Staatsspoorwegen

In die tijd bekend onder de afkorting SS spreken wij thans bij voorkeur over de Staatsspoorwegen.

De bemoeienis van de overheid met de aanleg van spoorwegen ontstaat pas echt wanneer duidelijk wordt dat de ons omringende landen haast maken met de aanleg van een spoorwegnet.
Weliswaar vond de aanleg van de Rijnspoorweg Amsterdam-Utrecht-Arnhem die tussen 1843 en 1845 werd aangelegd op initiatief van de overheid plaats, maar echt actief was de Staat niet.
Dat gebeurde pas zo’n 15 jaar later toen het initiatief tot een Spoorwegwet op tafel lag.

Het kabinet-Rochussen diende in 1860 een wetsvoorstel in inzake de aanleg en exploitatie van de Noorder- en Zuiderspoorweg. Dit werd door de Eerste Kamer verworpen, waarna het kabinet viel. Het kabinet werd opgevolgd door het kabinet-Van Hall-Van Heemstra dat er wel in slaagde een Spoorwegwet tot stand te brengen. Er kwam daardoor spoorwegaanleg van staatswege, terwijl de wijze van exploitatie later bij wet zou worden geregeld.

250px-Dienstregeling_staatsspoorwegen_1863

Alhoewel inmiddels wel vanuit particulier initiatief, zoals door de Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij en de Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij enkele hoofdlijnen waren aangelegd, vond enige vorm van centralisatie pas plaats in 1863 toen de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (MESS of MtEvSS), kortweg Staatsspoorwegen (SS) werd ingeschakeld. Het particuliere bedrijf dat op 26 september 1863 in Den Haag was opgericht kreeg de taak de spoorlijnen te exploiteren die door de Staat der Nederlanden (SN) zouden worden aangelegd.

Aanleg door de Staat betekende dus niet per definitie exploitatie door de Staat,
De SS verkreeg niet automatisch het monopolie op de staatsspoorwegen. De overheid besliste per lijn welke maatschappij concessie kreeg voor de exploitatie.
Wel hadden deze ontwikkelingen tot gevolg dat er in Rotterdam eindelijk een verbinding kwam over de Nieuwe Maas, waardoor er kon worden aangesloten op de aangelegde lijn vanuit het zuiden, die eindigde bij het Mallegat, zodat de route naar België nu voor de HIJSM open lag.

Net als bij de HIJSM en de NRS het geval was exploiteerde de SS ook treinen bij veel lokaalspoorwegondernemingen. Zo werden vanaf 1914 de stoomtramlijn Gouda-Schoonhoven en vanaf 1927 de tramlijnen op Zuid-Beveland door de SS geëxploiteerd. Naast de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) was SS de grootste spoorwegmaatschappij in Nederland.
De eerste door SS in exploitatie genomen spoorlijn was Breda – Tilburg op 5 oktober 1863. Nog datzelfde jaar werden de lijnen Harlingen – Leeuwarden en Roosendaal – Bergen op Zoom in gebruik genomen.
De ontwikkelingen daarna gingen snel en voor 1900 werden veel spoorlijnen buiten de Randstad in exploitatie genomen. Bovendien werden deze tot 1934 nog aangevuld met een reeks secundaire lijnen.

Vanaf 1890 nam de SS de exploitatie van de spoorlijnen van de voormalige Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS), waaronder ook de stoomtramlijn Den Haag (Rhijnspoorstation) – Scheveningen over nadat de eerste haar spoorlijnen aan de staat had overgedragen. Ook de spoorlijnen van de Nederlandsche Centraal-Spoorweg-Maatschappij (NCS), waarin de NRS een meerderheidsaandeel had en de spoorlijn van de Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij (NBDS) werden vanaf 1919 door SS geëxploiteerd. De NBDS bleef nog tot 1925 eigenaar van haar lijn, de NCS tot 1934.

Spoorbrug over het Mallegat in de lijn Rotterdam-Breda, ca. 1867.

Spoorbrug over het Mallegat in de lijn Rotterdam-Breda, ca. 1867.

De volgende ontwikkeling had plaats in 1917 toen de SS samen met de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij de belangenmaatschap Nederlandse Spoorwegen (NS) oprichtte.
Niettemin zou het tot 1 januari 1938 duren voordat deze twee maatschappijen in een volledige fusie de NV Nederlandsche Spoorwegen oprichtten tot welke datum de HIJSM en de SS op papier in stand bleven.

Aanleg ‘Staatslijnen’
1863-1866 Breda-Eindhoven-Venlo-Roermond-Maastricht
1863-1873 Roosendaal-Vlissingen
1863-1876 Harlingen – Leeuwarden – Groningen – Nieuweschans – Duitsland
1865-1868 Arnhem – Zutphen – Deventer – Zwolle – Leeuwarden
1865-1875 Zutphen – Hengelo – Enschede – Duitsland
1865-1878 Nieuwediep-Alkmaar-Amsterdam
1866-1877 Breda-Rotterdam
1868-1870 Utrecht-‘s-Hertogenbosch-Boxtel
1870 Groningen-Meppel
1876 Lage Zwaluwe – Zevenbergen
1879 Arnhem – Nijmegen
1881 Zwolle-Almelo
1882-1885 Elst-Dordrecht
1883 Nijmegen – Venlo
1883-1885 Leeuwarden-Stavoren
1884 Groningen-Delfzijl
1884-1885 Zaandam-Enkhuizen
1885 Enkhuizen-Stavoren
1886 Amersfoort – Nijmegen
1886-1890 Lage Zwaluwe – ‘s-Hertogenbosch
1891-1893 Schiedam-Hoek van Holland
1913 Eindhoven – Weert
1914 Heerlen – Valkenburg
1915 Noord Scharwoude-Noord Scharwoude Dorp
1921 Haren-Waterhuizen
1934 Schaesberg – Simpelveld
1934 Gouda – Alphen aan den Rijn

Klik hier voor het artikel over de HIJSM.
Klik hier voor het artikel over de NRS.
Klik hier voor het artikel over de NS.
Klik hier voor het artikel over de ZHESM.

Geef een reactie