Arriva

ARRIVA, de geschiedenis

Net voor de 2e wereldoorlog, 1938, startte de familie Cowie een reparatiebedrijf voor tweedehands motorfietsen in de Engelse stad Sunderland.

In de jaren tachtig en negentig wordt het bedrijf actief in het busvervoer en in 1997 wordt het omgedoopt in Arriva plc. (public limited company).
De eerste activiteiten op het vaste land worden in datzelfde jaar al ontplooid in Denemarken
In de jaren die volgen groeit Arriva snel en breidt uit naar steeds meer Europese landen.
Daarmee wordt het op de openbaar vervoermarkt snel groeiende bedrijf interessant voor grotere spelers en op 19 april 2010 werd bekend dat Arriva plc zou worden overgenomen door Deutsche Bahn voor een bedrag van € 2,7 miljard (inclusief alle schulden). Op 31 augustus 2010 werd Arriva plc voortgezet als DB UK Holding Limited. De werkmaatschappijen hebben de naam Arriva behouden.

Internationaal
Het bedrijf is actief in het Verenigd Koninkrijk waar het met 6000 bussen een van de grotere bedrijven is. Ook heeft het de concessie voor het treinvervoer in Wales in handen.
In Nederland is Arriva sinds het voorjaar van 1998 actief geworden na overname van de Nederlandse tak van het Amerikaanse Vancom en exploiteert behalve bussen en treinen ook taxi’s, ambulances, waterbussen (Aquabus) en touringcars (Arriva Touring).
In Duitsland was Arriva Deutschland GmbH tussen april 2004 en februari 2011 actief op het gebied van spoor- en busvervoer. Na de overname van Arriva door Deutsche Bahn AG in 2010, was het marktaandeel in Duitsland volgens de Europese Unie te groot. Hierop moest Deutsche Bahn zijn activiteiten binnen Duitsland afstoten en begin 2011 verkocht Deutsche Bahn Arriva Deutschland GmbH aan een consortium van de Italiaanse staatsspoorwegen Ferrovie dello Stato en het Luxemburgse Infrastructuurfonds Cube Infrastructure. In maart 2011 werd Arriva Deutschland losgekoppeld van Arriva en voortgezet als Netinera.
Op 15 december 2002 verwierf Arriva Danmark A/S, tegenwoordig Arriva Skandinavien A/S, de lokale treindiensten in West-Denemarken voor een periode van zeven jaar. Op 13 maart 2009 werd deze concessie verlengd tot december 2018. Het busvervoer in Denemarken beperkt zich tot de eilanden Seeland en Funen waarvoor ongeveer 2000 bussen beschikbaar zijn.
In Zweden verzorgt Arriva Skandinavien A/S tot 15 juni 2016 met 26 treinstellen enkele lokale lijnen rond Malmö en Helsingborg in welke steden ook het busvervoer wordt verzorgd.
In Portugal werd Transportes Sul do Tejo in september 2003 onderdeel van Arriva.
Er rijden in Portugal ongeveer 618 Arriva-bussen veelal op lokale lijnen.
In Polen werd in juni 2007 door Arriva plc een samenwerking aangegaan met PCC Rail SA. Per 25 juni 2010 heeft dit geresulteerd in een overname van PCC Rail SA en worden zo’n 10 treinverbindingen verzorgt.
Ook Hongarije is bekend terrein voor Arriva. Het bedrijf bezit daar 80% van de aandelen van Interbus Invest , het moederbedrijf van Eurobus Invest, de grootste busvervoerder van Hongarije die ook busdiensten in Slowakije uitvoert.

Nederland
In Nederland is Arriva met circa 4.000 medewerkers actief in de provincies Drenthe, Flevoland, Fryslân, Gelderland, Groningen, Noord-Brabant, Overijssel en Zuid-Holland en vervoert dagelijks rond de 60.000 reizigers. Naast trein- en busvervoer exploiteert Arriva samen met Koninklijke Doeksen de Waterbus in Zuid-Holland en is men actief in de Nederlandse touringcarbranche onder de naam Arriva Touring.

De Arriva 4049 arriveert op 8 september 2003 in Zwolle (foto Shandro van Amersvoort)

De Arriva 4049 arriveert op 8 september 2003 in Zwolle (foto Shandro van Amersvoort)

Geschiedenis
Tot begin jaren ’90 waren de meeste openbaarvervoerbedrijven in Nederland in overheidshanden, doorgaans in de vorm van NV-constructies waarbij de aandelen indirect in bezit waren van de overheid, bijvoorbeeld via de NS als moedermaatschappij. De overheid wilde het openbaar vervoer in Nederland anders gaan structureren. Om te beginnen werd in 1989 een grote groep aan vervoersondernemingen, actief in het streekvervoer, samengevoegd in één holding, het Verenigd Streekvervoer Nederland, later VSN-groep. In de jaren erna vonden verschillende fusies plaats tussen de “kleine” vervoersbedrijven.
De eerste ervaring met liberalisering van het openbaar vervoer in Nederland werd opgedaan in Zuid-Limburg. Eind 1994 kreeg het Amerikaanse Vancom een vierjarige vergunning, beginnend in mei 1995, voor een zestal lijnen rondom Maastricht in het Limburgse Heuvelland. Deze lijnen werden eerder gereden door staatsbedrijf VSL. Op 17 december 1997 kocht Vancom het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Groningen. De gehele Nederlandse tak van Vancom werd enkele weken later overgedragen aan het Britse Arriva.

Arriva bracht het stadsvervoer in Groningen onder bij dochteronderneming N.V. Arriva Groningen. Juridisch gezien was dit een zelfstandige eenheid, wat onder meer tot uiting kwam in het feit dat de buschauffeurs onder een andere cao vielen. Het busvervoer in Zuid-Limburg werd op 26 april 2002 verkocht aan Limex (Limburg Express/Connex), een streekvervoerder die per 10 december 2006 is opgegaan in Veolia Transport Limburg.

De verantwoordelijkheid voor het openbaar vervoer per bus, tram en metro is per 1 januari 1998 gedecentraliseerd van het rijk naar zogenaamde vervoersautoriteiten, dit kunnen provincies of plusregio’s zijn. Datzelfde jaar werd de VSN-groep opgesplitst in twee delen, VSN-1 en VSN-2. De reden voor die opdeling was de nieuw in te voeren Wet personenvervoer 2000, waarmee marktwerking definitief in het Nederlandse openbaar vervoer werd geïntroduceerd. De verantwoordelijke autoriteit verdeelt het grondgebied en/of de bestaande lijnen in zogenaamde concessies. Om de meest geschikte vervoerder te vinden, organiseert de concessieverlener een openbare aanbesteding. Vervoerbedrijven die meer dan 50% marktaandeel bezitten mogen zich niet meer inschrijven op een aanbesteding. In 1996 hadden de VSN-dochters een gezamenlijk marktaandeel van 98%.

De bedrijven die werden ingedeeld bij VSN-1 waren Midnet, Oostnet, ZWN en NZH. Deze vervoerbedrijven gingen op 10 mei 1999 verder onder de nieuwe naam Connexxion. Het bus- en treinvervoer in de Achterhoek, waar eerder Oostnet reed, ging over naar een andere nieuwe busmaatschappij, Syntus.
De overige bedrijven (BBA, Hanze Groep (waaronder GADO), Hermes en VEONN) werden ingedeeld in de VSN-2-groep en waren bestemd voor de verkoop. Op 30 september 1998 werden de Hanze Groep en VEONN verkocht aan Arriva. Arriva kreeg hierdoor een groot gedeelte van het openbaar vervoer in provincies Groningen, Drenthe en Friesland in handen en in delen van Overijssel en Flevoland (Noordoostpolder). Pas in mei 1999 was de naam ook daadwerkelijk op de bussen te zien.
In Friesland waren VSN (VEONN) en NS Reizigers net in onderhandeling over een samenwerkingsverband onder de naam NoordNed voor al het openbaar vervoer in Friesland. Dit betroffen de treindiensten op de Noordelijke Nevenlijnen en al het busvervoer in de provincie. De oprichting van NoordNed zou eigenlijk al op 24 mei 1998 plaatsvinden, maar wegens omstandigheden werd de start een jaar uitgesteld. In deze periode nam Arriva de VEONN over en werd deze een partner in NoordNed. Uiteindelijk ging NoordNed op 30 mei 1999 van start. In het zuidoosten van Friesland en op de Friese Waddeneilanden ging Arriva zelf rijden. De stadsdienst Leeuwarden werd in eerste instantie bij NoordNed ingedeeld, maar ging later toch verder onder Arriva. De treinen voor NoordNed werden geleased van de NS en de bussen van Arriva.

Tijdlijn
Hieronder een tijdlijn van de rechtsvoorgangers van Arriva vanaf 1990 en opvolgers tot 2003. De meeste genoemde vervoerbedrijven zijn in de jaren ervoor ook ontstaan uit fusies. Zo ontstond de FRAM in 1971 uit de NOF en de NTM.

rechtsvoorgangers arriva

In de overgangsperiode naar Arriva waren de GADO en VEONN al wel door Arriva overgenomen, maar was de naam nog niet op de bussen te zien. In december 2003 verkocht de NS haar aandeel in NoordNed aan Arriva. Het bedrijf was nu overbodig geworden en werd uiteindelijk op 1 januari 2006 opgeheven. De bussen werden overgespoten in de huisstijl van Arriva.

Het busvervoer in Zuid-Limburg werd in 2002 verkocht aan Limex.
Inmiddels is het vervoersgebied door de openbare aanbestedingen fors veranderd. Het rijgebied is grotendeels verplaatst van het noorden naar het midden en zuiden van het land.
Arriva exploiteert busvervoer in Noord- en zuidwest Friesland inclusief stadsdienst Leeuwarden, op de Friese Waddeneilanden Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog.

De Arrivabus 8075 arriveert bij het Rotterdamse Zuidplein, 9 augustus 2013 (foto: Berend van Nijen)

De Arrivabus 8075 arriveert bij het Rotterdamse Zuidplein, 9 augustus 2013 (foto: Berend van Nijen)

De Rotterdamse regio
De provincie Zuid-Holland heeft op 10 juli 2007 de concessie Hoeksche Waard/Goeree-Overflakkee gegund aan Arriva ten koste van Connexxion. De concessie startte op 1 januari 2008 en heeft een duur van 7 jaar met een optie tot verlenging van een jaar. Op 27 mei 2009 leverde Arriva bij de Stadsregio Rotterdam een offerte in voor de concessie Voorne-Putten & Rozenburg. Drie weken later werd deze concessie aan Connexxion gegund.
Lijn 396 Dirksland Ziekenhuis – Rotterdam Zuidplein in de concessie Hoekse Waard/Goeree Overflakkee is uitbesteed aan TCR, maar ook deze laatste lijn in het Rotterdamse vervoersgebied wordt echter per 13 december 2015 overgenomen door Connexxion. De activiteiten van Arriva in deze regio omvatten nu alleen nog de veerdiensten tussen Rotterdam en het Drechtstedengebied, waartoe Arriva een Joint Venture heeft gesloten met rederij Koninklijke Doeksen, welke concessie loopt tot 31 december 2021. Het bedrijf Aquabus dat een veerdienst verzorgt tussen de Willemskade en Heijplaat vormt daar weer een onderdeel van.

Treinvervoer
De treinen op de Noordelijke Nevenlijnen rijden sinds 11 december 2005 t/m 12 december 2020 onder de vlag van Arriva. Tussen 30 mei 1999 en 11 december 2005 reed dochteronderneming NoordNed deze treindiensten.
Sinds 10 december 2006 tot in ieder geval eind 2018 verzorgt Arriva het treinvervoer op de Merwede-Lingelijn. Deze spoorverbinding in Zuid-Holland loopt door tot in Gelderland en behoort bij de busconcessie DAV.
Op 11 mei 2010 werd bekend dat Arriva per 9 december 2012 de spoorlijn Zwolle – Emmen van de Nederlandse Spoorwegen zal overnemen. Tevens heeft Arriva op dezelfde datum de spoorverbindingen Tiel-Arnhem, Arnhem-Winterswijk en Winterswijk-Zutphen overgenomen van Syntus en de lijn Zutphen-Apeldoorn van de Nederlandse Spoorwegen, nu alle vallend onder de concessie Achterhoek-Rivierenland.
Op 20 juni 2013 werd in een persbericht gemeld dat The Hague Trains Holding B.V. en Vervoersbedrijf Arriva de aanbestedingsprocedure van de gemeente Den Haag en Brussels Airport voor een permanente verbinding onder de naam Lage Landen Lijn hebben gewonnen. Deze trein moet vanaf december 2015 Den Haag met Brussel-Zuid verbinden en stopt onderweg te Delft, Rotterdam Centraal, Dordrecht, Roosendaal, Antwerpen-Centraal, Mechelen, Brussel Vliegveld en Brussel-Centraal.

Toekomst
Per 8 december 2013 gaat Arriva ook treinen op de spoorlijn Almelo – Mariënberg exploiteren. Deze verbinding wordt nu nog door Connexxion uitbesteed aan Syntus. De spoorlijn Zwolle – Emmen is overigens gezamenlijk aanbesteed met Almelo – Mariënberg in de concessie Vechtdallijnen.

Materieel
Trein
De eerste treindiensten van Arriva waren de Noordelijke Nevenlijnen en de MerwedeLingelijn. Daar in het begin Arriva nog geen eigen materieel tot zijn beschikking had, werd er voor deze diensten materieel gehuurd van de Nederlandse Spoorwegen.

Sinds 2008 worden alle treindiensten gereden met nieuwe treinstellen, die bekend staan als Spurt. De Spurt is een treinstel van het type GTW, gebouwd door de Zwitserse fabrikant Stadler Rail.
Voor de MerwedeLingelijn heeft Arriva zeven elektrische GTW’s aangeschaft: zes met drie reizigerscompartimenten (GTW 2/8) en een met twee reizigerscompartimenten (GTW2/6).
Ter behoeve van de treindiensten Zutphen – Winterswijk, Winterswijk – Arnhem, Zutphen – Apeldoorn en Arnhem – Tiel, welke sinds eind 2012 in handen zijn van Arriva, zijn in 2010 24 dieselelektrische Spurts aangeschaft: dertien GTW’s 2/6 en elf GTW’s 2/8. Deze treinen hebben in vergelijking met de eerder geleverde Spurts een licht aangepaste kleurstelling: de deuren zijn namelijk wit, in plaats van rood. De treinen zijn sinds 9 december 2012 in dienst.
Voor de treindienst Zwolle – Emmen, welke ook sinds eind 2012 in handen is van Arriva, zijn in 2010 14 elektrische Spurts besteld: zes GTW’s 2/6 en acht GTW’s 2/8. Deze treinstellen rijden in een wit-blauwe huisstijl, welke werd geëist door de aanbestedende overheid, de provincie Overijssel.
De treindienst Almelo – Mariënberg, welke eind 2013 in handen komt van Arriva, zal worden geëxploiteerd met LINT-treinstellen, die overgenomen worden van Syntus.

667-2 Arriva_65__s-Hertogenbosch_busstation_20070623
Bus
De eerste jaren reed Arriva in de Noordelijke provincies met het wagenpark dat van de voorgaande vervoerders was overgenomen. In 1999 kwamen de eerste door Arriva bestelde bussen op de weg. Dit waren bussen voor de Aggloliner in Groningen van het type Mercedes-Benz Integro. In 2000 volgde een bestelling bij Berkhof voor lagevloersbussen van het type 2000NL.
Daarna ging de vervoerder “typische” Britse Arriva-bussen bestellen. De carrosserie werd aangepast met een voordeur en een dubbele achterdeur aan de rechterzijde in plaats van de linkerzijde. Deze bussen waren redelijk opvallend in het straatbeeld, de meeste Nederlandse bussen waren immers van Nederlandse of Duitse makelij. Om te beginnen stroomden in 2001 in Friesland een vijftigtal nieuwe Dennis Dart lagevloerbussen in. Een jaar later werden de bussen op de stadsdienst Leeuwarden grotendeels vervangen door de Wright Commander en Wright Cadet gebouwd op VDL-chassis. Ook voor de Friese streeklijnen werden Commanders gebouwd om oude bussen te kunnen afvoeren.
Vervoersmaatschappij NoordNed bestelde wel bussen van Nederlandse afkomst bij Berkhof in Heerenveen. Daar werd net een nieuw bustype geïntroduceerd onder de naam Ambassador, die op hetzelfde VDL-chassis als de Wright Commander werd gebouwd. Er werden twee series in respectievelijk 2002 en 2003 afgeleverd.
Arriva bestelde in 2002 ook Duitse bussen van het type Mercedes-Benz Citaro voor de stadsdienst in Groningen. In 2003 werd de laatste serie Wright Commanders afgeleverd voor de nieuw gewonnen concessie DAV-gebied. In 2004 bestelde Arriva voor het eerst sinds jaren weer bussen bij VDL Berkhof. De 64 Ambassadors werden afgeleverd voor Groningen en Drenthe en een paar bussen voor Zuidoost-Friesland. Daarnaast werd hetzelfde jaar nog een serie gebouwd voor NoordNed. In de jaren erna bestelde Arriva voornamelijk bussen van Irisbus, Mercedes-Benz en VDL.

Afvoer van bussen
Inmiddels zijn alle bussen van voor 1999 afgevoerd. Sommige bussen rijden nog bij touringcarbedrijven zoals Arriva Touring.
Door het verlies van verschillende Noordelijke concessies, waaronder het busvervoer in Groningen en Noord- & Midden Drenthe, heeft Arriva een grote vloot bussen geëxporteerd. De Dennis bussen en een deel van de Wrightbussen, Ambassadors, Volvo’s en Citaro’s zijn verhuisd naar onder meer Arriva-dochters in Tsjechië en Portugal. Van de 10 ex-P+R Citybus Groningen MAN Lion’s City CNG’s rijden er 4 op Ameland, de rest is verkocht aan Syntus, die de bussen inzet op onder meer de Veluwelijn.
Per 11 december 2011 zijn circa 150 bussen van ongeveer 6 jaar oud uit dienst gehaald vanwege het verlies van de concessie Waterland. 85 bussen verhuizen naar de Zweedse hoofdstad Stockholm, waar Arriva Skandinavien A/S een concessie heeft gewonnen. VDL Bus Heerenveen maakte op 2 april 2012 bekend dat zij deze gelede bussen van de types Mercedes-Benz Citaro G en Scania OmniLink zal gaan ombouwen. De bussen krijgen dubbele beglazing en betere verwarming, waarmee ze zijn berekend op de kou in het Scandinavische land. De kleur van de bussen is veranderd in donkerrood. De Mercedes Benz bussen worden daar sinds augustus 2012 ingezet, de andere helft is in januari 2013 in dienst gegaan. Een aantal oudere bussen uit het DAV-gebied zijn omgewisseld met een aantal jongere bussen uit Waterland.
Sinds 9 december 2012 verzorgt Arriva weer het busvervoer in Noord- en Zuidwest Friesland (inclusief stadsdienst Leeuwarden). In de beginperiode werden daar enkele oudere bussen ingezet worden omdat niet al het nieuwe materieel op tijd klaar was. Dit waren voornamelijk Wright Commanders (6200 serie) en enkele Mercedes-Benz Citaro (geleed) en Berkhof Ambassador bussen.
Het wagenpark van Arriva voor het stads- en streekvervoer bestaat vrijwel alleen nog uit bussen met een verlaagde in- en uitstap. De meeste bussen zijn van de types VDL (Berkhof) Ambassador, VDL Citea en Mercedes-Benz Citaro. Alleen voor de Qliners worden nog bussen met een hogevloer gebruikt van het type Mercedes-Benz Integro en Mercedes-Benz Intouro. Deze bussen dienen vaak wel verplicht een rolstoellift te hebben.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Arriva_Personenvervoer_Nederland

Klik hier voor de fotogalerij met Arriva bussen

Geef een reactie