RET bus huisvesting

Het begon met de Lusthofstraat

Voor de bij dit onderwerp behorende fotogalerijen klik hier.

Met de overgang van de RETM op 15 oktober 1927 naar de RET plaatste de nieuwe organisatie zich voor de uitdaging het vervoer in de Maasstad te reorganiseren. Dat het trammaterieel aan vernieuwing toe was stond vast, maar het nieuw opbouwen van een busbedrijf was iets anders.
Het besluit van de Gemeenteraad op 4 april van dat jaar behelsde echter ook het intrekken van alle particuliere vergunningen waarmee duidelijk werd dat de geplande 7 buslijnen hoe dan ook moesten gaan komen.

Toch duurde het tot 29 maart 1928 voor de Gemeenteraad het plan voor de aanschaf van 14 bussen goedkeurde. Maar daarna ging het snel en zag Krupp importeur Wiemann in Den Haag kans om op 9 juli van dat jaar met de aflevering te beginnen.
Om de bussen te kunnen onderbrengen en te onderhouden werden eerst de mogelijkheden binnen de gemeente onderzocht nadat was vastgesteld dat er in de tramremises in elk geval geen ruimte was.

Lusthofstraat met rechts de Nieuwe Plantage, 1910

Lusthofstraat met rechts de Nieuwe Plantage, 1910

De Lusthofstraat
In eerste instantie werd op het terrein van de gemeentelijke gasfabriek dat tussen de Oostzeedijk en de Lusthofstraat was gelegen, een loods gehuurd. Naast de inrichting voor stalling en onderhoud werden ook drie aparte inritten gerealiseerd om het in- en uitrijden te vergemakkelijken.

De Krupp-Werkspoor bussen 2 en 3 in de Lusthofstraat.

De Krupp-Werkspoor bussen 2 en 3 in de Lusthofstraat.

Met de eerste uitbreidingen van het voertuigbestand, dat in 1930 al 40 voertuigen omvatte, bleek de beschikbare ruimte al snel te klein en werd de oude leegstaande ammoniakfabriek voor dit doel ingericht. Maar ook die oplossing bleek al snel onvoldoende.
Alhoewel de gedachten uitgingen naar een centrale nieuwe garage die ook op termijn voldoende ruimte zou bieden voor de gehele vloot van autobussen, gooiden de bezuinigingen in de crisistijd roet in het eten.
Een eerste oplossing werd nog gevonden door het overdekken van een aangrenzend deel van het terrein aan de Lusthofstraat, maar een stalling in de open lucht had niet de voorkeur.
De situatie was echter nijpend. Men ging het jaar 1938 (tien jaar na de start) in met 67 autobussen en omdat er voorstellen lagen voor nieuwe lijnen zou dat aantal alleen maar toenemen.
Bovendien speelde op de achtergrond mee dat met de aanstaande opening van de Maastunnel de situatie voor het busvervoer op de Linker Maasoever ook zou veranderen waarvoor in een bestelling was geplaatst voor 68 nieuwe Kromhout-Verheul stadsbussen.

Op basis van bestaande plannen besloot de gemeenteraad op 7 maart 1940 een krediet van 1,16 miljoen gulden toe te staan voor de bouw van een garage voor circa 200 autobussen en een werkplaatsruimte aan de Sluisjesdijk. Voor de financiering zou medewerking worden ingeroepen van het Werkfonds, maar onder druk van de bezetter werd dit fonds geliquideerd. De plannen leken hierdoor uitgesteld te moeten worden.

Het bombardement op 14 mei 1940 waarbij een groot deel van het centrum van Rotterdam, maar ook Kralingen werd vernield, dwong echter tot maatregelen.
De autobusgarage aan de Lusthofstraat was, net als het open parkeerterrein ernstig getroffen. Een deel van de loods Vervoer en het smeerstation gingen verloren en van de oude ammoniakfabriek waar de nodige bussen en de werkplaats waren ondergebracht, bleven slechts de muren overeind.
Van de 88 beschikbare voertuigen was een kwart vernield of ernstig beschadigd.
De schade aan de gebouwen en het terrein werd snel hersteld en een deel van het terrein werd geasfalteerd en overdekt.

Alexanderstraat Capelle aan den IJssel
Busonderneming M.E.G.G.A. exploiteerde als streekbusonderneming de lijn Rotterdam Oostplein-Kerkplein, Capelle aan den IJssel.
Met de overname van de lijn door de RET per 1 mei 1942 kwamen ook 6 Kromhout bussen over van M.E.G.G.A. Overeen werd gekomen dat deze bussen, nu van RET lijn E, voorlopig gestald zouden worden in de eigen garage van M.E.G.G.A. aan de Alexanderstraat in Capelle aan den IJssel, waarmee de RET feitelijk haar tweede busgarage in gebruik nam. Op 1 mei 1946 werd de garage afgestoten.

M.E.G.G.A. garage, Alexanderstraat, Capelle aan den IJssel, ca. 1940

M.E.G.G.A. garage, Alexanderstraat, Capelle aan den IJssel, ca. 1940

De Sluisjesdijk
In augustus 1940 besloot men de hernieuwde aanvraag voor het verlenen van een krediet te honoreren, waarna door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland in september 1940 werd beslist dat het krediet van 1,16 miljoen kon worden toegestaan (nu dus zonder medewerking van het Werkfonds).

Een plek die niet zonder historie was. Sinds 1828 was daar namelijk de begraafplaats van de gemeente Charlois gevestigd. De grond voor de stichting van de Hervormde Begraafplaats Sluisjesdijk was gekocht van Dirk van ’t Sand, burgemeester van Hoogvliet. In 1923 werd de grond verkocht aan de gemeente, in verband met de aanleg van de Waalhaven. Voorwaarde was wel dat alle menselijke overblijfselen verplaatst zouden worden naar de nieuwe begraafplaats Charlois aan de “Charloisschen Lagendijk” In de jaren 1024 en 1925 vond de ruiming plaats. De grond ia daarna wel gebruikt tijdens de aanleg van de Waalhaven maar het land zelf heeft braak gelegen tot aan de bouw van de garage.

Vanuit een havenkraan een beeld van de bouwwerkzaamheden van de garage Sluisjesdijk in 1940.

Vanuit een havenkraan een beeld van de bouwwerkzaamheden van de garage Sluisjesdijk in 1940.

De feitelijke bouw in bezettingstijd ondervond vele problemen. Zo werden vanaf de zomer 1942 aan de bouw materialen onttrokken die hun bestemming vonden in de tegen de geallieerden gerichte verdedigingswerken. Ook liepen door de lange bouwtijd de kosten steeds verder op.
Niettemin kwamen in oktober 1943 kantoren, werkplaats en ketelhuis gereed. Hierna werden slechts kleinere werkzaamheden uitgevoerd om vordering van het gebouw door de bezetter te voorkomen.
Maar ook een ander gevaar dreigde. De eind 1942 aangetreden N.S.B. directie trachtte de medewerking van de burgemeester te verkrijgen om aan het gebouw een andere bestemming te geven. Men wilde hier ook het hoofdkantoor en de Centrale tramwerkplaats vanuit de Isaäc Hubertstraat) onderbrengen. Overigens was die plek ook niet onbekend voor het autobusmaterieel; de ombouw van een aantal Kromhouts uit de serie 112-132 naar trolleybus vond er plaats.

Het werk aan trolleybus 901 in de centrale werkplaats aan de Isaäc Hubertstraat in 1944.

Het werk aan trolleybus 901 in de centrale werkplaats aan de Isaäc Hubertstraat in 1944.

Hiertoe zou het gebouwencomplex een belangrijke uitbreiding moeten ondergaan. Dit plan moet worden gezien als een poging een persoonlijk stempel van de N.S.B.-directie te drukken op dit complex om daarmee ook het vorige beleid te diskwalificeren.
Het is daartoe niet gekomen, dankzij de tegenwerking die dit plan ondervond, zowel bij de gemeentelijke afdeling Financiën en Bedrijven, als door de betrokken trouw gebleven medewerkers bij de R.E.T.
Niet kon echter worden verhinderd dat de Duitse Wehrmacht in april 1944 het gebouw vorderde. Met moeite werd bereikt dat een oppervlakte van circa 1000 m2 ter beschikking van de R.E.T. bleef, waardoor het mogelijk was één en ander te blijven observeren. In deze ruimte werd al snel een groter deel van de werkplaatsen van de Garage Lusthofstraat ondergebracht.
De Duitsers verlieten het gebouw in september 1944 nadat zij het eerst nog op 10 en 11 november 1944 hadden gebruikt als verzamelplaats voor tijdens de razzia opgepakte mannen uit Rotterdam-Zuid. Rond die tijd bliezen ze kade- en haveninstallaties op, waardoor aan het gebouw belangrijke luchtdrukschade ontstond. Op 10 en 11 november 1944 is het gebouw nog gebruikt als verzamelplaats voor tijdens de razzia opgepakte mannen uit een deel van Rotterdam-Zuid.

Luchtfoto van het nieuwe garagecomplex aan de Sluisjesdijknet voor de opening in 1947.

Luchtfoto van het nieuwe garagecomplex aan de Sluisjesdijknet voor de opening in 1947.

Met de bevrijding van Nederland bleken in mei 1945 nog 50 autobussen aanwezig waarvan een behoorlijk deel niet in rijdbare staat verkeerde. Ook de 11 uit Duitsland teruggevonden en 14 in andere plaatsen gebruikte RET bussen verkeerden in slechte staat.
Hoewel het complex aan de Sluisjesdijk verre van voltooid was kon wel de werkplaats worden gebruikt om een aantal bussen weer in rijdbare toestand te brengen.
Opeenvolgend werden meer delen in gebruik genomen en op 10 april 1947 kon het complex officieel door burgemeester P.J. Oud. worden geopend.
De oude locatie aan de Lusthofstraat werd per 1 mei van dat haar verlaten nadat op 13 april ook de laatste bussen waren verdwenen. Jammer voor de passagiers die vanaf die locatie gebruik maakten van in- of uitrukkende bussen. Maar de RET had er veel moois voor in de plaats gekregen.

Met de ingebruikname van het complex aan de Sluisjesdijk was het complete busbedrijf op één locatie samengebracht. Kantoren, werkplaatsen en ruimte voor 200 autobussen. Waar bij de ingebruikname 47 wagens aanwezig waren, waarvan 41 in de dagelijkse dienst, was er ruimte te over. Geen overbodige luxe zou al snel blijken want op 31 december 1949 werden al 132 geteld.
Tijdens de watersnood van 1 februari 1953 liep ook het complex aan de Sluisjesdijk onder en werd grote schade aangericht. Het weerhield echter het busbedrijf er niet van het vervoer van passagiers van ondergelopen tramsporen ter hand te nemen en daarmee als redder in nood op te treden.
Enkele jaren geleden is de toegang die vanaf het begin aan de Sluisjesdijk was gesitueerd, verplaatst naar de zijde Waalhaven.

Een satellietbeeld van Google van complex in 2007.

Een satellietbeeld van Google van complex in 2007.

Tramremise Charlois
De toename van het aantal bussen maakte al snel duidelijk dat ‘de Sluis’ zoals het complex vaak wordt genoemd, vol begon te lopen.
Besloten werd om de tramremise ‘Charlois’ aan het Maastunnelplein te gaan gebruiken als aanvullende stalling.

Deze remise was op 13 april 1908 in gebruik genomen voor tramlijn 9. Het complex, dat door de ondeugdelijke staat waarin het verkeerde (lees slecht gebouwd) na sloop en herbouw in april 1914 weer in gebruik was genomen, was in 1922 nog uitgebreid. Ook in 1929 vond nog een uitbreiding met 1000 m2 plaats. Door de ingebruikname van de Maastunnel werd de oorspronkelijke locatie, Velgersdijkstraat hoek Bas Jungeriusstraat in 1942 gewijzigd in Maastunnelplein.

Crossley bus 153 (ex N.A.C.O. 1022) voor de remise Maastunnelplein. op 27 juli 1954.

Crossley bus 153 (ex N.A.C.O. 1022) voor de remise Charlois op 27 juli 1954.

Per 1 september 1952 werd de ruimte voor de trams gedeeld met autobussen.
De definitieve sluiting voor de trams volgde pas op 16 april 1974 toen de tramrails werden verwijderd wegens het op Deltahoogte brengen van het Maastunnelplein. Als autobusstalling bleef het complex nog in gebruik tot mei 1978 waarna de voormalige remise werd ingericht als wijkparkeergarage tot in 1980 sloop volgde.

Garage Waalhaven
Het groeiend aantal passagiers, alleen in 1955 al ruim 15 procent, droeg bij aan een verdere uitbreiding van de vloot autobussen. Reden om een complex van de NV Handelscompagnie aan de Waalhaven over te nemen. Het lag naast de garage Sluisjesdijk en bood plaats aan 100 extra bussen.

De uitbreiding van de Sluisjesdijk met de garage Waalhaven, die in toenemende mate werd gebruikt om terzijde gezet materieel te stallen.

De uitbreiding van de Sluisjesdijk met de garage Waalhaven, die in toenemende mate werd gebruikt om terzijde gezet materieel te stallen.

De verbouwing voor het nieuwe doel nam geruime tijd in beslag en op 10 november 1958 vond de officiële ingebruikname plaats.

Allan complex Kleiweg
Toen op 18 december 1958 werd besloten tot liquidatie van de Allan fabriek aan de Kleiweg zag de gemeente Rotterdam haar kans schoon om het complex voor 4 miljoen gulden over te nemen. Het doel was er de centrale tramwerkplaats en het hoofdkantoor, die tot dan aan de Isaäc Hubertstraat waren ondergebracht, te vestigen.
Op 5 maart 1959 werd het definitieve besluit genomen en al in juni 1960 kon het complex gedeeltelijk in gebruik worden genomen.
Het was historische grond, want de Allanfabriek, oorspronkelijk begonnen als meubelmakerij, was groot geworden met de bouw van spoorwegmaterieel, trams en bussen, van welke laatste twee er vele in Rotterdam rondreden.

Een beeld van Google's satelliet in 2007 van het Kleiweg-complex.

Een beeld van Google’s satelliet in 2007 van het Kleiweg-complex.

Niet alleen als hoofdkantoor en centrale werkplaats was de nieuwe locatie bedoeld, ook als autobusgarage, waarmee men ook (weer) op de Rechter Maasoever over een garage beschikte.
In twee loodsen konden respectievelijk 30 en 60 autobussen worden ondergebracht, welk aantal later uitgebreid zou worden tot ruimte voor 200 bussen.
Het nieuwe complex werd op 5 juni 1961 officieel geopend, zij het dat door personeelsgebrek er nog geen autobussen gestald konden worden.

Dat kon pas op 14 januari 1963 toen de beschikbare ruimte was verbouwd en voorzien van een tankstation en een volautomatische wasinstallatie.
Daarmee kon aan de op dat moment aanwezige ruim 300 autobussen voldoende, over verschillende locaties verdeeld, plaats worden geboden.

Wat er niet kwam
Het door de RET en Gemeentewerken uitgebrachte Tramplan van 1947 stond in het teken van de wederopbouw van de stad en het tramnet. Dit plan voorzag niet alleen in een groot aantal uitbreidingen van het tramnet met tramlijnen naar onder meer Schiedam, Overschie en Zuidwijk/Pendrecht, maar ook in de bouw van een grote, nieuwe tramremise annex centrale werkplaats en autobusgarage op de linker Maasoever. Het complex was gedacht aan het begin van de Dordtsestraatweg, nabij de huidige Motorstraat.
Het plan is niet verder dan de tekentafels gekomen.

Thans beschikt de RET nog steeds over de gecombineerde locatie Sluisjesdijk-Waalhaven en de Kleiweg voor zowel onderhoud als stalling van de aanwezige circa 300 autobussen.
Daarnaast zijn in de afgelopen jaren in verband met de regionale ontwikkelingen ook buitenstallingen in gebruik genomen in Krimpen aan den IJssel, Ridderkerk en Maassluis.
Deze laatste is bedoeld voor de bussen van de Hoek van Holland lijn op het terrein van Conline Coatings aan de Adriaan van Heelstraat in die gemeente.
Het RET-complex aan de Kleiweg wordt verbouwd, waardoor de werkplaatsen inmiddels zijn verdwenen evenals de busgarage. Stalling vindt nu plaats in de open lucht.

  3 comments for “RET bus huisvesting

  1. Ed Krebbers
    31 oktober 2014 at 14:31

    foto bussen en trams gebroederlijk naast elkaar ? dat is niet aan de kleiweg maar bij hainje heerenveen een aantal 800en zijn daar afgebouwd .
    groetjes Ed

  2. Jan van der Schee
    9 mei 2017 at 10:18

    Wat is het merk van de autobus op de foto:
    De uitrijpoort van Garage Lusthofstraat, 1935
    Jan van der Schee

    • René van der Beek
      9 mei 2017 at 12:00

      Dat is de Kromhout-Verheul nummer 73 (zie ook de desbetreffende fotoserie.

Geef een reactie