochteronderneming van Citosa en vanaf 1 januari 1969 van diens opvolger Westnederland. Van 1969 tot 1974 werden ook de stadsbusdiensten van Gouda, die aan Westnederland waren overgedragen door C.A.P.-deelnemer Van Eldik, geëxploiteerd onder de naam Van Gog.

O.A.O.M Gebr. van Gog 1 | De periode 1923 – 1944

Gebr.vanGog-18

Particuliere busonderneming Gebr. van Gog, oplevering van de nieuwe garage met 11 bussen,1930; 10x De Dion-Bouton, 5e van links G.M.C.

In 1923 richtten de broers Leen en Wim van Gog uit Capelle a/d IJssel de “Onderlinge Auto Omnibus Maatschappij” op en startten in het voorjaar een autobusdienst tussen Rotterdam en Gouda via Capelle, Nieuwerkerk en Moordrecht. Op 3 september werd een tweede buslijn gestart, van Rotterdam via Oud-Verlaat naar Zevenhuizen; de officiële dienstregeling ving aan op 12 september. In de loop van de jaren ’20 traden ook de broers Klaas en Arie toe tot de firma. Oom Kees Donker en Tante Trijntje, een zus van Simina (de moeder van de Gebr.van Gog), hadden geen kinderen en hebben Wim en Leen uit de opbrengst van hun kruidenierswinkeltje in Kralingse Veer een bedrag beschikbaar gesteld om het bedrijf te kunnen starten. Er werd begonnen met vijf T-Fords, daarna volgden een G.M.C. en twee Latils. Vanaf najaar 1925 werd De Dion Bouton gedurende een aantal jaren het vaste huismerk. Alleen in 1930/31 werden een G.M.C. en twee Studebakers aangeschaft. Toen De Dion Bouton medio jaren ’30 de productie staakte vond men dat bij van Gog niet echt prettig. Men probeerde aanvankelijk het DDB-tijdperk te rekken; zo werden tussen 1932 en 1938 maar liefst zeven DDB’s voorzien van een tweede carrosserie. Daarnaast werden in die tijd diverse lijndienstwagens van een dieselmotor voorzien wat een aanzienlijke brandstofbesparing opleverde. Ondanks de crisisjaren floreerde het bedrijf. Naast de dienst op de drukke hoofdlijn Rotterdam – Gouda werd ook veel toerwerk verricht, niet alleen in Nederland, ook het Duitse Ahrdal en het Franse Lourdes waren regelmatig terugkerende bestemmingen.

Dienstreg 1923A

Het Nijmeegs garagebedrijf N.V. L.A. Moll’s ATIM (Automobielen- en Technisch-Industrieele Maatschappij) was van 1906 tot 1933 de importeur voor De Dion Bouton in Nederland en de firma van Gog was een goede klant van deze ondernemer Vermoedelijk zijn alle de Dion Bouton chassis’ door Moll aan van Gog geleverd. Anderzijds bezaten de Gebr. van Gog in 1954 174 aandelen van de N.V. Moll’s ATIM. Dit geeft aan dat er wederzijds een groot vertrouwen was. Van het bedrijf Moll, dat in 1955 uit Nijmegen vertrok naar Arnhem en daar rond 1980 werd opgeheven, zijn geen archieven bewaard gebleven.

In 1937/38 ging men serieus op zoek naar een ander merk. Er kwamen drie nieuwe wagens in dienst: een Krupp, een White en een Volvo. Dit laatste merk werd het; bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog waren er reeds zeven Volvo’s in dienst. In de periode 1945-1947 verschenen noodgedwongen nog acht wagens van diverse pluimage, verder werden alleen nog Volvo’s aangeschaft, in totaal maar liefst 81 stuks!

(Overigens is het nog steeds niet mogelijk om een exacte wagenparklijst van de periode 1923 – 1940 samen te stellen. De archieven van de OAOM zijn bij de verkoop van het bedrijf in 1967 voor het grootste deel vernietigd)

Desondanks duiken af en toe nog nieuwe gegevens op. Zo kwam najaar 1997 het bestaan van een T-Ford nr. 5 aan het licht en bleek in november 2000 dat er in de jaren ’30 naast de al bekende bussen ook een De Dion Bouton nr. 9 in dienst was. Tenslotte werd in mei 2007 duidelijk dat er niet vier, maar vijf T-Fords in dienst geweest zijn.) De eerste wagens hadden een carrosserie van de firma Hoogteijling, van 1924 t/m 1928 was het Rotterdamse bedrijf Th. de Rijk enige tijd leverancier. Vanaf 1929 werd carrosseriefabriek Den Oudsten & Domburg te Woerden de vaste leverancier; alleen in 1939 (Volvo 8) en 1940 (Volvo’s 9 en 16) werden drie bussen voorzien van een Werkspoor-carrosserie. Ook na 1945 bleef de toen tot Den Oudsten & Zn. omgedoopte Woerdense firma Van Gog’s carrosseriebouwer. De eerste Fords waren in 1923 okergeel geschilderd. Al snel werden de wagentjes overgeschilderd: crème dak, rode band met firmanaam of routeaanduiding onder de ramen, groene onderzijde en rode spatborden. Toen in de jaren ’60 een nieuwe huisstijl werd ingevoerd bleven de oorspronkelijke kleuren wel gehandhaafd. De garage, vanaf de oprichting gevestigd aan de Capelseweg 34-36 werd al snel te klein. Eind 1930 verhuisde men naar nieuw bedrijfspand aan de Capelseweg 120; in 1951 en 1962 vonden op deze locatie verdere uitbreidingen plaats.

In 1934 werd het autobusbedrijf “De Ster”overgenomen. Deze onderneming bereed sinds 1922 het traject Rotterdam – Nieuwerkerk v.v. via de ‘s-Gravenweg. Voor Van Gog kwam de overname op een uiterst gunstig tijdstip, want juist op 15 mei 1935 sloten de Nederlandsche Spoorwegen alle stations en haltes tussen Rotterdam en Gouda. Het station Nieuwerkerk en de haltes Capelle en Kralingsche Veer lagen allemaal op korte afstand van de ‘s-Gravenweg, de in Nieuwerkerk gelegen halte Ouderkerk bevond zich sinds 1925 zelfs op de locatie “Scheve Overweg” zodat trein en bus elkaar daar kruisten!

In 1923 begon men met een vrij onregelmatige dienst op Rotterdam – Gouda; de lijn naar Zevenhuizen werd eens in de 2½ uur bediend. De lijn Rotterdam – Gouda was zo’n succes dat reeds in 1927 een starre uurdienst werd gereden. Zomer 1928 werd op dinsdag, woensdag, donderdag en op zaterdagmiddag een tussendienst ingevoerd op het traject Rotterdam – Kortenoord Veer, waardoor op dit gedeelte een halfuurdienst ontstond.

De dienstregeling van 1928

Dienstreg 1928 Rtd Gd

Boven de vrijwel starre uurdienst Rotterdam-Gouda v.v., onder de in oktober 1926 ingevoerde voorlopige dienst Rotterdam-Kortenoord v.v. Let op IJsel; dit wordt hier consequent met één S geschreven. In de dienstregeling van 1935 wordt wél de juiste spelling gehanteerd. Een enkele reis Rotterdam-Gouda kostte in 1928 70 cent, terwijl voor een enkeltje Nieuwerkerk-Rotterdam of Nieuwerkerk-Gouda 40 cent moest worden neergeteld. De prijs van een retour Rotterdam-Kortenoord was 65 cent. Voorts waren er enkele opvallende prijsverschillen. Zo kostte een enkele reis Rotterdam-Kortenoord 40 cent, maar als men dit traject met de bus naar Gouda aflegde moest 45 cent worden betaald. Daarentegen was de prijs voor een enkeltje Nieuwerkerk-Kortenoord in de bus naar Gouda 10 cent en op de dienst met eindpunt Kortenoord 15 cent.

In 1928 vroeg de M.E.G.G.A. een vergunning aan om haar lijn Rotterdam – Kralingsche Veer – Capelle te mogen doortrekken van Capelle Dorp naar de buurtschap Schenkel. Voor Gebr. van Gog was dit aanleiding om de volgende vergunningen aan te vragen: de hoofdlijn Rotterdam – Gouda zou het traject Kralingscheweg-Bermweg-Caplescheweg verlaten en gaan rijden via Plaszoom-Terbregscheweg-Hoofdweg. Er zou een nieuwe dienst komen van Rotterdam Oostplein via Kralingscheweg-Bermweg-Capelscheweg naar het kruispunt met de Hoofdweg. Verder wilde men het traject van de dienst Rotterdam – Zevenhuizen wijzigen; in plaats van de route Plaszoom-Terbregscheweg-Hoofdweg-Capelscheweg (noordelijk gedeelte)-Ommoordscheweg zou de lijn rechtstreeks via de Plaszoom, de Terbregscheweg en de Ommoordscheweg gaan rijden, dus niet meer via de Hoofdweg en het stuk Capelscheweg ten noorden van de Hoofdweg. Bedenk hierbij dat de Boszoom nog niet bestond (daar lag toen de Ceintuurbaan) en dat de Terbregs(ch)eweg toen nog aansloot op de Plaszoom! Door ingrijpen van de Capelse burgemeester, die geen behoefte had aan twee elkaar op leven en dood bestrijdende concurrenten in zijn gemeente en de M.E.G.G.A. bewoog om af te zien van verlenging van haar lijn naar Schenkel, bleef bijna alles zoals het was. Van Gog’s hoofdlijn bleef over zijn oude route rijden en de vergunning voor de “nieuwe” lijn Rotterdam-Kralingscheweg-Bermweg-Capelscheweg werd weer ingetrokken. Wat wel wijzigde was de route van de lijn naar Zevenhuizen; deze ging nu inderdaad via de Terbregscheweg naar de Ommoordscheweg.

In 1930 was het vervoer dermate gestegen dat (behalve op maandag en vrijdag) de gehele lijn elk half uur bereden werd! De bus naar Zevenhuizen reed inmiddels om de 2 uur. Op de in 1934 van “De Ster” overgenomen lijn Rotterdam – Nieuwerkerk werd om de drie kwartier gereden; dit werd per 15 oktober 1939 omgezet in een uurdienst. In de oorlogsjaren ging de frequentie door vordering van bussen en beperking van brandstofgebruik snel omlaag. De dienstregeling van 7 oktober 1940 gaf nog slechts een uurdienst op de hoofdlijn; de komst van de nieuwe Volvo’s 9 en 16 maakte dat er in de dienstregeling van 11 november 1940 in de spitsuren weer ruimte was voor enkele extra diensten tussen Rotterdam en Capelle Schenkel.  Op de voormalige Ster-lijn Rotterdam – Nieuwerkerk werd per 26 augustus 1940 om de 1½ uur gereden.

De dienstregeling van 14 december 1935 was een succes en zou tot het begin van de 2e Wereldoorlog vrijwel ongewijzigd gehandhaafd blijven. Slechts enkele aankomst- en vertrektijden van de voormalige STER-lijn Rotterdam-Nieuwerkerk schoven wel eens enige minuten op; een gevolg van het feit dat deze lijn maar liefst driemaal de spoorlijn Gouda-Rotterdam Maas kruiste, waardoor de bussen regelmatig met gesloten overwegbomen te maken hadden.

Na het bombardement van Rotterdam in mei 1940 was het eindpunt Oostplein/Oostzeedijk niet meer bereikbaar. De eindhalte werd verplaatst naar de Jericholaan/hoek Oudedijk, een situatie die de gehele oorlogsperiode gehandhaafd zou blijven. Op deze manier bespaarde men een kilometer aan (schaarse) brandstof én banden. Toen in het begin van de oorlog de dienst naar Zevenhuizen via Oud-Verlaat op overheidsbevel moest worden gestaakt, werd in het najaar van 1940 de voormalige STER-lijn doorgetrokken naar Zevenhuizen, doch deze situatie heeft slechts tot 15 mei 1942 bestaan. De dienstregeling van 9 december 1940 laat een 2-uurdienst zien op het traject Rotterdam –  Nieuwerkerk – Zevenhuizen v.v. met 7 ritten per dag in elke richting. Op deze dienstregeling staat getypt: “In verband met hooger beroep en/of onderlinge correspondentie met Den Haag”. Al spoedig worden twee middagritten in beide richtingen geschrapt.

In 1940 verscheen geen Reisgids meer; er kwamen dienstregelingen op losse papiertjes. Boven de dienstregeling Rotterdam-Nieuwerkerk via de ‘s-Gravenweg van 26 augustus, eronder die van Rotterdam-Gouda van 7 oktober 1940. Merkwaardig op beide documenten is de naam “Schinkel” in plaats van Schenkel. In de dienstregelingen van 1937 en 9 december 1940 staat wel correct “Schenkel” terwijl in 1942 wederom “Schinkel” voorkomt.

In het Rotterdamsch Nieuwsblad van 30 januari 1942 staat een bericht dat op zondagen op beide overgebleven lijnen (Rotterdam – Gouda en Rotterdam – Zevenhuizen) nog slechts vier retourritten per dag mogen worden gemaakt. Uit een document van vrijdag 15 mei 1942 blijkt dat van Gog nog slechts vergunningen had voor de hoofdlijn Rotterdam – Gouda en het traject Rotterdam – Nieuwerkerk via de ‘s-Gravenweg . In Nieuwerkerk werd, om brandstof te sparen, niet verder gereden dan de driesprong ‘s-Gravenweg-Kerklaan; de eindhalte was voor het pand van bakkerij Pinkse. Zevenhuizen werd dus niet meer bediend, maar behield wel zijn busverbinding Rotterdam – Boskoop via Bergschenhoek – Bleiswijk – Moerkapelle – Zevenhuizen – Waddinxveen. Deze lijn was in 1920 geopend door de Fa. Gebr. G. & W. Buitelaar uit Waddinxveen. Op 15 mei 1942 werd door de landelijke Commissie Vergunningen Personenvervoer (CVP), op basis van verleende concessies een samenwerking tussen de streekvervoerbedrijven opgelegd, waarbij veel autobusbedrijven hun lijnennet geheel of gedeeltelijk zagen verdwijnen. De exploitatie van de dienst Rotterdam – Boskoop kwam op deze “zwarte vrijdag” in handen kwam van Citosa. Er was een zeer goede band tussen Gebr. Buitelaar en Gebr. van Gog. Zo heeft van Gog in 1948 een poging ondernomen om de vergunningen voor de vroegere Buitelaar-trajecten in de wacht te slepen met de bedoeling deze concessies door te spelen aan Buitelaar en deze lijnen onder CAP-vlag te exploiteren. Deze opzet mislukte echter omdat de CVP van mening was dat de door Citosa uitgevoerde diensten voldoende waren en dat van Gog bovendien nooit op deze trajecten gereden had. Het leidde in 1952/53 tot een tijdelijk zeer troebele verhouding met Citosa, maar in 1957 werd deze “ruzie” bijgelegd, zo zou de verdere geschiedenis ons leren.

Overgens had NS al in 1941 belangstelling voor het bedrijf van Gebr. van Gog. Er zijn toen gesprekken geweest waaruit bleek dat Gebr. van Gog beslist niet wilden werken onder Jelle Kok (de directeur van Citosa) en dat NS het moeilijke karakter van Jelle Kok onderkende.

Gebr.vanGog-4

Particuliere busonderneming Gebr. van Gog, De Dion-Bouton/Den Oudsten & Domburg, bus 22.

Voorts is er een verslag van 7 januari 1947 waarin staat dat de NS van plan was een NV Van Gog op te richten, met als directeur P.C. van Houten (een hoge functionaris bij de ATO). De Gebr. van Gog zouden dan in dienst van de NV komen, maar dus niet onder Jelle Kok. De vergunningen zouden wel naar de Citosa gaan (dat was ook een wens van de CVP), maar de exploitatie zou plaatsvinden door NV Van Gog. Te zijner tijd zou dan een federatie worden gevormd (à la TP met WSM, Citosa en Rijnstreek). De gebroeders van Gog vroegen ƒ 300.000,00 voor goodwill; NS bood de helft. Het bod verliep eind februari 1947 en het verhaal is dus niet doorgegaan.

Na de bevrijding reed van Gog weer door naar Zevenhuizen. Toen op 4 november 1946 de dienst via Oud-Verlaat werd hervat kreeg Zevenhuizen op werkdagen een uurdienst; het ene uur via Oud-Verlaat, het andere uur via Nieuwerkerk.

Materieel in de oorlogsjaren 1939 -1944:

1 – DE DION BOUTON : Begin van de oorlog gevorderd – teruggekomen – daarna opnieuw gevorderd en niet meer teruggekeerd.

2 – VOLVO : In de oorlog reservewagen, weinig in dienst. Heeft van alle wagens het minst te lijden gehad in de oorlog.

3 – WHITE : In 1941 als eerste bus bij Gebr. Van Gog met houtgasgenerator, merk Imbert.

7 – DE DION BOUTON : In de oorlog geruime tijd buiten gebruik.

8 – VOLVO : Meestal in dienst op Rotterdam – Zevenhuizen. Na staking van de dienst via Oud-Verlaat in de oorlog in gebruik op de (tijdelijk) naar Zevenhuizen doorgetrokken lijn via Nieuwerkerk. Vanaf mei 1941 met houtgasinstallatie.

9 – VOLVO : In de oorlog in dienst met aan de bus vastgebouwde “Ostmark”- vergasser.

12 – DE DION BOUTON : Kwam in de oorlog als laatste in dienst met houtgasinstallatie.

14 – DE DION BOUTON : Gevorderd tijdens mobilisatie of in begin oorlog (1939 of 1940).

15 – DE DION BOUTON : Gevorderd tijdens mobilisatie of in begin oorlog (1939 of 1940).

16 – VOLVO: In de oorlogsjaren in dienst met houtgasgenerator op losse aanhangwagen.

19 – VOLVO : Gevorderd Duitse Wehrmacht mei 1940, niet meer teruggekeerd.

20 – VOLVO : Gevorderd Duitse Wehrmacht mei 1940, niet meer teruggekeerd.

21 – VOLVO : Na het ernstige ongeval op 23-02-1941, waarbij 11 mensen om het leven kwamen vrij snel hersteld en weer in dienst in (om herkenning te voorkomen) gewijzigde beschildering, met het nieuwe nummer 5 en met houtgasgenerator.  Op 07.04.1941 was de 5 alweer in dienst!

23 – DE DION BOUTON : Samen met Volvo 5 (ex-21) in de oorlogsjaren het meest in dienst op Rotterdam – Gouda.

24 – DE DION BOUTON : In het begin van de oorlog gevorderd, teruggekeerd, voor 07.04.1941 opnieuw gevorderd en niet meer teruggekeerd.

25 – KRUPP : In het begin van de oorlog gevorderd, teruggekeerd.- na 07.04.1941 opnieuw en nu voorgoed verdwenen.

De materieelsituatie in de periode 1944-1945

In de oorlogsjaren werden regelmatig bussen gevorderd. Nadat op 5 september 1944 wederom enkele wagens in beslag genomen waren, werd besloten de dienst geheel te staken. Het volgende overzicht geeft een beeld van de materieelsituatie in de periode 5 september 1944 – mei 1945:

2 – VOLVO : Deze bus stond zonder wielen in de garage. De steekas was verborgen in een broeibak bij Leen van Gog. Toch gevorderd en mei ‘45 aangetroffen met wielen, maar zonder banden. Na de bevrijding werd het front verbouwd; de 2 bleef bij van Gog tot t/m 1955 in dienst.

3 – WHITE : Oktober ‘ 44 gevorderd en neergezet op de hoek Ringvaartweg/Turfweg als schuillokaal bij een zoeklicht. Later gesignaleerd op de Abr. Van Stolkweg te Rotterdam als schaftlokaal. Hier is de canvas bekleding eruit gesneden. Na de bevrijding weer in dienst bij van Gog t/m eind 1947 / begin 1948.

5 – VOLVO (EX-21) : Op 5 september ‘44 in dienst en gevorderd. Is dezelfde dag beschoten bij de overweg van de Hoofdweg in de Ceintuurbaan. Na de bevrijding niet meer teruggekeerd.

7 – DE DION BOUTON : Gevorderd t.b.v. Organisation Todt, dit was de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Stond in 1944 bij Den Oudsten te Woerden om i.o.v. A.T.O. hersteld te worden, dit is niet gebeurd. In mei ‘45 door Leen van Gog gesignaleerd bij Den Oudsten, teruggehaald en weer in dienst t/m einde 1947.

8 – VOLVO : Op 5 september ‘44 in dienst op Rotterdam – Nieuwerkerk en gevorderd. In oktober ‘44 nog waargenomen op de Goudse Kleiweg. Winter ‘44/’45 nog gezien op de Fluwelensingel te Gouda, bemand door Duitse militairen, daarna voorgoed verdwenen.

9 – VOLVO : Onklaar gemaakt en op 5 september ‘44 niet rijvaardig. De 9 en eerder genoemde 2 kwamen na de bevrijding als eerste bussen weer in dienst. De 9 bleef nog bij van Gog t/m begin 1963.

12 – DE DION BOUTON : Kwam als laatste in de oorlog in dienst met houtgasinstallatie en reed toen af en toe de dienst via de ‘s-Gravenweg naar Nieuwerkerk. In september ‘44 gevorderd en zonder motor bij Den Oudsten te Woerden terecht gekomen. Na de bevrijding teruggehaald en weer in dienst t/m 1948.

16 – VOLVO : Op 5 september ‘44 zonder motor in de garage. De motor was bij een boer aan de Capelseweg onder het stro verstopt. Na de bevrijding weer in dienst t/m 1953.

23 – DE DION BOUTON : Op 5 september ‘44 in dienst en gevorderd. Als Rode Kruisbus naar het front in Frankrijk. De 23 is in de oorlog nog terug geweest bij van Gog voor vervanging van een gebroken achteras en daarna voorgoed verdwenen.

Periode 1945-1967

Van de in september 1944 nog aanwezige bussen werden vitale onderdelen op verschillende locaties verborgen. Na de bevrijding kwamen enkele bussen terug; samen met de nog aanwezige exemplaren werden ze provisorisch opgelapt. Zes bussen overleefden de oorlog: De Dion Boutons nrs. 7 en 12, White nr. 3 en de Volvo’s nrs. 2, 9 en 16. Najaar 1945 kreeg men twee Austin Bellewagens toegewezen (nrs. 1 en 4), begin 1946 gevolgd door vier Amerikaanse ex-legerbussen van het merk White Scout (nrs. 5-6-8-10). Ook kwamen in 1946 nog een Bedford met rechts geplaatst stuur (nr. 11) en de eerste nieuwe Volvo (nr. 14). Najaar 1947 volgde nog een (niet zo succesvolle) Ford (nr. 15) die na ruim een jaar al weer werd doorverkocht

De dienstregeling ingaande 1 juli 1946 was al de derde van dat jaar. Eerdere versies verschenen op 4 februari en 1 april 1946 en naar mate er weer meer bussen in dienst kwamen, werden er steeds enkele ritten toegevoegd. Op 30 oktober 1946 werd de 2-uursdienst Rotterdam-Zevenhuizen via Oud Verlaat hervat en ongetwijfeld zal er toen weer een nieuwe dienstregeling verschenen zijn.

In de jaren 1948-1949 verscheen een groot aantal nieuwe Volvo’s waardoor oude wagens en “bedrijfsvreemde” merken konden worden afgevoerd. In die jaren verschenen de kleine Volvo’s 7, 8, 12 en 15 op de weg; voor de 7 en 12 werd gebruik gemaakt van de gereviseerde carrosserieën van de voormalige De Dion Boutons die onder dezelfde nummers nog tot 1947/48 in dienst waren. Verder kwamen de series 17-20 en 21-24 in dienst, grote frontstuurwagens (44 zitplaatsen) met dieselmotor.

In 1950 kwam de laatste Volvo met benzinemotor (nr. 10), daarna werden alleen nog bussen met dieselmotor in dienst gesteld. Hieronder in beknopte vorm een overzicht van de vanaf 1950 in dienst gestelde wagens, alle Volvo’s met carrosserieën van Den Oudsten:

Jaar:Nummer(s)Aantal zitplaatsen:
195025-2644
19502736
195128-2944
195230-3144
195332-3444
195335-3636
1953/5437-3850
195439-4044
195441-4444
195545-4637
195547-4840
19554941
195650-5145
195652-5348 (vanaf 1968/69: 43 zitpl.)
195654-5644
195757-5944
195860-6150
195862-6437
1958/5965-7044
1959/6071-7344 (vanaf 1964: 43 zitpl.)
1960/6174-7844 (vanaf 1965: 40 zitpl.)
1962/6379-8443
196385-8643 (vanaf 1964: wagen 85: 39 zitpl. - vanaf 1965: wagen 86: 35 zitpl.)
196387-9247

In de jaren ’50 kwam het bedrijf wederom tot grote bloei. Behalve het groeiend aantal passagiers op de hoofdlijn Rotterdam – Gouda liep ook het toerwerk als een trein. Tussen 1955 en 1963 werden dan ook 17 speciale toerwagens aangeschaft, met kapruiten voor een beter uitzicht en deels ook voorzien van luxueuze stoelen met hoofdsteunen. De overige wagens werden in hun eerste levensjaar meestal ook als toerwagen gebruikt en daarna op de lijndienst ingezet. Sinds 1947 was het bedrijf aangesloten bij de Stichting CAP (Coördinatie Autovervoer Personen), een stichting waarbij diverse particuliere autobusondernemingen aangesloten waren. Met een CAP-dagkaart kon men voordelig “een dagje uit” naar o.a. Utrecht, Soest, Spakenburg, de piramide van Austerlitz of Ede. Bij de Stichting CAP waren de volgende particuliere autobusondernemingen aangesloten: Blom & Zanen, Gouda, later VAGU, Oudewater – J. Dijkhuizen, Spakenburg  –  N.V. v/h A.M. van Eldik, Gouda  –  Gebr. van Gog, Capelle a/d IJssel  –  N.V. v/h Wed. A.W. de Haas, Veenendaal  –  W. de Haas (KABO), Vleuten  –  P. Langhout (NAL), Ter Aar  –  W.C. Tensen, Soest  –  V.A.V.O., Schoonhoven  –  J. Verhoef, Driebruggen  –  W.A.B.O., Wijk bij Duurstede.

Gebr.vanGog-55

Gebr. van Gog, wagen 62, garage Capelle aan den IJssel, 2-1970

In de CAP-dienstregeling kreeg van Gog de volgende lijnnummers toegewezen:

•             14           Rotterdam – Zevenhuizen via Oud-Verlaat (was eerst nog enige tijd lijn 17)

•             15           Rotterdam – Zevenhuizen via Nieuwerkerk

•             16           Rotterdam – Gouda

 

Vooral in de periode 1953-1962 was er bij van Gog een zeer snelle doorstroming van het materieel; de meeste wagens werden in die tijd al na 4 à 5 jaar doorverkocht en vervangen door nieuwe bussen! Dat het bedrijf toen goed liep bleek wel uit het feit dat nieuw aangekochte bussen in die jaren meestal contant betaald werden. In 1962 werd het bedrijf omgezet in een familie-N.V. De letters O.A.O.M. verdwenen geleidelijk van de bussen en men presenteerde zich als “Gebr. van Gog N.V”. In december 1958 werd een korte lijn (16A) geopend van het Ambonezenwoonoord “IJsseloord” via Capelle Dorp naar Schenkel (garage). In februari 1963 volgde lijn 16B, die de nieuwe Capelse woonwijk Middelwatering verbond met Schenkel en vandaar als lijn 16 op de hoofdlijn doorreed naar Rotterdam CS. Op dit traject werd hevig geconcurreerd met de RET die via de Ketense Dijk en Kralingse Veer ook tussen Middelwatering en Rotterdam centrum reed. Een groot verschil was het gebruikte materieel; de RET reed op lijn 34 met Saurers uit 1950, van Gog zette juist zijn nieuwste wagens uit de serie 87-92 in op lijn 16B!

In 1946 werd op Rotterdam – Gouda de uurdienst weer ingevoerd en per 1 december 1947 werd als vanouds om het half uur gereden. De voormalige STER-lijn kende in 1946 een uurdienst op het traject Rotterdam – Nieuwerkerk, waarbij eens in de twee uur werd doorgereden tot Zevenhuizen. Nadat op 30 oktober 1946 de 2-uurdienst naar Zevenhuizen via Oud-Verlaat in ere was hersteld, reden de beide lijnen op werkdagen om en om naar Zevenhuizen waardoor deze plaats over een uurdienst naar Rotterdam beschikte. Op het traject Nieuwerkerk – Rotterdam via ‘s-Gravenweg werden tussendiensten gereden zodat de bewoners ook daar meestal een uurdienst hadden. Door allerlei maatschappelijke veranderingen werden de vooruitzichten voor het bedrijf halverwege de jaren ’60 wat minder rooskleurig. Zo werden in 1964 voor het eerst sinds 1946 de tarieven verhoogd en een bestelling op twee luxe Volvo toerwagens werd geannuleerd. Wel werd vrijwel het gehele wagenpark in 1964-1965 in de nieuwe huisstijl overgeschilderd waardoor het bedrijf toch een modern aanzien behield. De gezondheid van de beide gebroeders Leen en Arie (Klaas overleed in 1950 en Wim in 1961) was niet meer optimaal en binnen de familie waren geen gegadigden voor de opvolging.

Gebr.vanGog-8

Particuliere busonderneming Gebr. van Gog, dienst Middelwatering-IJsseloord, Volvo-Den Oudsten, bus. 89, Delftseplein Rotterdam, 1971 VB-94-14

In 1957 was met het aangrenzende vervoersbedrijf “Citosa” afgesproken dat, als van Gog ooit zou verkopen, dat aan Citosa zou zijn. Tien jaar later, op 1 oktober 1967 was het zo ver: van Gog werd onderdeel van NS-dochter Citosa. Bussen en personeel gingen over naar het nieuwe moederbedrijf, alleen de gebouwen bleven eigendom van de familie van Gog die de garage aan de nieuwe exploitant verhuurde. Om fiscale en juridische redenen werd de exploitatie nog tot 1974 voortgezet onder de naam “Van Gog’s Autobusdiensten N.V.” Daarna stond op de bussen nog slechts de naam ‘Westnederland”en ook de voormalige van Gog-garage werd een jaar daarna verlaten. In 1972 werden de laatste Volvo’s verkocht aan de firma Snel & Co. te Pernis; vanaf dat jaar zagen we alleen nog bussen van NS-dochters met de naam “VAN GOG” erop geplakt.

De huisstijl

Vanaf ongeveer 1933 tot voorjaar 1963 werden vrijwel uitsluitend wagens met rode sierspatborden in dienst gesteld. Eind jaren ’50 was men op zoek naar een nieuwe huisstijl; in de periode 1959 – 1961 kwamen enkele wagens (9, 44 t/m 46 en 54 t/m 56) in een experimentele beschildering op de weg. Erg tevreden was men daar vooralsnog niet over; toen najaar 1963 de nieuwe turbo’s serie 87-92 in dienst kwamen werd wel een nieuwe huisstijl gevonden. Rond die tijd waren bij wijze van proef ook al de oudere wagens 49, 50 en 51 in deze kleurstelling op de weg verschenen en in 1964/65 werden ook de 52-53, 57-60 en 65-86 in hoog tempo overgeschilderd. De wagens 9, 44, 54 en 55 verschenen alle in verschillende uitvoeringen op de weg; de uitvoering van de 45, 46 en 56 was gelijk aan die van de 55. Wagen 61 behield altijd de oorspronkelijke beschildering. Ook de kleine toerwagens 62 en 63 ontsnapten aan de modernisering maar zij ondergingen wel enkele kleine wijzigingen. In de rode band onder de ramen kwam het nieuwe logo; de vermelding ‘Rotterdam – tel. 122122’ kwam, evenals bij de wel gemoderniseerde bussen op de achterzijde te staan. Na de overname van van Gog door Citosa werd najaar 1967 vrij snel een aanvang gemaakt met het geel/grijs schilderen van een groot aantal bussen. Op de eerste drie overgeschilderde wagens (79, 87 en 83) stond gedurende enkele maanden het oude Citosa-logo met de naam Van Gog N.V. Wagen 70 kreeg op de zijwand het Gebr. van Gog-logo, eveneens met de naam Van Gog N.V.

Naar het materieeloverzicht van Van Gog

© Hans de Vlaming – 13 juni 2007

http://station-nieuwerkerk.magix.net

Klik hier voor busfoto’s van Van Gog.

  6 comments for “Van Gog

  1. 5 januari 2014 at 21:23

    Mooie documentatie Hans…wij waren vroeger ook nogal gek met het het volgen van de ontwikkelingen. Vooral als er dan weer nieuwe bussen opgeleverd werden en die toevallig over de Hoofdweg kwamen in colonne waren we door het dolle heen. Maar zo intens als jij zijn we er nooit ingedoken. Prachtig hoor.

    • 7 januari 2014 at 19:25

      Van Gog blijft me boeien. Ik heb ook heel wat bussen nieuw zien komen toen ik op de Hoofdweg woonde. Ook ging ik vaak (eerst met Pa, later alleen) in de garage aan de Capelseweg kijken. Op mijn website http://home.tiscali.nl/station_nieuwerkerk/index.html staat nog veel meer maar ook lang niet alles. Mijn totale van Gog-archief omvat 12 ringbanden met ruim 900 foto’s. documentatie, archifstukken en 3 kistjes buskaartjes. En elke keer krijg ik weer foto’s die ik nog niet kende.

  2. 23 oktober 2014 at 10:51

    Mijn website is verplaatst naar http://station-nieuwerkerk.hostfree.nl/

  3. 26 oktober 2014 at 19:32

    De nieuwe horsting was blijkbaar niet voor iedereen helemaal veilig. Volgens Norton is deze dat wel:

    Autubusbedrijf Van Gog staat nu op: http://station-nieuwerkerk.magix.net/

Geef een reactie