RAGOM

Voor wat betreft openbaar vervoer is Ridderkerk vast verbonden met de R.A.G.O.M.
De Ridderkerkse Auto Garage en Omnibus Mij. Net als in vele andere dorpen en steden waren er ook in Ridderkerk in het begin van de jaren twintig mensen die als ondernemer hun kansen zagen in het openbaar vervoer. De voortschrijdende techniek leverde gemotoriseerde koetsen in de vorm van bussen en de toenemende vraag naar vervoer voornamelijk richting Rotterdam, maar ook Zwijndrecht en Dordrecht, zorgde voor de klandizie.

De start
Feitelijk had de RAGOM al twee voorgangers. De Vereniging ‘Ridderkerk Vooruit’ die opgericht in 1921 het doel had vanuit het dorp een autobus te laten rijden naar de veersteigers in Slikkerveer én de ‘Auto-omnibusdienst Ridderkerk’ die op 28 juli 1922 was opgericht en met twee bussen mensen vanuit het centrum van Ridderkerk naar Slikkerveer bracht waar op de boot naar Rotterdam of Dordrecht kon worden gestapt. Een welkome aanvulling op de fiets want een treinverbinding was (en is) er niet.
Met twee Spijker autobussen (een bekend Nederlands automerk) werd de dienst gestart.
Van de vier oprichters, de heren Lodder, Kruyt, Bos en Lagendijk traden er twee op als directeur; Jacob Lodder en Johannes Lagendijk.
Het werd een succes en de vraag naar meer ontstond al snel. Niet alleen richting Rotterdam en Zwijndrecht, maar ook vanuit de omringende dorpen zoals Rijsoord en Slikkerveer.
Op 7 maart 1923 werd een tweede lijn geopend van Ridderkerk. Ook die was een succes, reden waarom er korte tijd nog een tweede ondernemer is geweest, Van der Pols’s Handelsonderneming die onder de naam van IJsselmondese Omnibusdienst een lijn opende van Ridderkerk naar Zwijndrecht.
R.A.G.O.M.-4 (Custom)
Op 2 juni 1924 werd de naam van de Autobusdienst Ridderkerk gewijzigd in R.A.G.O.M. onder leiding van Gerrit Groenenboom. Daarin heeft ongetwijfeld meegespeeld dat directeur Pot van Reederij op de Lek, die een veerdienst onderhield naar Rotterdam, uit concurrentieoverwegingen een gratis busdienst (wanneer men een kaartje voor de boot kocht) was gestart vanuit Ridderkerk naar zijn aanlegsteiger in Slikkerveer. Dit buslijntje zou zich tot 1942 handhaven toen de R.A.G.O.M. en de Reederij werden gebundeld in de Twee Provinciën, waarover later meer.

Een tijd van concurrentie
Zo begon Aart de Jong uit Rotterdam met 2 compagnons een dienst Zwijndrecht-Rijsoord-Rotterdam onder de naam Z.A.O.O. (Zwijndrechtsche Auto Omnibus Onderneming) met het hoofdkantoor aan het Veerseplein 6 in Zwijndrecht. Een eerder opgezette stadsdienst in Rotterdam was op niets uitgelopen, maar de Jong was een doorzetter. Toen de Zwijndrechtse dienst al na 3 dagen flopte ging hij niet bij de pakken neerzitten. Dat Zwijndrecht al een spoor- en tramverbinding had kon hem niet afschrikken. Een jaar eerder, let wel, op 5 maart 1923 was de E.Z.A.D. (Eerste Zwijndrechtsche Auto Dienst) van C. Stok en W. Vermeer gaan rijden tussen Zwijndrecht-Rijsoord en Zwijndrecht-Oostendam; en al op 3 maart 1923 reed ‘Ridderkerk’ voortijdig de dienst Ridderkerk-H.I.Ambacht-Zwijndrecht.
Maar dat is niet het hele verhaal. Op 7 maart 1923 begon de Autobusdienst ‘Rijsoord’ onder directie van B. de Koning een lijndienst Rijsoord-Rotterdam en op 17 april van dat jaar kwam Joh. Koevoets van Sliedrecht met een dienst Zwijndrecht-Rotterdam. Hij had daarvoor 2 bussen met 16 zitplaatsen, die reden via de Lindtsedijk-Heerjansdam-Barendrecht naar het Stieltjesplein en de Groote Markt.
In mei 1923 kwam er nog een dienst bij van F. Dirkzwager, die al reed tussen Heerjansdam en Rotterdam en er nu (op vrijdagen) een lijn aan vastknoopte van Heerjansdam via Puttershoekseveer (Lindtsedijk) naar Zwijndrecht.

Vergunningen
Volgens de wet van 24 augustus 1926 moesten alle autobusonderneming beschikken over een door Gedeputeerde Staten van de provincie afgegeven vergunning. De R.A.G.O.M. ontving een vergunning (concessie) voor 3 lijnen; Ridderkerk-Slikkerveer-Bolnes-IJsselmonde-Rotterdam, Ridderkerk-Rijsoord-Rotterdam en Ridderkerk-Oostendam-H.I.Ambacht-Zwijndrecht-Dordrecht. Onder voorwaarde echter dat op het grondgebied van Rotterdam héén geen passagiers mochten instappen en terug niet mochten uitstappen. Een voorwaarde die in Rotterdam nog vele jaren gehanteerd zou worden. Ook in Henrik-Ido-Ambacht gold ten faveure van Reederij Van der Schuyt een dergelijk verbod wat tot mei 1933 zou duren.

Vooral de lijn naar de Groote Markt in Rotterdam was erg druk. Al snel werden ook zeven Fords met langsbanken aangeschaft en kon het lijnennet verder worden uitgebreid.
Vanaf ‘De Stoep’ midden in Ridderkerk reed men voor 65 cent heen en terug naar Rotterdam.
Naast een kleine garage voor 2 autobussen aan de Molendijk 2 in Ridderkerk fungeerde de schuur van directeur Groenenboom als de grote garage, de plek waar later de fabriek van de Z.A.B.O. zou worden gevestigd.
Vaak werd strijd gevoerd met de gemeenten waarin het vervoer plaatsvond. Met name wanneer er een nieuwe route werd aangevraagd, zoals die in 1934 over de nieuwe Kreekbrug in Rotterdam. Ook de route over de Hordijk en de Dordtsestraatweg zou nog tot aan de overdracht in 1961 aan de R.E.T. een bron van dispuut blijven.
In april 1936, op het hoogtepunt van de crisistijd, nam J. Ravesteyn de leiding van het bedrijf op zich.
Joost Ravesteyn Sr. was reeds eigenaar van de E.S.O.O. de Eerste Sliedrechtse Omnibus Onderneming en zijn broer P. Ravesteyn had als mede-eigenaar banden met de EVAG, het vervoerbedrijf in Vlaardingen. Een familie met kennis van zaken dus. Die zomer werd de lijn via Rijsoord naar Rotterdam vanuit Ridderkerk verlengd naar Nieuwe Veer.
Toen het jaar daarop de garage met het materieel van de Zwijndrechtse AutoBus Onderneming (Z.A.B.O.) verloren ging besloten zij dat bedrijf, dat onder dezelfde naam een doorstart maakte als carrosseriefabriek, over te nemen en de concessies over te laten schrijven op die van de R.A.G.O.M.

Ondanks de crisistijd waarin de prijs van een retourtje, gezien de omstandigheden, al was verlaagd tot 40 cent, ging het de R.A.G.O.M. niet slecht.
De vraag naar openbaar vervoer trok aan en er werden steeds meer bussen aangekocht, zodat aan het begin van de oorlog over een wagenpark van zo’n 28 bussen werd beschikt.
Het werd een moeilijke tijd en men roeide met de riemen die men had. Zowel van personeel als reizigers werd het nodige gevraagd. Maar om te overleven was meer nodig. Bovendien werd er van overheidswege ingegrepen en werden de bedrijven verplicht tot concentratie op basis van nieuwe vergunningen. Het tijdperk van de Twee Provinciën brak aan.
Particuliere busonderneming R.A.G.O.M., Kromhout nr. 20, Groote Markt, 1939

Onder de hoed
De start was op 15 mei 1942 op welke dag de N.V. Autobusdiensten “Vereeniging” (A.V.) te Jutphaas (het tegenwoordige Nieuwegein) werd opgericht. Een voortzetting van de uit 1870 daterende Tram- en Bargediensten “Vereeniging” (T.B.V.) en sinds 1929 de exploitant van een buslijn ten zuiden van Utrecht, na opheffing van de tractortram Utrecht – Jutphaas – Vreeswijk. Ook N.V. Reederij op de Lek (R.o.d.L.) te Kinderdijk, waarvan de geschiedenis terugging tot de al in 1857 opgerichte Stoomboot-Reederij op de Lek en die nog tot in het voorjaar van 1948 ook bootdiensten exploiteerde sloot zich aan. Net als korte tijd later de uit de jaren twintig stammen de N.V. Eerste Sliedrechtse Omnibus Onderneming (E.S.O.O.) te Sliedrecht, opgericht in 1925 en de N.V. Ridderkerksche Autogarage- en Omnibusmaatschappij (R.A.G.O.M.).

Deze particuliere bedrijven presenteerden zich vanaf 1942 als eenheid in één huisstijl met hetzelfde beeldmerk onder de naam De Twee Provinciën (TP), maar bleven wel elk zelfstandig. Voor de Commissie Vergunningen Personenvervoer, die besliste over de concessies in het streekvervoer, was daarmee voldaan aan de eis tot concentratie, al gaf de voorzitter te kennen dat hij nog liever had gezien dat de TP zelf de exploitatie op zich had genomen in plaats van de aparte bedrijven. Het duurde echter nog tot na de oorlog voor alle bussen in hetzelfde kleurenschema waren gespoten.

Van de 8 lijnen die aan het begin van de oorlog nog werden geëxploiteerd resteerden er voor de R.A.G.O.M op dat moment nog 5;
lijn 1 Groote Markt-IJsselmonde-Bolnes-Slikkerveer-Ridderkerk
lijn 2 Groote Markt-Rijsoord-Ridderkerk
lijn 3 Groote Markt-Hordijk-IJsselmonde-Kreekweg-Groote Markt (ringlijn)
lijn 4 Groote Markt-West IJsselmonde-Kreekweg-Groote Markt (ringlijn)
lijn 6 Groote Markt-Rijsoord-Zwijndrecht (ex Z.A.B.O.)
lijn 12 Groote Markt-Rijsoord-H.I. Ambacht-Zwijndrecht-Dordrecht (ex Z.A.B.O.)
Bovendien was er sinds 1939 een sneldienst over Rijksweg 16 van Rotterdam naar Ridderkerk.

In Rotterdam volgden door de oorlogshandelingen noodgedwongen verhuizingen vanaf de Groote Markt naar het Maasstation en later de Oranjeboomstraat. In 1941 was nog de dienst Rotterdam-Barendrecht-Heerjansdam van F. Dirkzwager was overgenomen en in 1942 de lijn van F. Kwakernaat IJsselstein-Gouda én de RTM lijn Rotterdam-Zwijndrecht.

Na de oorlog
Onder de hoed van de Twee Provinciën bleef de R.A.G.O.M. toch haar eigen identiteit houden.
Ridderkerk bleef groeien net als het busbedrijf.
In april 1946 waren alweer 7 Rotterdamse lijnen actief; de R.A.G.O.M. lijnen 1, 2, 3 en 6 en de lijnen Station D.P. Barendrecht-Heerjansdam-Grote Lindt-Zwijndrecht-Dordrecht (lijn 5), onder lijnnummer 12 de lijn Station D.P.-Alblasserdam-Papendrecht-Sliedrecht-Giessendam-Hardinxveld-Gorinchem (de E.S.O.O. lijn) en de lijn van Reederij op de Lek van station D.P. via Alblasserdam naar Kinderdijk (lijn 16).
Al snel volgden meer lijnen; eind 1946 die naar Dordrecht, in 1947 naar Barendrecht (lijn 8) en ook werd de lijn van Utrecht naar Kinderdijk doorgetrokken via Alblasserdam naar station D.P.
Lang bleven de lijnen verder ongewijzigd tot in 1951 lijn 8 werd opgeheven en in 1957 een nieuwe lijn 4 werd geopend vanaf het nieuwe Centraal Station in Rotterdam naar Ridderkerk welke in 1959 werd doorgetrokken naar Dordrecht (lijn 4).
Met de opening van de nieuwe Algerabrug in 1958 bij Krimpen aan den IJssel werden nog 3 nieuwe door de Rederij op de Lek geëxploiteerde lijnen in dienst gesteld; lijn 21 Centraal Station-Schoonhoven, lijn 22 Centraal Station-Ouderkerk aan de IJssel-Gouda en lijn 23 Centraal Station-Lekkerkerk-Bergambacht-Gouda.
Twee Provinciën, bus 184, Ridderkerk 1955
In 1961 telde het bedrijf 276 wagens waarvan 85 van het merk Guy, 64 Leyland’s en 56 DAF’s.
Nadat de bekende Werkspoorfabriek in 1962 de productie van dit soort autobussen had gestaakt was deze overgenomen door Den Oudsten, Hainje en Van Hool. De laatste “Bolramers” die Den Oudsten bouwde, waren de 7639 en 7640 in 1967. Ze waren bestemd voor de Twee Provinciën (RAGOM) te Ridderkerk.
Bovendien waren in 1958 nog 10 “Twin Coach 48” autobussen van Maarse & Kroon overgenomen die voornamelijk werden gebruikt voor het personeelsvervoer in de Botlek.
De R.A.G.O.M. met haar dochteronderneming NV Centrale Auto-Omnibusmaatschappij te Ridderkerk hadden op 1 januari 1961 een wagenpark van 87 + 8 = 95 bussen. Meest Leyland, Guy en DAF, inclusief de genoemde 10 Twins.

Het einde nadert
Het ingrijpen van de overheid aan het begin van de oorlog had echter haar greep op de ontwikkelingen van het openbaar vervoer verstevigd, zoals overigens nog steeds het geval is.
Maar uiteindelijk kon ook de Twee Provinciën haar particuliere status niet handhaven. In 1966 werd als eerste de R.A.G.O.M. ingelijfd door de Nederlandse Spoorwegen. De directeur van NS-dochteronderneming W.S.M. ging toen ook leiding geven aan de R.A.G.O.M. die haar lijnen vanuit Ridderkerk bleef exploiteren binnen het T.P.-verband, ook nadat de W.S.M. in 1969 gefuseerd was met Citosa tot Westnederland.
Als onderneming bestond de R.A.G.O.M. duidelijk nog steeds, getuige het feit dat in een beschikking van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 juli 1972 over verklaringen omtrent het gedrag van personeelsleden en adspirant-personeelsleden, het bedrijf nog steeds wordt genoemd.
Pas nadat ook de andere drie TP-bedrijven waren overgenomen ging het complete busbedrijf in 1974 op in Westnederland.

Klik hier voor busfoto’s van de RAGOM.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *